Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

DEUTERONOMIUM 8 : 2 – 3 

DAG 192

LEZEN: DEUTERONOMIUM 8 : 1 – 6  

THEMA: Niet van brood alleen

(HSV) [2] Ook moet u heel de weg in gedachten houden waarop de HEERE, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn geleid heeft, opdat Hij u zou verootmoedigen, en u op de proef zou stellen om te weten wat er in uw hart was, of u Zijn geboden in acht zou nemen of niet. [3] Hij verootmoedigde u, Hij liet u hongerlijden en Hij liet u het [1]manna eten, dat u niet kende en ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te laten weten [2]dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE komt.

(BGT) [2] Denk eens terug aan de reis door de woestijn! De Heer, jullie God, heeft jullie daar veertig jaar doorheen geleid. Zo wilde hij te weten komen of jullie hem echt vertrouwden. Hij wilde weten of jullie echt van hem hielden, en of jullie hem echt zouden gehoorzamen. Hij wilde laten zien dat hij een machtige God is. [3] En dat heeft hij ook laten zien! Hij liet jullie honger lijden in de woestijn. Toen gaf hij jullie manna te eten, voedsel dat jullie niet kenden. Zo wilde hij jullie leren dat een mens niet alleen leeft van brood, maar ook van de woorden die de Heer spreekt.

Aantekening

Deuteronomium 8 : 2 – 3  in gedachten houden is een kernbegrip in dit hoofdstuk (zie ook vers 18), samen met de tegenstelling ‘vergeten’: vers 11, 14, 19. In gedachten houden uit zich door gehoorzaamheid (zie Deuteronomium 5:15 en aantekening). u op de proef … stellen. De test in de woestijn was om te onthullen hoe het met het hart van Israël gesteld was. Dit impliceert niet dat God dat niet zou weten, maar meer dat Hij ernaar verlangde dat het hart van Israël een bewijs van gehoorzaamheid zou opleveren. manna betekent letterlijk ‘Wat is dat?’ (Exodus 16:15): zij vonden het maar niks (Numeri 11:6; 21:5). De test was ook om Israël te leren dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van de Heere komt. Echt leven komt rechtstreeks van God en het vertrouwen in Zijn woord, of Hij nu gewoon brood geeft, manna, of iets anders. Dit was de les die Israël in zijn hart moest dragen (Deuteronomium 8:2) om voor de test in het land te slagen (bv. vers 17). Dit is het eerste van drie verzen uit Deuteronomium die door Jezus aangehaald worden tijdens Zijn zelfvertrouwen en vastberaden trouw aan God (Mattheüs 4:4; Lukas 4:4; zie ook Deuteronomium 6:13, 16).

Aantekening bij Deuteronomium 5:15  Exodus 20:11 omschrijft het houden van de sabbat als een imitatie van Gods rustdag na de schepping, zie Genesis 2:1-3. De motivatie voor de sabbat die hier wordt gegeven, is Israëls bevrijding uit de slavernij (vgl. Exodus 31:12-17, waar de thema’s ‘schepping’ en ‘Israël als Gods speciale verbondsvolk’ worden samengevoegd als de reden om de sabbat te houden). Deuteronomium spoort aan om in gedachten te houden dat zij slaven waren in het land Egypte als aanmoediging om de wet te houden (Deuteronomium 15:15; 16:12; 24:18, 22). In gedachten houden (of herinneren) is vaak gekoppeld aan gehoorzaamheid (Deuteronomium 7:18; 8:2, 18; 9:7; 11:2; 16:3; 24:9; 25:17; 32:7).

Anders zijn         Deuteronomium 8 : 3             (Uit de Vrouwen Bijbel)

Je voelt je eigenlijk niet echt anders dan al die andere vrouwen en meisjes die om je heen leven. Jij hebt net zo goed gevoel voor mode, voor mooie aankleding van je huis of voor feestjes. En je geniet daarvan. Toch heb je een geheim. Omdat je leeft van datgene wat bij God vandaan komt. Voor Israël was dat in de woestijn het vreemde manna, voor ons het geheim van brood en wijn. Dat maakt verschil.

De verwijs Bijbel verwijst bij Deuteronomium 8:3 naar: Johannes 6:[47] Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven. [48] Ik ben het Brood des levens. [49] Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn en zij zijn gestorven. [50] Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat de mens daarvan eet en niet sterft. [51] Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld.

Waarom?            Deuteronomium 8                 (Uit de Mannen Bijbel)

Mozes roept het volk op om ook in Kanaän terug te denken aan hun woestijn ervaring. Ook ons leven kan soms door een ‘woestijn’ heen gaan: een huwelijkscrisis, een ontslag, pesterijen. Ze kunnen je het gevoel geven verlaten te zijn door God. Het roept de vraag op naar het ‘waarom’. In Deuteronomium 8 komen we een paar redenen tegen die ook in ons leven een rol kunnen spelen:                                                                 1. God straft het volk, maar altijd met een doel. Bij Israël was het doel om klein te worden voor Hem (vers 2 en 3). Zal God jouw ‘woestijn’ soms ook willen gebruiken om je voor Hem te verootmoedigen?                          2. God test het volk. Niet om het te verleiden tot zonde, maar ‘om te weten wat er in uw hart was’ (vers 2). Beproevingen willen ons dichter bij Gods geboden en beloften brengen. ‘Er staat geschreven’ is een geweldig wapen dat ook Jezus gebruikte (zie Mattheüs 4:4, de verzoeking van Jezus in de woestijn).                                                                                           3. God onderwijst het volk. Israël wordt net als wij opgeroepen om ‘memobriefjes’ op te plakken: niet vergeten Wie God is en wat Hij allemaal heeft gedaan.


[1]  Exodus 16:[14] Toen de laag dauw opgetrokken was, zie, over de woestijn lag iets fijns, iets vlokkigs, fijn als de rijp op de aarde.

     [15] Toen de Israëlieten dat zagen, zeiden zij tegen elkaar: Wat is dat? Want zij wisten niet wat het was. Mozes zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE u te eten gegeven heeft.

[2]  Mattheüs 4:[4] Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.

   Lukas 4:[4] Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

DEUTERONOMIUM 7 : 22 – 23 

DAG 191

LEZEN: DEUTERONOMIUM 7 : 12 – 26  

THEMA: De Heer zal strijden

(HSV) [22] De HEERE, uw God, zal deze volken van voor uw ogen verdrijven, maar geleidelijk: u zult hen niet onmiddellijk kunnen vernietigen, anders zouden de dieren van het veld te talrijk worden voor u. [23] De HEERE, uw God, zal hen aan u overgeven; Hij zal hen in grote verwarring brengen, totdat zij weggevaagd zijn.

(BGT) [22] Hij zal die volken niet in één keer verjagen. En jullie moeten ze ook niet allemaal tegelijk doden. Anders woont er straks niemand meer in het land, en lopen er alleen nog wilde dieren rond. [23-24] De Heer zal ervoor zorgen dat jullie die volken verslaan. Hij zal hun koningen aan jullie uitleveren. Hij zal ervoor zorgen dat die volken in paniek raken, zodat jullie hen kunnen doden. Van die volken zal niets overblijven. Alles wordt vernietigd en iedereen wordt gedood.

Aantekening

Deuteronomium 7 : 22 – 23  geleidelijk. Zie Exodus 23:29-30. Dit vers geeft enige theologische uitleg bij het boek Jozua. Jozua 10:42 impliceerd een snelle overwinning, maar Jozua 11:18 erkent dat de veldslagen van Jozua lang duurden. verwarring komt vaak voor bij een heilige oorlog (zie Deuteronomium 28:20; zie ook Exodus 14:24; Jozua 10:10; 1 Samuël 5:9; 14:20).

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

DEUTERONOMIUM 7 : 6  

DAG 190

LEZEN: DEUTERONOMIUM 7 : 1 – 11  

THEMA: Bijzondere positie

(HSV) [6] Want [1]u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú uitgekozen uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.

(BGT) [6] Jullie zijn een heilig volk, het volk van de Heer. Hij heeft jullie uitgekozen. Jullie zijn bijzonder voor hem, meer dan de andere volken op aarde. Jullie zijn voor hem een kostbaar bezit.

Aantekening

Deuteronomium 7 : 6  Want. Dit vers geeft de reden voor de voorafgaande geboden. een heilig volk voor de Heere. Heilig zijn voor de Heere betekent ten diepste alleen voor God apart gezet zijn. Daarom moet Israël zich op geen enkele manier inlaten met heidense religies. uitgekozen. Zie Deuteronomium 4:37; 10:15; 14:2. persoonlijk eigendom. Zie Exodus 19:5; Deuteronomium 14:2; 26:18.


[1]  Exodus 19:[5] Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij.

   Deuteronomium 4:[20] maar ú heeft de HEERE genomen en uit de ijzeroven, uit Egypte geleid, om voor Hem tot een erfvolk te zijn, zoals het op deze dag is.

   Deuteronomium 14:[21] U mag geen enkel kadaver eten. Aan de vreemdeling die binnen uw poorten is, mag u het geven om het te eten, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder.

   Deuteronomium 26:[18] En de HEERE heeft u heden doen verklaren dat u voor Hem een volk zult zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is, zoals Hij tot u gesproken heeft, en dat u al Zijn geboden in acht moet nemen,

   Deuteronomium 28:[9] De HEERE zal u voor Zichzelf bevestigen tot een heilig volk, zoals Hij u gezworen heeft, als u de geboden van de HEERE, uw God, in acht neemt en in Zijn wegen gaat.

   1 Petrus 2:[9] Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht,

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

PSALM 85 : 11 – 12  

DAG 189

LEZEN: PSALM 85   

THEMA: God is rechtvaardig

(HSV) [11] Goedertierenheid en trouw ontmoeten elkaar, [1]gerechtigheid en vrede kussen elkaar. [12] Trouw komt op uit de aarde, gerechtigheid ziet uit de hemel neer.

(BGT) [11] Want de Heer heeft zijn volk lief, hij blijft trouw. Hij zorgt dat alles goed is, hij brengt vrede. [12] Dan zal iedereen trouw zijn aan de Heer, en hij zal zorgen voor recht.

Aantekening

Psalm 85  Dit is een klaagzang van de gemeente in een tijd dat God Zijn ongenoegen getoond heeft over de ongelovigheid van Zijn volk, misschien door de vruchtbaarheid van het land tegen te gaan (vers 2, 13). Het volk dat deze psalm zingt, zoekt vergeving voor heel het volk (‘ons’) door aan God te vragen Zijn goedertierenheid en trouw te tonen die Hij in Exodus 34:6 beloofde. Aangezien God rechtvaardig is (Psalm 85:11-12, 14) – hij houdt Zijn beloften – eindigt de psalm in vertrouwen. Exodus 34:6-7 levert de achtergrond voor deze psalm, speciaal door de termen ‘goedertierenheid en trouw’ (Psalm 85:11; vgl. 8, 12) en ‘ongerechtigheid weggenomen’ (vers 3). De Heere openbaarde Zijn Naam aan Mozes door Zijn goedertierenheid te benadrukken, en dat is waarop Zijn volk blijft hopen. Vele kerken gebruiken deze psalm in de kersttijd, de belangrijkste gebeurtenis waar God Zijn land goedgezind was en van vrede sprak tot Zijn gunstelingen.

Psalm 85 : 11 – 14  De Heere geeft het goede. De psalm besluit met de hoopvolle verwachting dat God hun gebed zal horen en zal geven wat zij vragen. Goedertierenheid en trouw ontmoeten elkaar,d.w.z. in God zijn zij in harmonie. Gods gerechtigheid is hier Zijn reputatie dat Hij vasthoudt aan wat Hij heeft beloofd (m.n. aan Zijn volk) en daarom verzekert die van vrede (vgl. vers 9). Zij kussen elkaar zoals de liefdevolle begroeting van verwanten (bv. Genesis 29:13; 45:15). Psalm 85:12 houdt het beeld van een begroeting vast met het beeld van trouw die opkomt en gerechtigheid die neerziet. Omdat God deze reputatie heeft, kunnen zij er zeker van zijn dat Hij Zijn beloften zal nakomen. Daarom geeft de Heere het goede, namelijk: ons land zal opbrengst ontvangen met een overvloedige oogst. Zulk vertrouwen is gebaseerd is Gods eigen gerechtigheid (vers 14). De God van Israël houdt Zijn beloften aan Zijn volk Hij vergeeft en vernieuwt hen die Hem zoeken.

Bidden voor land en volk       Psalm 85:1-14      (Uit de Vrouwen Bijbel)

Na danken (vers 2) volgt direct weer bidden (vers 5). Er is nog veel onrecht en zonde onder het volk, Gods toorn wordt nog gevoeld. Waar wil jij voor danken, en waar wil jij voor bidden als je denkt aan ons land, ons volk en onze kerk?


[1]  Hebreeën 7:[2] Aan hem gaf Abraham ook van alles het tiende deel. In de eerste plaats was hij – aldus de vertaling van zijn naam – koning van de gerechtigheid en verder was hij ook koning van Salem, dat is koning van de vrede.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 5 : 46 

DAG 188

LEZEN: JOHANNES 5 : 41 – 47  

THEMA: Het belang van Schriftstudie

(HSV) [46] Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; [1]want hij heeft over Mij geschreven.

(BGT) [46] Als jullie Mozes zouden geloven, dan zouden jullie ook mij geloven. Want Mozes heeft over mij geschreven.

Aantekening

Johannes 5 : 46  als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven. Ware gelovigen hebben een ontvankelijk hart voor Gods ware woorden. Wie de woorden van God geloven die door Mozes zijn geschreven (d.w.z. Genesis t/m Deuteronomium), zullen dan ook de woorden van God die door Jezus zijn uitgesproken erkennen en graag aanvaarden. En wie Mozes’ geschriften afwijzen, zullen Jezus’ woorden ook afwijzen. hij heeft over Mij geschreven. Dit betreft niet alleen uitdrukkelijke voorzeggingen zoals Deuteronomium 18:15, maar alles waarin de heilsgeschiedenis in deze boeken op Christus wijst (zie bv. Lukas 24:27, 44; Johannes 1:46; 3:14; 8:56; Handelingen 26:22; 28:23; 1 Korinthe 10:4; Hebreeën 11:23-26; 1 Petrus 1:10-12; Judas vers 5.

In de verwijs Bijbel wordt bij vers 46 van Johannes 5 verwezen naar: Deuteronomium 18:[15] Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren,[16] overeenkomstig alles wat u van de HEERE, uw God, bij de Horeb gevraagd hebt, op de dag dat u daar bijeenkwam, toen u zei: Ik wil de stem van de HEERE, mijn God, niet langer horen en dit grote vuur wil ik niet meer zien, anders zal ik sterven.[17] Toen zei de HEERE tegen mij: Het is goed wat zij gesproken hebben.[18] Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken.


[1]  Genesis 3:[15] En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.

   Genesis 22:[18] En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

   Genesis 26:[4] Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden,

   Genesis 28:[14] Uw nageslacht zal talrijk zijn als het stof van de aarde en u zult zich uitbreiden naar het westen, het oosten, het noorden en het zuiden. In u en uw nageslacht zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

   Deuteronomium 18:[18] Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 5 : 39  

DAG 187

LEZEN: JOHANNES 5 : 31 – 40  

THEMA: Getuigenis

(HSV) [39] [1]U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen.

(BGT) [39] Jullie lezen veel in de heilige boeken, om het eeuwige leven te vinden. Maar de heilige boeken vertellen juist over mij!

Aantekening

Johannes 5 : 39  Schriftonderzoek op zich geeft geen leven. De Schriften getuigen van Degene Die leven geeft: Jezus (vgl. Johannes 5:46-47). Daarom zou schriftonderzoek moeten leiden tot oprecht geloof in Jezus, met als gevolg gehoorzaamheid en levensverandering, en niet alleen maar tot meer Bijbelkennis. die zijn het die van Mij getuigen. Mensen die (zoals Jezus’ Joodse tegenstanders) het Oude Testament lezen maar niet tot inzicht komen dat alles op Jezus wijst, begrijpen de boodschap ervan niet.

Eer van mensen            Johannes 5:30-44          (Uit de Vrouwen Bijbel)

Het voelt vaak prettig om complimenten en eer te ontvangen. Jezus zegt dat Hij geen eer van mensen aanneemt. Het risico bestaat dat we eer van mensen zoeken en niet de eer van God. Jezus zocht niet Zijn wil, maar de wil van de Vader, Die Hem gezonden heeft. Wie Gods eer zoekt, kan door mensen niet gezien worden. Toch is de eer van God het meeste waard! Gebedspunt?

Getuigen van Jezus 
1. Johannes de Doper5:32-36; vgl. 1:7-8, 15, 19, 32-34; 3:26
2. Jezus’ eigen werken5:36; vgl. 10:25, 32, 37-38; 15:24
3. God de Vader5:37-38; 8:18
4. De Schriften, m.n. Mozes5:39, 45-47
5. Jezus Zelf3:11, 32; 8:14, 18; 18:37
6. De Geest14:26; 15:26; 16:8-11, 13-14
7. De discipelen, m.n. Johannes15:27; 19:35; 21:24

[1]  Jesaja 34:[16] Zoek het na in het boek van de HEERE en lees: niet één van hen zal er ontbreken, zij zullen elkaar niet missen, want Mijn mond heeft het zelf geboden en Zijn Geest Zelf zal hen bijeenbrengen.

   Lukas 16:[29] Abraham zei tegen hem: Zij hebben Mozes en de profeten. Laten zij naar hen luisteren.

   Handelingen 17:[11] En dezen waren edeler van gezindheid dan die in Thessalonica, want zij ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 5 : 27 

DAG 186

LEZEN: JOHANNES 5 : 19 – 30  

THEMA: Is Jezus God?

(HSV) [27] en Hij heeft Hem ook macht gegeven om oordeel te vellen, omdat Hij de Zoon des mensen is.

(BGT) [27] De Zoon is rechter over alle mensen. Hij beslist over dood en leven. Want hij is de Mensenzoon.

Aantekening

Johannes 5 : 27  omdat Hij de Zoon des mensen is. Hier weerklinkt Daniël 7:13; zie aantekening bij Johannes 1:52. Omdat Jezus niet alleen de Goddelijke Zoon van God maar ook de echt menselijke ‘Zoon des mensen’ is, de in [1]Daniël 7:13-14 voorzegde Wereldregeerder in eeuwigheid, heeft de Vader Hem gezag gegeven om het Eindgericht te vellen over ieder mensenkind.

Aantekening bij Johannes 1 : 52  voorwaar, voorwaar, Ik zeg u is een plechtige verklaring om het gezag en het belang van Jezus’ uitspraken te beklemtonen. In dit evangelie komt de uitdrukking 25 keer voor. Hier is ‘u’ beide keren meervoud. de hemel geopend … en de engelen van God opklimmen en neerdalen herinnert aan het verhaal van Jakob in Genesis 28 (zie met name vers 12). Jezus zal een heerlijker weg zijn om bij God te komen dan de hemelse ladder waarop engelen heen en weer klommen tussen God en Jakob (Genesis 28:12; vgl. Hebreeën 10:19-20). Elke plaats waar Jezus is, wordt een nieuw ‘Bethel’ waar God geopenbaard wordt. de Zoon des mensen Jezus is niet alleen ‘een mensenzoon’ zoals ieder mens; Hij noemt Zich herhaaldelijk (in de evangeliën 85 keer) ‘de Zoon des mensen’: de grootste Mensenzoon van alle tijden. Dit is een Messiaanse titel, toegekend aan de mysterieuze Goddelijke/menselijke figuur van Daniël 7:13-14 (‘Iemand als een Mensenzoon’), aan Wie eeuwige heerschappij zou worden verleend over alle volken op aarde (vgl. Mattheüs 26:64).  De Zoon des mensen zal worden ‘verhoogd’ aan het kruis (zie aantekening bij Johannes 3:14). Hij zal goddelijke openbaring geven (Johannes 6:27) en zal met eindtijdgezag optreden (Johannes 5:27; 9:39).

Aantekening bij Johannes 3 : 14  verhoogd. Dit is de eerste van drie uitspraken in Johannes dat de Zoon des mensen zal worden ‘verhoogd’ (vgl. Johannes 8:28; 12:32). Het heeft telkens de voor Johannes typerende dubbele betekenis, (zie ook Johannes 4:10; 8:24; 11:50-51; 19:19; vgl. ook Johannes 3:7-8. Ook hier gaat het om een dubbele betekenis van Zijn uitspraak), het verwijst dus (a) naar Jezus’ dood en (b) naar Zijn opstanding en verheffing tot heerlijkheid in de hemel (vgl. Handelingen 2:33; 5:31). slang in de woestijn. Zie Numeri 21:9; maar vgl. ook Jesaja 52:13. 


[1] Daniël 7:[13] Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen.

   [14] Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 5 : 5 – 6  

DAG 185

LEZEN: JOHANNES 5 : 1 – 18  

THEMA: Beweging en bewogenheid

(HSV) [5] En daar was een man die al achtendertig jaar ziek was. [6] Jezus zag hem liggen en omdat Hij wist dat hij al lange tijd ziek was, zei Hij tegen hem: Wilt u gezond worden?

(BGT) [5] Er was daar ook een man die al 38 jaar ziek was.  [6] Jezus zag hem liggen, en wist dat hij al heel lang ziek was. Jezus vroeg aan hem: ‘Wil je beter worden?’

Aantekening

Johannes 5 : 5  ziek (Grieks ‘asthenia). Het griekse woord is tamelijk algemeen: ‘zwak, krachteloos’; gezien vers 7 zal de man lam zijn geweest, of uiterst zwak. achtendertig jaar is een lange tijd, langer dan veel mensen in de oudheid hebben geleefd. Zie voor een vergelijkbare genezing Mattheüs 9:1-8.

Johannes 5 : 6  wist. Waarschijnlijk wist Jezus door Goddelijke kennis van de situatie van de man, evenals bij Nathanaël (Johannes 1:49) en de Samaritaanse vrouw (Johannes 4:18).

Wachten op een wonder        Johannes 5 : 6     (Uit de Vrouwen Bijbel)

Ben je ook zo iemand die geen mens heeft? Je bent door God gezien! Soms verwachten we een wonder, en soms blijft dat wonder, net als bij deze man, lang uit. Toch is het niet meer nodig om te wachten op een beroering van het water. Het grootste wonder is geschied: Jezus heeft alle wonden, pijn en ziekte gedragen. Alleen bij Hem is genezing te vinden. Ook als lichamelijke genezing uitblijft, kan Hij je hart aanraken.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

EZECHIËL 48 : 23 – 29  

DAG 184

LEZEN: EZECHIËL 48 : 20 – 35  

THEMA: Gelijke delen

(HSV) [23] Vervolgens de overige stammen, van de oostzijde tot de westzijde: Benjamin één gebied. [24] En grenzend aan het gebied van Benjamin, van de oostzijde tot de westzijde: Simeon één gebied. [25] En grenzend aan het gebied van Simeon, van de oostzijde tot de westzijde: Issaschar één gebied. [26] En grenzend aan het gebied van Issaschar, van de oostzijde tot de westzijde: Zebulon één gebied. [27] En grenzend aan het gebied van Zebulon, van de oostzijde tot de westzijde: Gad één gebied. [28] En grenzend aan het gebied van Gad, aan de zuidzijde naar het zuiden, ligt dan het gebied van Tamar, naar het water van Meribath-Kades, langs het beekdal tot aan de Grote Zee. [29] Dit is het land dat u de stammen van Israël als erfelijk bezit moet doen toevallen, en dit zal het land zijn dat hun toebedeeld is, spreekt de Heere HEERE.

(BGT) [23-28] Ook de andere stammen van Israël krijgen een deel van het land in bezit. Elk deel loopt vanaf de Middellandse Zee in het westen tot aan de oostgrens van het land. Ten zuiden van het afgescheiden gebied ligt het gebied van de stam Benjamin. Ten zuiden van het gebied van Benjamin ligt het gebied van de stam Simeon. Ten zuiden van het gebied van Simeon ligt het gebied van de stam Issachar. Ten zuiden van het gebied van Issachar ligt het gebied van de stam Zebulon. Ten zuiden van het gebied van Zebulon ligt het gebied van de stam Gad. Aan de zuidkant van het gebied van Gad loopt de zuidgrens van het land. Die grens loopt van de plaats Tamar tot aan het water van Meribat-Kades. En dan langs de rivier bij de grens met Egypte, tot aan de Middellandse Zee. [29] Zo moeten jullie het land onder de stammen van Israël verdelen. Dat heb ik, de Heer, besloten.

Aantekening

Ezechiël 48 : 23 – 29  Grondgebied van de zuidelijke stammen. De verdeling over de stammen door ten zuiden van de stad, beginnend bij Benjamin (vers 23; dit lag direct ten noorden van Juda in het oude verdeling van landbezit van de stammen), waarschijnlijk vanwege de nabijheid van de nieuwe stad, aangezien Jeruzalem in het gebied van Benjamin lag. De gebieden voor de stammen lijken een zekere rangorde te hebben. Juda grenst aan het centrale heilige gebied in het noorden, Benjamin in het zuiden, beide tegen het nieuwe Jeruzalem aan. In het uiterste noorden zijn Dan, Aser, en Naftalie – allen zonen van ‘bijvrouwen’ (Aser van Zilpa, Dan en Naftali van Bilha) – terwijl in het uiterste zuiden Gad Bilha’s andere zoon is. Het schema van voor de verdeling lijkt vervolgens aspecten te combineren van politieke rangorde (Juda aan de leiding), territoriale verbindingen (Benjamin), volgorde van geboorte (Ruben en Simeon direct naast Juda en Benjamin), de stammen van Jozef (Efraïm ten zuiden van Menasse) en de ‘biologische moeder’, met de zonen van de bijvrouwen aan de uiteinden.

De Bron keert terug          Ezechiël 47 – 48             (Uit de Mannen Bijbel)

Ezechiël 40-48 kan het gevoel oproepen van hulpeloosheid. God is heilig en puur en dat eist Hij ook van ons. Legt God de lat niet te hoog? In hoofdstuk 47 laat Ezechiël zien hoe God de heiligheid gaat geven ondanks onze hulpeloosheid. Van de hoogste en heiligste plaats (de tempel op de berg Sion) zal een steeds groter wordende stroom water via het brandofferaltaar afdalen tot de laagste plaats (de Dode Zee). De Dode Zee zal de levende Zee worden. Deze vernieuwing is het gevolg van de terugkeer van God naar Zijn tempel in Ezechiël 43:7. Dit gebeurde in het bijzonder toen Jezus werd geboren. In de Persoon van Jezus keerde de Bron van Leven terug op aarde. Jezus voldeed in plaats van de mens aan de eisen van God. Jezus’ offer reinigt daarom van alle zonden, net zoals de rivier langs het brandofferaltaar stroomde en daarna leven gaf. Wie in Jezus gelooft, zal van de dood levend worden, net als de Dode Zee. Totdat Jezus definitief bij ons komt wonen, geeft Hij ons te drinken van het levende water (zie Johannes 7:38-39), dat is: Zijn Geest. Uiteindelijk zal Hij nooit meer weggaan. Onze eeuwige stad heet: ‘DE HEERE IS DAAR’ (Ezechiël 48:35).

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

EZECHIËL 48 : 14 

DAG 183

LEZEN: EZECHIËL 48 : 8 – 19  

THEMA: Gewijde grond

(HSV) [14] Zij mogen er niets van verkopen, niets omruilen en het beste deel van het land mogen zij niet aan anderen overdragen, want het is heilig voor de HEERE.

(BGT) [14] Het land dat voor mij is bestemd, is heilig. Daarom mag dat land nooit verkocht of geruild worden. En het mag nooit in het bezit van andere mensen komen.

Aantekening

Ezechiël 48 : 8 – 22  De centrale gebieden. Hiervan is al veel beschreven in Ezechiël 45:1-8. (zie aantekening aldaar) De belangrijke toevoeging betreft de plaats van de stad en haar omringend gebied in de zuidelijkste strook van oost naar west, grenzend aan het gebied van de Levieten (Ezechiël 48:15-19). Met 4500 el in het vierkant beslaat de stad zelf ongeveer 5 km2. In de stad gaat het werk door, de aard van het werk wordt niet beschreven. Misschien is dat het bewerken van het naastliggende land. Vers 19 geeft het nationale karakter van de stad aan, aangezien haar bewoners uit elk van de 12 stammen komen.

  • Aantekening Ezechiël 45:1-8

Delen van het tempelgebied. Deze afbakening van heilige ruimte binnen de bredere context van het herstelde Israël loopt, kort samengevat, vooruit op Ezechiël 48:8-22. De twee verslagen beschrijven dezelfde opzet van het tempeldistrict, hoewel de latere tekst meer details geeft. Ezechiël beschrijft drie stroken van vijfentwintigduizend el (12,5 km), zoals te verwachten van oost naar west gericht, gezien de oost-westas van de tempel. De middelste (of de bovenste?) strook van tienduizend el van noord naar zuid (5 km) omvat het heiligdom (Ezechiël 45:2) en is het gebied waar de priesters verblijven (vers 3-4). De strook met dezelfde afmeting ten noorden daarvan is het thuis voor de Levieten (vers 5). De meest zuidelijke strook, half zo breed, is het gebied voor heel het huis van Israël (vers 6). Dit omvat ook de stad zelf. Aan weerskanten daarvan, aan de oost- en aan de westzijde, liggen de gebieden van vijfduizend (el) breed (2,5 km) en vijfentwintigduizend (el) diep, die toegewezen zijn aan de vorst(vers 7-8a), en die zijn bedoeld om te voorzien in de behoeften van het kroondomein (vers 8b; vgl. 1 Koningen 21). Het is moeilijk te zeggen waarom deze details op dit punt worden ingevoegd. Het belangrijkste is misschien dat dit visioen het ‘waar’ van de plaats steeds voorafgaat aan het ‘wat’ dat daar verondersteld wordt te gebeuren. Na de beschrijving van de tempel en de opsomming van de plichten van de priesters, specificeert het volgende ‘waar’ het omringende gebied waaruit de gaven en de offers zullen komen. De districten die zich vanaf de tempel uitstrekken, beschrijven dit gebied.

In het midden               Ezechiël 48:8, 10, 21         (Uit de Vrouwen Bijbel)

Wie of wat staat in het middelpunt van jouw leven? Als Ezechiël de nieuwe verdeling van het land ziet wordt één ding duidelijk: de tempel, God heiligdom, moet in het midden komen te staan. God wil het middelpunt zijn van het land Israël. En zo wil Hij ook het middelpunt zijn van jouw leven. Te midden van je gezin, je werk, je vrienden, je hele leven. Hij hoort in het midden.