HSV: [3] Hij had zevenhonderd vrouwen – vorstinnen – en driehonderd bijvrouwen. Zijn vrouwen deden zijn hart afwijken.
NBV21: [3] Hij had zevenhonderd hoofdvrouwen en driehonderd bijvrouwen, en deze vrouwen maakten hem ontrouw:
BGT: [3] Hij had zevenhonderd vrouwen, en verder nog driehonderd bijvrouwen. Hij was niet alleen getrouwd met de dochter van de farao, maar hij had ook vrouwen uit Moab, uit Ammon, uit Edom en uit Sidon, en Hethitische vrouwen. Door al die vrouwen dacht Salomo steeds minder aan de Heer.
Aantekening bij:
1 Koningen 11:1-4 Salomo had veel uitheemse vrouwen lief … Aan hen hechtte Salomo zich in liefde. Salomo had de Heere lief (Hebreeuws ‘ahab), maar hij hield (Hebreeuws ‘ahab) ook van de dochter van de farao en van vele andere vrouwen, en hij hechtte (Hebreeuws dabaq) zich aan hen (11:2). Soortgelijke werkwoorden (‘vasthouden’) worden genoemd in Deuteronomium (Deuteronomium 6:5; 10:12, 20; 11:1, 22; 13:4; 30:20). Daar wordt gesproken over onwankelbare trouw van de mens aan God. Maar Salomo’s hart was verdeeld (1 Koningen 11:4) en ondanks zijn vrome hoop op God het hart van Israël altijd naar Hem zou terugvoeren (1 Koningen 8:58), voerden zijn vrouwen zijn hart op hoge leeftijd weg in tegenovergestelde richting, achter andere goden aan.
Uit de mannen Bijbel
Bescherm je hart 1 Koningen 11:1-8
Lange tijd gaat het goed in het leven van koning Salomo. Zijn door God geschonken wijsheid en rijkdom (1 Koningen 3:12-13) zijn spreekwoordelijk geworden. Bovendien zal hij voorspoed en een lang leven hebben als hij in Gods wegen wandelt door met een oprecht hart te doen wat God geboden heeft(1 Koningen 3:14; 9:4-5).
Er is wel een probleem. Tegelijk met de groei van zijn succesvolle koningschap en het klimmen van de jaren heeft hij een zonde laten meegroeien. Hij voelt zich lichamelijk aangetrokken tot buitenlandse vrouwen en trouwt met vele van hen. God had in Zijn wet gezegd dat niet te doen, omdat ze van God zouden kunnen afleiden (Exodus 34:16).
Aanvankelijk lijkt (!) het geen invloed te hebben op Salomo’s leven en werk. Maar ouderdom en doorlopend succes maken hem geestelijk minder waakzaam. Er groeit ontrouw aan God. Zijn vele vrouwen verleiden hem om mee te gaan in het eren van hun afgoden. Deze zonde gaat zijn hart en handelen kleuren. Hij meent te staan, maar valt (1 Korinthe 10:11-12). Het roept Gods grote boosheid op omdat zijn hart was afgeweken. Een hart dat hij had moeten beschermen boven alles wat hij had te behoeden is (Spreuken 4:23).
Uit de vrouwen Bijbel
Zondeval 1 Koningen 11:1-11
Tijdens Salomo’s regering gaat de koning zijn volk voor in het opnemen van vreemde vrouwen in zijn harem. Daarmee haalt hij ook hun goden binnen. Dat bekomt hem slecht, zijn koninkrijk wordt gescheurd. Dit oordeel wordt echter niet aan hemzelf voltrokken, maar aan zijn zoon. We kunnen daardoor leren dat onze keuzes doorwerken in ons nageslacht. Zonde is in die zin erfelijk, de oosters-orthodoxe kerk spreekt in dit verband veelzeggend van ‘voorouderlijke zonde’. Ingrijpend: wat geven we ons nageslacht mee?