Bijbel open in 2023

Bijbel open in 2023

Dag: 064                            

Lezen: Psalm 106:1-23  

Thema: De zonde van onze voorouders (1)

Tekst voor vandaag: Psalm 106:6

 

HSV: [6] [1]Wij hebben gezondigd, evenals onze vaderen, wij hebben ons misdragen, wij hebben goddeloos gehandeld.          

 

NBV21: [6] Wij hebben gezondigd zoals onze voorouders, wij hebben gefaald en kwaad bedreven.

 

BGT: [6] Wij zijn niet gehoorzaam geweest aan de Heer. We zijn schuldig, net als onze voorouders, want we hebben verkeerde dingen gedaan.

 

Aantekening bij: 

Psalm 106:6 Wij hebben gezondigd, evenals onze vaderen. Dit vers bevat het thema voor de gehele lijst van incidenten. De hier beschreven zonden, ons misdragen en goddeloos gehandeld, wijzen erop dat de mensen in Israël ongelovige harten hebben. Het is heel goed mogelijk dat de boetvaardige, zingende generatie dergelijke zonden van ongeloof die hen in ballingschap brachten, niet zelf heeft bedreven (vers 47). Toch voert de psalm de generatie van het moment op alsof die aanwezig geweest is in hun vertegenwoordigers, hun voorouders, en betrekt dus hun zonden van hun voorouders ook op deze generatie (zie aantekening bij Deuteronomium 1:20-21; vgl. eenzelfde soort belijdende gebeden – Ezra 9:6-15; Nehemia 1:5-11; Daniël 9:4-19 – die allemaal dezelfde zonden van meerdere generaties tot uitdrukking brengen). De woorden ‘wij hebben gezondigd’ zijn afkomstig uit het gebed van Salomo (1 Koningen 8:47).

 

Aantekening bij Deuteronomium 1:20-21 > tegen u. Strikt genomen sprak Mozes bij Kades tegen de ouders van de huidige generatie, die toen nog kinderen waren of later geboren zijn. De herhaling van ‘u’ in Deuteronomium (vgl. 4:15; 5:3) behandelt de huidige generatie alsof zij in de persoon van hun ouders aanwezig waren, en rekent hun dus de zonden van hun ouders toe. De pessimistische veronderstelling is dat de huidige generatie niet beter is dan de vorige (vgl. Deuteronomium 1:3). wees niet bevreesd is een gebod dat regelmatig terugkeert in de Schrift; alleen God moet gevreesd worden(Deuteronomium 10:12; 13:4).

 

 


[1] Leviticus 26:[40] Wanneer zij hun ongerechtigheid zullen belijden, mét de ongerechtigheid van hun vaderen, hun trouwbreuk, die zij tegen Mij gepleegd hebben, en ook dat zij tegen Mij zijn ingegaan

   Jeremia 3:[25] Wij liggen in onze schande en onze smaad overdekt ons, want tegen de HEERE, onze God, hebben wij gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd af tot op deze dag, wij hebben niet geluisterd naar de stem van de HEERE, onze God.

   Daniël 9:[5] wij hebben gezondigd, wij hebben onrecht gedaan, wij hebben goddeloos gehandeld, wij zijn in opstand gekomen door af te wijken van Uw geboden en bepalingen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *