HSV: [35] Maar heb uw vijanden lief en doe goed, en leen zonder te hopen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn en zult u kinderen van de Allerhoogste zijn, want Hij is goedertieren over de ondankbaren en slechten.
NBV21: [35] Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook Hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.
NBG: [35] Daarom zeg ik tegen jullie: Houd van je vijanden. Wees goed voor iedereen. En leen geld uit zonder het terug te verwachten. Dan zullen jullie een grote beloning krijgen, en jullie zullen kinderen van God zijn. Want ook God zelf is goed voor mensen die ondankbaar en slecht zijn.’
Aantekening bij: Lukas 6:35
Heb uw vijanden lief. Zie aantekening bij Mattheüs 5:44-45 en Lukas 23:34. Het naleven van deze geboden bewerkt dat uw loon groot zal zijn (vgl. Lukas 6:23). Dan zult u kinderen … zijn betekent niet ‘dan wórdt u kinderen’, maar ‘dan laat u zien dat u kinderen bent’, door Gods zorg en ontferming na te volgen, ook voor wie slecht is. de allerhoogste is een aanduiding van God, vgl. aantekening bij Lukas 1:32.
Aantekening bij Mattheüs 5:44-45
Heb uw vijanden lief. God haat het kwade, maar zegent toch overvloedig, zelf Zijn vijanden (vers 45), want Zijn ‘algemene genade’ geeft Hij aan alle mensen, niet alleen aan gelovigen. Deze zegeningen geeft Hij opdat ongelovigen zich bekeren (Handelingen14:17; Romeinen 2:4). Uiteraard haat God hen die koppig en onberouwelijk in hun boosheid volharden (vgl. Psalm 5:6; 11:5; Efeze 2:3), maar de zegen van ‘algemene genade’ voor heel de mensheid staat voorop in Gods voorzienigheid.
Kinderen. Kinderen van de hemelse Vader zijn zij die Zijn wil aannemen, zoals die door de dienst van Jezus is geopenbaard (vgl. Mattheüs 12:48-50). zon … regenen. God toont genade en draagt zorg voor heel Zijn schepping. Jezus’ discipelen zullen dit navolgen en zowel hun naaste als hun vijand liefhebben.
Aantekening bij Lukas 23:34
Vader, vergeef het hun. Jezus volgt Zijn eigen onderricht na over onze vijanden liefhebben (zie Lukas 6:35), en laat uitkomen dat de mensen die Hem mishandelen juist op grond van Zijn dood vergeving krijgen (zie Jesaja 53:12). Daarmee geeft Hij een voorbeeld aan al Zijn navolgers (zie Handelingen 7:60; 1 Petrus 2:21-21). zij weten niet wat zij doen. Dit ontslaat deze Joden of Romeinen niet van hun verantwoordelijkheid voor Jezus’ dood, maar geeft aan dat zij niet ten volle hebben begrepen wat ze deden door ‘de Heilige en Rechtvaardige’ (Handelingen 3:14) te kruisigen, de ware Messias en de Zoon van God. En ze verdeelden Zijn Kleren en wierpen het lot. In het Oude Testament wierp men het lot om Gods wil te weten te komen, maar hier is het een gokken van de Romeinse bewakers.
Aantekening bij Lukas 1:32
Allerhoogste. Deze Naam voor de ware God komt uit Genesis 14:18-22 (Zie aantekening bij Genesis 14:18). Daar noemt Melchizedek, koning van Salem. De God van Abraham ‘God, de Allerhoogste’ (vgl. Bileam, ook een heiden: ‘de Allerhoogste, de Almachtige’, Numeri 24:16). Voor de monotheïstische Israëlieten werd dit een gebruikelijke titel van de Heere, met name in de Psalmen (in Daniël 3:26; 4:24, 34 gebruikt zowel Daniël als Nebukadnezar deze titel van God; het is ook een voorkeurstitel Jezus Sirach). Zacharias noemt Johannes ‘een profeet van de Allerhoogste’ (Lukas 1:76); Jezus is ‘de Zoon van de Allerhoogste’. Hij is de beloofde Koning op de troon van David (zie 2 Samuël 7:12-13, 16).
Aantekening bij Genesis 14:18
Melchizedek (dat betekent ‘koning van de gerechtigheid’; zie Hebreeën 7:2) bereidt edelmoedig een maaltijd voor de terugkerende overwinnaars. Salem is mogelijk een afkorting van ‘Jeruzalem’ (zie Psalm 76:3) en is verwant aan sjalom, het Hebreeuwse woord voor ‘vrede’ (zie Hebreeën 7:2). hij was een priester van God, de Allerhoogste. Hoewel er heel weinig bekend is over Melchizedek, vertegenwoordigt hij een interessant voorbeeld van een priester-koning, verbonden met Jeruzalem. Blijkbaar leefde de verwachting dat latere koningen van Jeruzalem op hem zouden lijken (zie Psalm 110:4). Het boek Hebreeën presenteert Jezus Christus, uit de koninklijke lijn van David, als behorend tot de ‘ordening van Melchizedek’ en daarom hoger dan de Levitische priesters (Hebreeën 5:5-10; 6:20-7:17). ‘God, de Allerhoogste’ is in het Hebreeuws ‘El ‘Eljon. De gewone Semitische term voor ‘God’ is ‘El. Daaraan wordt ‘Eljon toegevoegd, wat ‘de Allerhoogste’ betekent. Elders in Genesis vindt men andere toevoegingen aan ‘El (bv. Geneis 16:13 wordt ’ElRo’i vertaald als ‘de God Die naar mij omziet’; in Genesis 17:1 wordt ‘El Sjaddai vertaald als ‘God, de Almachtige’; in Genesis 21:33 is ‘El ‘Olam vertaald als ‘de eeuwige God’). Deze verschillende benamingen beklemtonen verschillende aspecten van Gods wezen.
Uit de vrouwen Bijbel
De grote opdracht Lukas 6:27-36
God liefhebben boven alles en mijn naaste als mijzelf, dat gaat nog wel. Maar mijn vijanden liefhebben … zegenen wie mij zwart maakt? Barmhartigheid bewijzen aan je vijand is een van de moeilijkste dingen. Laat het nu dit zijn dat ons onderscheidt van anderen. Ed vergevingsgezindheid, de liefde. Alle dank aan God Die door Zijn Geest ons kracht geeft om de grote opdracht te vervullen, zij het met vallen en opstaan.