HSV: [18] Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.
NBV21: [18] Wij richten ons niet op de zichtbare dingen maar op de onzichtbare, want de zichtbare dingen zijn tijdelijk, de onzichtbare eeuwig.
NBG: [18] De dingen die we om ons heen zien, zijn niet belangrijk. Het gaat om de dingen die we nog niet zien. Want alle zichtbare dingen zullen verdwijnen, maar de dingen die we nu nog niet zien, zijn eeuwig.
Aantekening bij: 2 Korinthe 4:18
Eerst was Paulus’ lijden een last die te zwaar was om te dragen (Grieks bareö 2 Korinthe 1:8), maar nu is het lichte verdrukking, die van korte duur is in verhouding met een allesovertreffend eeuwig gewicht (Grieks baros) van heerlijkheid (zie Romeinen 8:18). In plaats van hem blijvend te schaden, brengt de verdrukking een grote, eeuwige beloning teweeg. Alleen als de verdrukking gezien wordt in het licht van eeuwige perspectief, brengt het dit voordeel mee. Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet (d.w.z. Paulus’ lijden en al de gebreken van het moment) maar op de dingen die men niet ziet (het volledige herstel van alle dingen bij de komende opstanding, en de zekere vervulling van Gods plan met de geschiedenis). ogenblik … eeuwig. Deze tegenstelling laat zien dat ‘eeuwig’ (Gieks aíönios; letterlijk horend bij of gekenmerkt door de nieuwe bedeling[Grieks aíon] die in beginsel aangebroken is) niet slaat op iets wat tijdloos is, maar op iets wat eeuwig blijft.