| Bijbel open in 2023 |
Dag: 290
Lezen: Openbaring 3:1-6
Thema: Gekleed in het wit
Tekst voor vandaag: Openbaring 3:4-5
HSV: [4] Maar u hebt ook in Sardis enkele personen die hun kleren niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte kleren, omdat zij het waard zijn.
[5] Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen [1]uit het boek des levens, maar [2]Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.
NBV21: [4] Maar enkelen in Sardes hebben hun kleren schoon gehouden. Zij zullen bij Me zijn, in het wit gekleed, want ze verdienen het. [5] Wie overwint mag zich ook in het wit kleden. Ik zal zijn naam niet uit het boek van het leven schrappen, maar juist voor hem pleiten ten overstaan van mijn Vader en zijn engelen.
BGT: [4] In jullie stad zijn ook een paar christenen die trouw gebleven zijn aan Jezus. Zij zullen bij mij wonen en de witte kleren van Gods nieuwe wereld dragen. Want dat verdienen ze. [5-6] Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zullen ook jullie die witte kleren dragen. Ik zal jullie naam dan niet wegstrepen uit het boek van het leven. Maar ik zal tegen mijn Vader en zijn engelen zeggen dat jullie bij mij horen.’
Aantekening bij:
Openbaring 3:4-5 Er is hoop voor opwekking omdat er in deze gemeente nog steeds enkele personen– waakzame en onbezoedelde discipelen – te vinden zijn. Hun onbevlekte kleren symboliseren voortdurende gehoorzaamheid en onverschrokken geloof. Christus belooft hun de beloning van de overwinnaar: gemeenschap met Hemzelf (met Mij wandelen) en het witte overwinningskleed (vgl. de aantekening bij openbaring 2:17; ook 7:14). Hun naam is veilig geborgen in Zijn boek des levens(Openbaring 20:15), en Hij zal hun naam belijden voor de Vader, omdat zij Hem, Jezus, hebben beleden in vijandige omstandigheden (Mattheüs 10:32).
Aantekening bij Openbaring 2:17 Zoals God Israël te eten gaf in de woestijn, zo levert Christus verborgen manna aan wie overwint, degene die verdrukking verduurt en niet bezoedeld wordt (Openbaring 12:6, 14-17). Historisch gezien werd een witte steen gegeven aan winnaars bij spelen. De steen gaf hun toegang tot feestmaaltijden (vgl. het Messiaanse feestmaal). Zo’n steen werd ook gebruikt door juryleden om bij een proces voor vrijspraak te stemmen. De nieuwe naam,gegeven aan wie vasthoudt aan Jezus’ Naam (Openbaring 2:13), verwijst wellicht naar het werk van de Heilige Geest Die gelovigen gelijkvormig maakt aan de heiligheid van Christus (Romeinen 8:29). Het manna en de witte steen duiden op verschillende soorten eeuwige zegeningen en beloningen, naargelang de situatie.
Aantekening bij Openbaring 7:13-14 Een ouderling identificeert de menigte als Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen. Sommigen leiden hieruit af dat dit verwijst naar één grote eindperiode van lijden, maar volgens anderen vertegenwoordigt het de pijnen van de gemeente door heel de geschiedenis heen. De bron van witheid van hun gewaden is het bloed van het Lam (vgl. Psalm 51:9). Johannes zal later horen dat ‘onze broeders’ hun aanklager hebben overwonnen door het bloed van het Lam en hun getuigenis (Openbaring 12:11).
De verwijs Bijbel verwijst bij Openbaring 3:5 naar: [31] Toen keerde Mozes terug tot de HEERE en zei: Och, dit volk heeft een grote zonde begaan, want zij hebben voor zichzelf een gouden god gemaakt.
[32] Nu dan, of U toch hun zonde wilde vergeven! Maar indien niet, schrap mij alstublieft uit Uw boek, dat U geschreven hebt.
[33] Toen zei de HEERE tegen Mozes: Wie tegen Mij zondigt, zal Ik uit Mijn boek schrappen.
1 Exodus 32:[32] Nu dan, of U toch hun zonde wilde vergeven! Maar indien niet, schrap mij alstublieft uit Uw boek, dat U geschreven hebt.
Psalm 69: [29] Laat hen uitgewist worden uit het boek des levens, laat hen bij de rechtvaardigen niet opgeschreven worden.
Filippenzen 4:[3] Ja, ik vraag ook u, mijn oprechte metgezel: Help deze vrouwen, die samen met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens en mijn andere medearbeiders, van wie de namen in het boek des levens staan.
Openbaring 20:[12] En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, overeenkomstig hun werken.
Openbaring 21:[27] Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.
[2] Mattheüs 10: [32] Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.
Lukas 12: [8] En Ik zeg u: Ieder die Mij belijden zal voor de mensen, die zal ook de Zoon des mensen belijden voor de engelen van God.