Bijbel open in 2023

Bijbel open in 2023

Dag: 021

Lezen: Psalm 63  

Thema: Ik ben aan U gehecht

Tekst voor vandaag: Psalm 63:2

 

HSV: [2] O God, U bent mijn God! U zoek ik vroeg in de morgen; mijn ziel dorst naar U, mijn lichaam verlangt naar U in een land, dor en dorstig, zonder water.          

 

NBV21: [2] God, U bent mijn God, U zoek ik, naar U smacht mijn ziel, naar U hunkert mijn lichaam in een dor en dorstig land, zonder water.

 

BGT: [2] God, u bent mijn God! Ik zoek u, met heel mijn hart verlang ik naar u, mijn hele lichaam verlangt naar u. Om mij heen is het dor en droog, nergens vind ik water.

 

Aantekening bij: 

Psalm 63:2-3 Herinnering aan eerdere eredienst. De psalm begint met hartstochtelijke uitingen van verlangen naar God. U zoek ik vroeg in de morgen, mijn ziel dorst, mijn lichaam verlangt. (Ongetwijfeld hebben de dorre condities van de woestijn van Juda het beeld opgeleverd van een land, dor en dorstig, zonder water.) De zanger mist duidelijk God in de openbare eredienst: het heiligdom is de plaats voor de gezamenlijke eredienst, en Gods heerlijkheid is Zijn bijzondere aanwezigheid bij Zijn volk. Die worden gegeven en genoten in het heiligdom (zie aantekening bij Psalm 26:4-8). De mensen wordt gezegd deze heerlijkheid te ‘aanschouwen’ (bv. Exodus 16:7; 33:18; Numeri 14:10; Deuteronomium 5:24).

 

Psalm 63

Deze psalm begint alsof het een klaaglied was, opzoek naar God in een moeilijke tijd. Toch is het algemene beeld van het lied er een van vertrouwend wachten. Daarom kan men het best de psalm beschouwen als een lied dat Gods volk helpt vertrouwen te ontwikkelen in moeilijke tijden. De psalm vertrouwt er met name op dat de gelovige inderdaad in staat zal zijn terug te keren naar het heiligdom om God te loven. In de Bijbel is het grootste voorrecht dat een sterveling ervan kan genieten om een welkom lid van de vergaderde gemeente te zijn. De psalm, die zulk vertrouwen aanreikt, stelt zangers ook in staat deze eredienst naar waarde te schatten. De verschillende vermeldingen van ‘mijn ziel’ (vers 2, 6, 9) wijzen op de uiterst persoonlijke toewijding aan God die de gehele psalm bezielt. Het opschrift verbindt de psalm aan Davids dagen als vluchteling voor Saul (1 Samuël 22:5; 23:14-15; 24:2). David kon zichzelf al als koning hebben beschouwd zelfs toen hij op de vlucht was voor Saul, aangezien Samuël hem al had gezalfd.

 

Aantekening bij Psalm 26:4-8: Beroep op onschuld. Hier beschrijft de psalm enkele kenmerken van de gelovige deelnemer aan het verbond. Deze weigert zich te voegen bij de ongelovigen (huichelaars, kwaaddoeners, goddelozen) met hun snode plannen, Omdat hij hun waarden verwerpt (vgl. Psalm 1:1). Hij wil deelnemen aan de openbare eredienst in morele onschuld en met vreugde (ik heb lief,Psalm 26:8). Over eer als Gods bijzondere aanwezigheid in het heiligdom zie Exodus 40:34-35.    

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *