Bijbel open in 2023

Bijbel open in 2023

Dag: 274 

Lezen: 2 Koningen 23:31-24:7

Thema: Joahaz en Jojakim 

Tekst voor vandaag: 2 Koningen 23:34

 

HSV: [34] Bovendien maakte farao Necho Eljakim, de zoon van Josia, koning in de plaats van zijn vader Josia en veranderde zijn naam in Jojakim. Joahaz nam hij echter mee, en toen die in Egypte aankwam, stierf hij daar.

 

NBV21: [34] Bovendien maakte farao Necho Eljakim, de zoon van Josia, koning in de plaats van zijn vader Josia en veranderde zijn naam in Jojakim. Joahaz nam hij echter mee, en toen die in Egypte aankwam, stierf hij daar.

 

BGT: [33-34] Joachaz werd door farao Necho gevangengenomen in de stad Ribla in het land Hamat. Daardoor kon hij geen koning meer zijn. Hij werd door de farao meegenomen naar Egypte, en daar is hij gestorven.

De farao maakte een andere zoon van Josia koning. Die zoon heette Eljakim, maar de farao veranderde zijn naam in Jojakim.

De farao wilde dat het volk van Juda hem 3000 kilo zilver en 30 kilo goud zou betalen.

 

Aantekening bij: 

2 Koningen 23:31-35 Joahaz. De nieuwe koning van Juda moet verschijnen in farao Necho’s tijdelijke hoofdkwartier in Bibla op de oostelijke oever van de Orontes. De Egyptenaren waren op de terugweg van de mislukte belegering van Haran (609 v.Chr.). Joahaz wordt uit de macht gezet en daarna opgesloten in Egypte (zie aantekening bij 2 Kronieken 36:1-4).

 

Aantekening bij 2 Kronieken 36:1-4 Farao Necho II oefende na de dood van Josia de macht uit over Juda. De bevolking van het land’ die Joahaz koning maakte (zie 23:13; 26:1; 33:25) hoopte waarschijnlijk dat hij Josia’s tegenstand tegen Egypte voort zou zetten. Necho voorkwam dit risico door hem af te zetten ten gunste van Eljakim, die hij de naam Jojakim gaf als teken van zijn macht over hem. De boete die Necho het land oplegde, was een belasting die opgelegd was aan hen die Joahaz gesteund hadden (2 Koningen 23:35). Inscriptie nr 88 van de ostrakon van Arad, daterend uit ca. 600 v.Chr., is fragmentarisch, maar lijkt een brief te zijn van een koning die zojuist afgezet is. De koning waarschuwt blijkbaar de militaire bevelhebber van Arad tegen een mogelijke militair treffen met Egypte. In die tijd bewaakte Arad de zuidelijkste punt van Juda. Degene die de scherf opgegraven heeft, identificeerde de koning die deze brief schreef als Joahaz, die in 609 v.Chr. drie maanden over Juda regeerde. (vgl. aantekening bij 2 Koningen 23:31-35).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *