TEKST VOOR VANDAAG
EZECHIËL 47 : 15 – 20
DAG 182
LEZEN: EZECHIËL 47 : 13 – 48 : 7
THEMA: Topografie
(HSV) [15] En dit is de grens van het land: aan de noordzijde: van de Grote Zee, in de richting van Hethlon tot waar men in Zedad komt: [16] Hamath, Berotha, Sibraïm, dat tussen de grens van Damascus en de grens van Hamath ligt; Hazar-Hattichon, dat bij de grens van Havran ligt. [17] De grens loopt dus van de zee tot Hazar-Enon, aan de grens van Damascus en noordelijk, naar het noorden en de grens van Hamath. Dat is dan de noordzijde. [18] En de oostzijde moet u afmeten van tussen Havran en Damascus en van tussen Gilead en het land Israël langs de Jordaan, vanaf de grens naar de Oostelijke Zee. Dat is dan de oostzijde. [19] En de zuidzijde naar het zuiden: vanaf Tamar tot het water van Meribath-Kades, langs het beekdal naar de Grote Zee. Dat is dan de zuidzijde naar het zuiden. [20] En de westzijde: de Grote Zee van de grens tot recht tegenover Lebo-Hamath. Dat is de westzijde.
(BGT) [15] Dit zijn de grenzen van het land: Aan de noordkant loopt de grens vanaf de Middellandse Zee via Chetlon naar Sedad. [16] Dan langs Hamat, Berota en Sibraïm (dat ligt tussen de gebieden van Damascus en Hamat in) naar Chaser-Hattichon. Die plaats ligt bij de grens van Hauran. [17] De noordgrens begint dus bij de Middellandse Zee en eindigt bij Chasar-Enon. Ten noorden van die grens ligt het gebied van Damascus en Hamat. [18] Aan de oostkant begint de grens in het gebied tussen Hauran en Damascus. De grens loopt verder langs de Jordaan (de rivier die Israël van Gilead scheidt) tot aan de Dode Zee. Daarna loopt de grens nog door tot aan de plaats Tamar. [19] Aan de zuidkant loopt de grens vanaf Tamar tot aan het water bij Meribat-Kades. En dan langs de rivier bij de grens met Egypte, tot aan de Middellandse Zee. [20] Aan de westkant is de Middellandse Zee zelf de grens. De westgrens loopt vanaf de zuidgrens tot aan de noordgrens, ter hoogte van Lebo-Hamat.
Aantekening
Ezechiël 47 : 15 – 20 De grenzen zelf worden beschreven, te beginnen bij het noorden. Dit is toevallig de moeilijkste van de te beschrijven grenzen. Het beginpunt (in de richting van Hethlon,vers 15) ligt ergens tussen het huidige Beirut en het Libanese Tripoli, aan de kust van de Middellandse Zee (de Grote Zee). De lijn draait ten noorden van Damascus (vers 16), en ergens ten oosten van Damascus draait hij naar het zuiden. Veel plaatsnamen kunnen niet worden geïdentificeerd. De oostgrens volgt vervolgens de lijn van de Jordaan tot de Oostelijke Zee (vers18). Vanaf Tamar (vers 19), een fort ten zuiden van de Dode Zee, loopt de zuidgrens naar de kust van de Middellandse Zee langs Meribath-Kades, dat opduikt in de buurt van het moderne El Arish in Egypte. De westzijdewordt op natuurlijke wijze gevormd door de kust van de Middellandse Zee zelf (vers 20).