| Bijbel open in 2023 |
Dag: 054
Lezen: Mattheüs 6:19-34
Thema: Kijk naar de vogels
Tekst voor vandaag: Mattheüs 6:26
HSV: [26] [1]Kijk naar de vogels in de lucht: zij zaaien niet en maaien niet, en verzamelen niet in schuren; uw hemelse Vader voedt ze evenwel; gaat u ze niet ver te boven?
NBV21: [26] Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren; het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?
BGT: [26] Kijk eens naar de vogels in de lucht. Ze werken niet op het land en ze bewaren geen graan in een schuur. Jullie Vader in de hemel geeft ze te eten. En jullie zijn voor hem veel belangrijker dan de vogels.
Aantekening bij:
Mattheüs 6:26 een mens gaat dieren ver te boven (vgl. Mattheüs 10:31; 12:12), want van alle schepselen die God gemaakt heeft, is de mens geschapen ‘naar Zijn beeld’ (Genesis 1:27). God gaf de mens heerschappij over de aarde en over heel de schepping (Genesis 1:28), en omdat Hij de mens zo liefhad, gaf ‘Hij Zijn eniggeboren Zoon’ om voor onze zonden te sterven (Johannes 3:16).
Overdenking
Volgens Mattheüs moeten wij naar de vogels kijken. Dat herinnert mij aan mijn gedachten van vroeger: Wat is een vogel zijn toch prachtig. Je hoeft niet langs de paden te lopen als je regens heen wilt vlieg je er gewoon recht op af. Het liefst wilde ik altijd een zeevogel zijn, wan die kon snel lopen maar ook goed zwemmen. Maar hier in Mattheüs 6:26 kunnen we lezen hoe God voor ons wil zorgen. Wij maken ons druk over heel veel dingen die niet echt belangrijk zijn. God geeft de vogels alles wat ze nodig hebben ze hoeven er alleen maar even naar te zoeken en hebben dan elke dag genoeg te eten. Maar wat doen wij, wij willen heel lekker eten hebben en dat willen klaar maken in mooie pannen en op eten uit heel mooie borden en met luxe bestek. Is dat beter voor ons lichaam? Nee wij als mens, die eens als hoofd van de schepping zijn geweest, mogen er wel van genieten maar het moet ons niet gaan beheersen. Wij moeten ook zorgen voor de schepping en onze medemensen. Wij moeten eerst naar het Koninkrijk van God zoeken en als we dat gevonden hebben, komt alles goed en hoeven wij nooit meer bezorgd te zijn (vers 34). Wat een zegen!
[1] Job 39:[3] Wie bereidt voor de raaf zijn voedsel, als zijn jongen om hulp roepen tot God, als zij ronddwalen omdat er geen eten is?
Psalm 147:[9] Die aan het vee zijn voedsel geeft en aan de jonge raven wanneer zij roepen.