| Woord voor vandaag |
Dag: 118
Lezen: Jeremia 31:31-40
Thema: Eeuwigdurend verbond
Tekst voor vandaag: Jeremia 31:33
HSV: [33] Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun [1]tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.
NBV21: [33] Maar dit is het verbond dat Ik in de toekomst met Israël zal sluiten – spreekt de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal Ik hun God zijn en zij mijn volk.
BGT: [33] Dit zal mijn nieuwe afspraak met de Israëlieten zijn: Ik zal ervoor zorgen dat ze mijn regels kennen. Ik zal ze in hun hart schrijven, zodat ze die nooit vergeten. Dan zal ik hun God zijn, en zij zullen mijn volk zijn.
Aantekening bij: Jeremia 31:31-34
God zal definitief een einde maken aan het aloude probleem met Zijn volk, dat allen besneden van lichaam zijn maar dat er zo weinig besneden van hart zijn (d.w.z. werkelijk de Heere kennen). Wat God wilde schenken (Hem kennen en vergeving van zonden), had Hij in het Oude Testament allemaal aangeboden, maar was maar door zeer weinig mensen aangenomen. Christelijke lezers komen voor twee belangrijke interpretatievragen te staan: (1) Wat bedoelt de auteur van Hebreeën als hij deze profetie over het huis van Israël en … Juda (31:31) verbindt met de Messias (Hebreeën 8:8-12)? (2) Doelt de profetie in Jeremia 31:27, 31, 36-37 op het etnische volk Israël of op een nieuwgevormd Israël (Jodenchristenen én heidenchristenen)? De tweede vraag is haast gelijk aan de vraag over de betekenis van ‘heel Israël’ in Romeinen 11:26. In dit hoofdstuk ligt de nadruk op het nieuwgevormde Israël dat mag wonen in het Beloofde Land (Jeremia 31:38-40). Hetzelfde volk dat het verbond verbroken heeft, ontvangt een nieuw verbond.
[1] Jeremia 31:[1] In die tijd, spreekt de HEERE, zal Ik al de geslachten van Israël tot een God zijn, en zíj zullen Mij tot een volk zijn.
Jeremia 24:[7] Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik de HEERE ben, en zij zullen Mij tot een volk zijn en Ík zal hun tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij bekeren met heel hun hart.
Jeremia 30:[22] En u zult Mij tot een volk zijn en Ík zal u tot een God zijn.