Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 093

Lezen: Johannes 15:18-27 

Thema: De haat van de wereld

Tekst voor vandaag: Johannes 15:25 

 

HSV: [25] Maar het woord moet vervuld worden dat in hun wet geschreven is: [1]Zij hebben mij zonder reden gehaat.

 

NBV21: [25] Zo moest in vervulling gaan wat in hun wet staat geschreven: “Ze hebben Mij zonder reden gehaat.”

 

NBG: [25] Zo moest het gaan. Want in hun heilige boeken staat: «Ze haten mij zonder reden.»

 

Aantekening bij: Johannes 15:25

Jezus laat blijken dat de haat van de Joden tegen Hem vervulling is van de Schrift, met name van Psalm 69:5 (vgl. Psalm 35:19; ook aantekening bij Jesaja 6:9-10). Daarin schildert David hoe een rechtvaardige, vol ijver voor God, zonder reden door haters van God wordt vervolgd. Jezus zag in de vijandschap die David heeft ondervonden dus een precedent van de haat van Zijn eigen tegenstanders. zonder reden doet ons beseffen dat tegen Jezus en Zijn navolgers gerichte haat en vervolging vaak niet ontstaat door bepaalde daden van hen, maar domweg door onredelijk kwaad in het hart van de vervolgers.

 

Aantekening bij Jesaja 6:9-10 > God verklaart dat Jesaja’s dienst een verhardende uitwerking zal hebben op zijn generatie, hun karakter is in hoofdstuk 1-5 blootgelegd. Het Nieuwe Testament citeert deze tekst (soms in iets andere bewoordingen) als verklaring waarom sommige het goede nieuws van het Evangelie niet aanvaarden (Mattheüs 13:14-15; Johannes 12:39-40; Handelingen 28:25-27). Een oprecht geloof is een genadegave, maar de onwillige hoorder zal door de boodschap van het Evangelie alleen maar ongevoelig worden voor Gods genadevolle plannen (vgl. Jesaja 29:9-10; 42:18-25; 65:1-7; Lukas 2:34; Johannes 9:39; Handelingen 7:57; Romeinen 11:7-10, 25; 2 Korinthe 2:15-15; 1 Petrus 2:8). 


[1]  Psalm 35:[19] Laat over mij zich niet verblijden wie om valse redenen mijn vijand zijn, en laat niet heimelijk knipogen wie mij zonder reden haten.

    Psalm 69:[5] Wie mij zonder reden haten, zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd; wie mij willen ombrengen en om valse redenen mijn vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik toch teruggeven.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *