HSV: [7] Hef uw hoofden op, o poorten, en verhef u, eeuwige deuren, opdat de Koning der ere binnengaat.
NBV21: [7] Hef, o poorten, uw hoofden omhoog, verhef u, aloude ingangen: de koning vol majesteit wil binnengaan.
BGT: [7] Poorten van de tempel, ga open. Ga wijd open, prachtige deuren! De grote koning wil binnenkomen.
Aantekening bij:
Psalm 24:7-10 Hef uw hoofden op, o poorten. Lezers kunnen dit opvatten als de roep en het antwoord voor de poorten van Jeruzalem. In vers 7 kondigt de processie die de ark draagt Gods aanwezigheid aan, bij het binnengaan van Zijn heiligdom. Wie is deze Koning der ere? (vers 8a) is het antwoord dat vraagt om nadere identificatie. (De Heere, sterk en geweldig, de Heere, geweldig in de strijd), en herhaalt dan de bede om naar binnen te mogen (vers 9). Dan antwoorden de deurwaarders weer door te vragen naar identificatie (vers 10a) en wederom identificeert de processie de Heere (vers 10b).
Verhoogt, o poorten (Uit de mannen Bijbel)
Psalm 24:7 Verhoogt, o poorten, nu de boog! Geleidelijk aan werd het wegdek hoger door het vuil dat aangroeide. Op een gegeven ogenblik wordt daardoor de poort te laag voor een koning, die op een strijdwagen staat. De boog moet verhoogd worden wil de koning er nog binnen kunnen rijden, zonder dat hij hoeft te bukken. Een andere mogelijkheid is de weg opnieuw uit te graven.
Koning der ere (Uit de vrouwen Bijbel)
Psalm 24:10 De uitdrukking ‘Koning der ere’ komen we alleen in Psalm 24 tegen, terwijl we de Naam ‘Heere van de legermachten vaak in het Oude Testament lezen. Die legermachten zijn de engelen, die God altijd loven en dienen. In deze psalm is er meer dat God moet dienen; zelfs de poorten van de stad worden opgeroepen voor God omhoog te gaan! Hoe maak jij ruimte voor de eer van God in je leven?
De verwijs Bijbel verwijst bij vers 7 naar:
Mattheüs 21:[9] De menigte die vooropliep en die volgde, riep: Hosanna, de Zoon van David! Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere! Hosanna, in de hoogste hemelen! [10] Toen Hij Jeruzalem binnenkwam, raakte heel de stad in opschudding en men zei: Wie is Dat? [11] De menigte zei: Dat is Jezus, de Profeet uit Nazareth in Galilea.
1 Korinthe 2:[7] Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid; [8] een wijsheid die niemand van de leiders van deze wereld gekend heeft. Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.