Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

DEUTERONOMIUM 10 : 12 – 13  

DAG 202

LEZEN: DEUTERONOMIUM 10 : 12 – 22  

THEMA: Gehoorzaam uit liefde

(HSV) [12] Nu dan, Israël, wat vraagt de HEERE, uw God, van u dan de HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te gaan, Hem lief te hebben en de HEERE, uw God, te [1]dienen, met heel uw hart en met heel uw ziel, [13] en de geboden van de HEERE en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, in acht te nemen, u ten goede?

(BGT)  [12] Mozes zei verder tegen de Israëlieten: ‘Heb eerbied voor de Heer, jullie God. Dat is wat hij van jullie vraagt. Leef zoals hij het jullie leert. Dien hem, en heb hem lief met je hele hart en je hele ziel.  [13] Vandaag geef ik jullie zijn wetten en regels. Als jullie je daaraan houden, zal het goed met jullie gaan.

Aantekening

Deuteronomium 10 : 12 – 13  Nu dan markeert de overgang van geschiedverhaal naar oproep. wat vraagt de Heere God, van u. Vgl. Micha 6:8. Er volgen vijf geboden. Het centrale gebod is lief te hebben (zie Deuteronomium 4:37; 6:5 en aantekening bij 4:37-39; zie ook Deuteronomium 11:1, 13, 22). te vrezen. Zie aantekening bij Deuteronomium 6:1-2. in al Zijn wegen te gaan. Zie Deuteronomium 5:33 en aantekening bij 5:32-33. te dienen. Zie Deuteronomium 6:13; 10:20; 11:13; 13:4. in acht te nemen. Zie Deuteronomium 4:40; 5:29; 6:25. u ten goede. Gehoorzaamheid komt uiteindelijk het volk ten goede.

Aantekening bij Deuteronomium 4:37-39 Naast Gods universele heerschappij staat Zijn liefde voor Abraham, Izak en Jakob*. Liefhad. Een uniek kernthema in Deuteronomium is de liefde van God voor de aartsvaders (hier en in Deuteronomium 10:15), of voor Zijn volk in het algemeen (Deuteronomium 5:10; 7:9, 12-13; 23:5), en de wederkerige liefde van Israël voor God (Deuteronomium 6:5; 7:9; 10:12; 11:1, 13, 22; 13:3; 19:9; 30:6, 16, 20). zoals het op deze dag is.* weten en ter harte nemen. In Deuteronomium gaat het steeds om bezorgdheid over het hart van Israël (zie Deuteronomium 6:4-5; 7:17; 8:2, 17; 9:4; 10:16).

Aantekening bij Deuteronomium 6:1-2 de geboden, verordeningen en de bepalingen. Zie Deuteronomium 5:31. u de Heere … vreest. Een veelvoorkomend gebod in Deuteronomium. Zie Deuteronomium 4:10; 5:29; 6:13. 24: 8:6; 10:12, 20: 13:4; 14:23; 17:19; 28:58; 31:12, 13.* 

Aantekening bij Deuteronomium 5:32-33 wijk niet af, naar rechts of naar links. Gods weg wordt vergeleken met een rechte weg. Zie ook Deuteronomium 2:27; 7:11, 20; 28:14. Heel de weg … moet u gaan. Zie ook Deuteronomium 8:6; 9:16; 10:12; 11:22; 19:9; 26:17; 28:9; 30:16; 31:29.


[1]  Deuteronomium 6:[5] Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht.

   Mattheüs 22:[37] Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.

   Lukas 10:[27] Hij antwoordde en zei: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

DEUTERONOMIUM 10 : 5  

DAG 201

LEZEN: DEUTERONOMIUM 10 : 1 – 11  

THEMA: Tweede wet

(HSV) [5] En ik keerde mij om, daalde de berg af en legde de tafelen in de kist die ik gemaakt had. Daar zijn ze nog steeds, zoals de HEERE mij geboden had.

(BGT) [5] en ik ben de berg af gegaan, naar beneden. Daarna heb ik de platen in de kist gelegd. En daar liggen ze nog steeds, in de kist die ik in opdracht van de Heer gemaakt heb.

Aantekening

Deuteronomium 10 : 5  Daar zijn ze nog steeds. Het verbond is er nog steeds, ondanks het feit dat Israël in de afgelopen 40 jaar de Heere continu heeft getart.

Overdenking: Het thema van vandaag is Tweede wet, het is niet zo dat Israël er een wet bij kreeg. Nee, Israël kreeg de wet opnieuw. Door dat de Israëlieten ongehoorzaam waren geweest en Mozes in zijn boosheid de eerste wet, die de Heere op twee stenen tafelen had geschreven, verbrijzeld had, moest Mozes nu weer twee stenen tafelen uithouwen. Maar ook moest Mozes een kist voor deze tafelen maken. Deze maakte Mozes van acaciahout. Na het maken van de kist klom Mozes de berg op met de twee stenen in zijn hand. De Heere schreef net als de eerste keer, ook weer de tien woorden op de stenentafelen, overeenkomstig de eerstekeer. De woorden die de Heere gesproken had vanuit het midden van het vuur. Daarna gaf de Heere ze aan Mozes. Toen Mozes de twee stenentafelen ontvangen had, keerde de Mozes om en daalde de berg af en legde de tafelen in de kist die hij hat gemaakt. En in die kist zijn ze nog steeds. Toen braken de Israëlieten op. De tweede wet ging mee. Ook voor ons is het belangrijk, dat als wij op reis gaan Gods Woord meenemen. Als wij dan daarin lezen mogen wij weten dat niet alleen het Woord met ons meer reist maar ook de Heere Zelf, altijd bij ons is. Wij weten vanuit de Bijbel dat de Israëlieten niet altijd deden wat God van hen verlangde. Maar ook weten wij dat God getrouw is en altijd doet wat Hij beloofd heeft. Ook is God onveranderd, dus ook nu komt God zijn beloften nog steeds na. Jezus heeft voor ons de straf gedragen en is onze advocaat. Wij worden vrijgesproken van de zonden die wij deden en doen, als wij deze belijden en geloven in Jezus en Hem volgen. 

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 6 : 53 – 56  

DAG 200

LEZEN: MARKUS 6 : 45 – 56  

THEMA: Oversteek

(HSV) [53] [1]En toen zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesaret en legden daar aan. [54] En toen zij uit het schip gegaan waren, herkende men Hem meteen. [55] En men liep heel die streek door en begon op ligmatten hen die er slecht aan toe waren met zich mee te dragen naar de plaats waarvan ze hoorden dat Hij daar was. [56] En waar Hij ook kwam, in dorpen of steden of in gehuchten, daar legden ze de zieken op de markten en smeekten Hem of zij al was het maar de zoom van Zijn bovenkleed mochten aanraken; en allen die Hem aanraakten, werden gezond.

(BGT) [53] Jezus en de leerlingen gingen met de boot naar de overkant van het meer. Ze gingen aan land bij het gebied Gennesaret.  [54] Zodra ze uit de boot kwamen, werd Jezus door de mensen herkend. [55] Overal waar Jezus was, kwamen de mensen uit de omgeving snel naar hem toe. Ze brachten de zieke mensen naar hem toe op draagbedden.  [56] In elke stad en in elk dorp waar Jezus kwam, werden de zieken op straat neergelegd. De mensen vroegen aan Jezus: ‘Mogen deze mensen alstublieft de rand van uw jas aanraken?’ Want iedereen die hem aanraakte, werd beter.

Aantekening

Markus 6 : 53  De noordoostenwind heeft het schip naar het zuidwesten gedreven. Daardoor komen ze in Gennesaret aan (zie aantekening bij Mattheüs 14:34) in plaats van in Bethsaïda (zie Markus 6:45 en kaart).

Aantekening bij Mattheüs 14 : 34  Gennesaret. De stad of vlakte op de westelijke oever van de zee van Galilea ten zuiden van Kapernaüm, bekend om de vruchtbare grond en overvloed aan walnoten, vijgen en olijven.

Markus 6 : 54 – 55  Jezus is inmiddels algemeen bekend in Galilea. Waar Hij ook komt in die streek, verzamelt zich een menigte.

Markus 6 : 56  Jezus vervolgt Zijn hoofdtaak: prediken in dorpen (bv. vers 6, 36), steden (zie Markus 1:33, 45; 5:14; 6:33) en gehuchten (Markus 5:14; 6:36). En Gods genezingskracht is in geweldige mate aanwezig: allen die Hem aanraakten werden gezond.


[1]  Mattheüs 14:[34] En toen zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesaret.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 6 : 34  

DAG 199

LEZEN: MARKUS 6 : 30 – 44  

THEMA: Massabijeenkomst

(HSV) [34] En toen Jezus uit het schip ging, [1]zag Hij een grote menigte en was innerlijk met ontferming bewogen over hen, [2]want zij waren als schapen die geen herder hebben; [3]en Hij begon hun veel dingen te onderwijzen.

(BGT) [34] Toen Jezus uit de boot stapte, zag hij al die mensen staan. Hij kreeg medelijden met hen, want hij dacht: Het lijken wel schapen zonder herder. Daarom begon hij hun uitleg te geven over God.

Aantekening

Markus 6 : 34  Jezus heeft rust nodig, maar krijgt ontferming over de mensen als Hij ze ziet als schapen die geen herder hebben (vgl. Numeri 27:17; Ezechiël 34:4-5). In Ezechiël 34:10-16 belooft God het volk rechtstreeks te zullen weiden, omdat Israëls leiders het lieten afweten. Jezus gaat door met onderwijzen als de goede Herder (Genesis 48:15; Psalm 23:1-4; Jesaja 40:11; Jeremia 23:4) Die oproept tot berouwvolle onderwerping aan de Messiaanse heerschappij van God (zie Johannes 10:14).

Voeden van compassie          Markus 6:30-55         (Uit de Mannen Bijbel)

Even rust, op adem komen. Dat was wat de discipelen willen nadat zij twee aan twee door de dorpen gegaan zijn, helend en onderwijzend. Geestelijk en fysiek een intensieve ervaring, en nu zijn ze toe aan rust. Voor Jezus Zelf is dit niet anders. Een eindeloze stroom mensen loopt Hem achterna. Jezus’ aandacht wordt continu opgeëist. Er is zelfs geen tijd om even rustig samen te eten. Als ze dan wegvaren om naar een eenzame plek te gaan, staan de mensen hen bij aankomst alweer op te wachten. Opmerkelijk is Jezus’ reactie: compassie. De moed zakt Hem niet in de schoenen. Hij geeft niet af op de situatie, eist niet assertief tijd voor Zichzelf op, maar Hij is ‘innerlijk met ontferming bewogen’. Hij ziet eerst de behoeften en vragen van anderen, en beantwoordt ze. Het geheim van deze houding ligt in de stille krachtbron waar Jezus uit put. ‘Hij ging naar de berg op te bidden’ (vers 46). We lezen vaker dat het Jezus’ gewoonte is stilte te zoeken voor gebed en meditatie (zie Markus 1:13, 35). Dat is hoe wij ook in ons drukke leven onze compassie met anderen kunnen voeden: in stilte ons hart afstemmen op de wil van de Vader.

Rust en voedsel            Markus 6:30-44            (Uit de Vrouwen Bijbel)

Soms is de balans in je leven ver te zoeken. Je bent lichamelijk en geestelijk moe. Jezus ziet dit ook bij Zijn discipelen en raadt hun aan rust te nemen. De rust is echter van korte duur. De mensen komen Jezus weer achterna. Jezus ziet hen in hun nood en voelt zo veel liefde voor hen. Naast het geestelijke voedsel geeft Hij hun ook voedsel dat hun lichaam weer sterk maakt. 


[1]  Mattheüs 9:[36] Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, zoals schapen die geen herder hebben.

   Mattheüs 14:[4] want Johannes had tegen hem gezegd: Het is u niet geoorloofd haar te hebben.

[2]  Ezechiël 34:[2] Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer, en zeg tegen hen, tegen die herders: Zo zegt de Heere HEERE: Wee de herders van Israël die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de schapen weiden?

[3]  Lukas 9:[11] Toen de menigte dat merkte, volgden zij Hem. Hij ontving hen en sprak tot hen over het Koninkrijk van God; en hen die genezing nodig hadden, maakte Hij gezond.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 6 : 26  

DAG 198

LEZEN: MARKUS 6 : 14 – 29  

THEMA: Uit de hand gelopen verjaardagsfeest

(HSV) [26] En de koning werd zeer bedroefd, maar wilde haar omwille van de eden en omwille van hen die mee aanlagen, niet afwijzen.

(BGT) [26] Koning Herodes vond het vreselijk dat ze dat wilde. Maar hij kon er niets meer aan doen. Hij had het beloofd, en alle gasten hadden het gehoord.

Aantekening

Markus 6 : 26  zeer bedroefd. Herodes Antipas had de dood van Johannes nu juist niet gewild. Maar nu Herodias hem in het bijzijn van zijn belangrijkste relaties tot een eed had gemanipuleerd, stonden zijn reputatie en gezag op het spel.

Monddood maken                 Markus 6:14-29         (Uit de Vrouwen Bijbel)

We leren Herodes en Herodias kennen als een goddeloos echtpaar. Herodias’ grootmoeder was nota bene een Joodse prinses. En nu laat Herodias Johannes doden, de grootste profeet van het volk Israël. Hij had kritiek geuit op haar leven en op haar huwelijk. Hoe gaan wij om met dienaren van de Heere die ons de waarheid zeggen? Horen we hen aan en maken we hen daarna monddood? Of laten we ons bekritiseren vanuit Gods woord en nemen we het ter harte?

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 6 :  

DAG 197

LEZEN: MARKUS 6 : 1 – 13  

THEMA: Aanstoot

(HSV) [3] [1]Is Dit niet de timmerman, de Zoon van Maria en de Broer van Jakobus en Joses en van Judas en Simon? En zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij namen aanstoot aan Hem.

(BGT) [3] Hij is toch de timmerman, de zoon van Maria? Zijn broers zijn Jakobus, Joses, Judas en Simon. En zijn zussen wonen hier bij ons.’ De mensen daar wilden niets met Jezus te maken hebben.

Aantekening

Markus 6 : 3  Op de vragen in vers 2 volgen scheptische, lichtelijk kleinere opmerkingen: is Jezus niet een gewone timmerman, de Zoon van Maria? Dit laatste kan een zinspeling zijn op de geruchten dat Hij een onwettig kind was. Jozef moet minstens vier zonen hebben gehad, onder wie Jakobus (zie Handelingen 12:17; Galaten 1:19; 2:9, 12) en Judas (niet de verrader, zie Judas vers 1), en minstens twee dochters (zie voor Jezus’ broers en zusters de aantekening bij Mattheüs 13:55-56). Vanwege het contrast tussen Jezus’ kennelijke wijsheid en macht en Zijn eenvoudige afkomst neemt men aanstoot aan Hem.

Aantekening bij Mattheüs 13 : 55 – 56  De inwoners van Nazareth kennen Jezus’ afkomst en vinden Hem niet zo bijzonder. Hij is een dorpsgenoot met veel pretenties. Zijn broers en Zijn zusters zijn de andere kinderen van Maria en Jozef die na Jezus geboren zijn. Sommige exegeten die aan de leer van de ‘onbevlekte ontvangenis’ van Maria willen vasthouden, hebben geopperd dat dit neven waren of kinderen uit een eerder huwelijk van Jozef. Het Griekse ‘adelphoi (‘broers’) en ‘adelphai (‘zusters’) geven echter geen reden tot deze bewering en hierover is ook geen historische informatie te vinden. Het zou juist aan de heiligheid van Maria bijdragen en niet afdoen als zij gemeenschap met haar echtgenoot Jozef had en nog meer kinderen baarde (vgl. Genesis 1:28; 1 Korinthe 7:3-5; 1 Timotheüs 5:14). Over Jezus ‘familie, zie aantekening bij Markus 6:3.

Timmerman                 Markus 6 : 3                (Uit de Mannen Bijbel)

Jezus was ongeveer dertig jaar oud toen Hij met Zijn bediening begon (Lukas 3:23). In die tijd hadden jongens meestal hetzelfde beroep als hun vader. Van Jozef lezen we dat hij timmerman was (Mattheüs 13:55), dus Jezus zal zijn vak Jozef geleerd hebben en dat waarschijnlijk tot aan Zijn dertigste jaar uitgeoefend hebben.


[1]  Johannes 6:[42] En zij aten allen en werden verzadigd.    

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

PSALM 90  : 4  

DAG 196

LEZEN: PSALM 90  

THEMA: Tijd en eeuwigheid

(HSV) [4] Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, wanneer die voorbijgegaan is, of als een wake in de nacht.

(BGT) [4] Voor u is duizend jaar niet meer dan één dag, niet meer dan vandaag of gisteren, of een paar uur in de nacht.

Aantekening

Psalm 90  Deze klaagzang van de gemeente heeft een of andere niet nader genoemde verdrukking als achtergrond (vers 12, 15). Hij vraagt God medelijden te hebben met zijn volk en het te zegenen. Het opschrift, de de psalm toeschrijft aan Mozes, nodigt de zingende gemeente uit om zich het Israël uit de tijd van Deuteronomium voor te stellen, toen het op het punt stond de Jordaan over te steken en het beloofde land binnen te gaan. Hun ouders waren Mozes gevolgd uit Egypte door de Schelfzee, die doormidden gespleten was. Toch kwamen zij in opstand. Daarom zwoer God dat zij het land niet zouden binnengaan (Numeri 14:20-36). Wilden de Israëlieten hun opdracht volbrengen en wilde God het werk van hun handen bevestigen (Psalm 90:17), dan moest het volk het verbond in acht nemen en in trouw aan God leven. Zij die dit zingen, moeten zichzelf als erfgenamen van die generatie zien, en net als zij de zegen van God vragen zodat zij hun opdracht kunnen uitvoeren. Deze psalm onderstreept de tijd en hoe die voorbijgaat, zoals zichtbaar wordt uit de verschillende woorden voor de ‘tijd’ door heel de psalm heen: ‘dagen’ (vers 4, 9, 12, 14, 15) en ‘jaren’ (vers 4, 9-10, 15). Vgl. de beschrijving van God eeuwig en onveranderlijk, ‘van generatie op generatie’ (vers 1) en ‘van eeuwigheid tot eeuwigheid’ (vers 2). Het bewustzijn hoe kort een mensenleven is (vers 10) voert tot het ernstige gebed om Gods hulp. Zonde die hulp kan Zijn volk niets van blijvende waarde bereiken (vers 16-17). Deze psalm is de basis voor het bekende gezang O God, Die droeg ons voorgeslacht. Volgen het opschrift is deze klaagzang een gebed van ‘Mozes, de man Gods’. Vgl. Deuteronomium 33:1; Jozua 14:6. Over het algemeen gebruik het Oude Testament de uitdrukking ‘man Gods’ voor een profeet, bv. 1 Samuël 2:27; 9:6; 1 Koningen 12:22; 13:1; 17:18; 2 Koningen 4:7. Mozes was natuurlijk een profeet bij uitstek.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

DEUTERONOMIUM 9 : 27 – 29  

DAG 195

LEZEN: DEUTERONOMIUM 9 : 15 – 29  

THEMA: Verzet gebroken

(HSV)  [27] Denk aan Uw dienaren, Abraham, Izak en Jakob; schenk geen aandacht aan de hardleersheid van dit volk, aan zijn goddeloosheid, en aan zijn zonde; [28] anders zal het land waar U ons uit geleid hebt, [1]zeggen: Omdat de HEERE hen niet kon brengen in het land waarover Hij tot hen gesproken had, en omdat Hij hen haatte, heeft Hij hen uitgeleid, om hen te doden in de woestijn. [29] Zij zijn toch Uw volk en Uw eigendom, dat U met Uw grote kracht en met Uw uitgestrekte arm hebt uitgeleid!

(BGT) [27] Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Jakob. Blijf niet te lang boos op dit volk! Ook al zijn ze steeds ongehoorzaam en verzetten ze zich tegen u. [28] Als u uw volk doodt, dan zullen de Egyptenaren zeggen: ‘De Heer was helemaal niet sterk genoeg om zijn volk naar het beloofde land te brengen! Hij had vast een hekel aan die Israëlieten. Daarom heeft hij ze uit Egypte weggehaald: om ze te laten sterven in de woestijn!’ [29] Luister, Heer! Het is toch uw volk? U hebt hen toch bevrijd door uw grote macht?’

Aantekening

Deuteronomium 9 : 27 – 29  De voorbede om genade is in de eerste plaats gebaseerd op de beloften aan Abraham (zie Deuteronomium 4:31 en aantekening). Er wordt geen excuus aangevoerd voor Israëls zonde, want dat is er niet. In de tweede plaats is die voorbede gebaseerd op Gods reputatie onder de heidenvolken, met name Egypte. De vernietiging van Israël zou twee verkeerde signalen afgeven. De eerste is dat God niet bij machte zou zijn om te verlossen, de tweede zou zijn dat Hij Israël haatte. Beide zijn niet waar (vgl. Deuteronomium 1:27, Exodus 32:12).

Deuteronomium 4 : 31 met aantekening:   [31] Want de HEERE, uw God, is een barmhartig God; Hij zal u niet loslaten, en u niet te gronde richten; Hij zal het verbond met uw vaderen, dat Hij onder ede met hen gesloten heeft, niet vergeten.  Aantekening: barmhartig. Gods barmhartigheid doet geen afbreuk aan Zijn na-ijverige toorn (vers 24; vgl. Deuteronomium 5:9-10; Exodus 34:6-7). In Deuteronomium is genade gegrond in Gods trouw aan de beloften aan Abraham (Deuteronomium 9:27; 30:5, 20). God zal zich houden aan Zijn verbond met Abraham, zelfs als Israël  het vergeet (Deuteronomium 4:23; zie Romeinen 3:3-4). God heeft het verbond onder ede met hen gesloten (Genesis 22:16; Hebreeën 6:13, 17-18).  


[1]  Exodus 32:[12] Waarom zouden de Egyptenaren zeggen: Met kwade bedoelingen heeft Hij hen uitgeleid, om hen in de bergen te doden en hen van de aardbodem te vernietigen? Laat Uw brandende toorn varen, en heb berouw over het kwaad voor Uw volk.

   Numeri 14:[16] Omdat de HEERE dit volk niet in het land kon brengen dat Hij hun gezworen had, daarom heeft Hij hen in de woestijn afgeslacht.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

DEUTERONOMIUM 9 : 4 – 5  

DAG 194

LEZEN: DEUTERONOMIUM 9 : 1 – 14  

THEMA: Wees niet trots

(HSV) [4] Wanneer de HEERE, uw God, hen van voor uw ogen verjaagd heeft, zeg dan niet in uw hart: Vanwege míjn gerechtigheid heeft de HEERE mij in dit land gebracht om het in bezit te nemen. Want het is vanwege de goddeloosheid van deze volken dat de HEERE hen van voor uw ogen uit hun bezit verdrijft. [5] Niet vanwege uw gerechtigheid of vanwege de oprechtheid van uw hart komt u hun land in om het in bezit te nemen, maar vanwege de goddeloosheid van deze volken verdrijft de HEERE, uw God, hen van voor uw ogen uit hun bezit, en om het woord gestand te doen dat de HEERE, uw God, uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, [1]gezworen heeft.

(BGT) [4-5] Als de Heer die volken verjaagt, denk dan niet: De Heer heeft ons dit land gegeven omdat wij dat verdiend hebben. De Heer brengt jullie wel naar dat land, maar niet omdat jullie zo goed zijn. Nee, hij verjaagt de andere volken omdat zij zo slecht zijn! En omdat hij dat land plechtig beloofd heeft aan jullie voorouders Abraham, Isaak en Jakob.

Aantekening

Deuteronomium 9 : 4 – 5  zeg dan niet in uw hart (zie Deuteronomium 7:17 en aantekening bij vers 17-18) verwijst naar Israëls trots die geworteld is in het hart (vgl. Deuteronomium 8:17). In die tijd werd de overwinning in de strijd beschouwd als beloning voor rechtvaardigheid in de ogen van de goden. Israël krijgt de waarschuwing niet zo te denken. De overwinning in het Beloofde Land is Gods straf voor de slechtheid van de heidenvolken daar, maar dit betekent niet dat Israël wel rechtvaardig is. Israël krijgt het land in bezit vanwege Gods trouw aan Zijn beloften aan Abraham.

Schuld belijden            Deuteronomium 9:5           (Uit de Vrouwen Bijbel)

Nogmaals benadrukt Mozes dat het volk niet schuldloos is. Hij brengt hun zonde in herinnering. Moet dat steeds? Het kan je ook belemmeren om verder te gaan. Maar Mozes laat anderzijds ook zien dat God desondanks met het volk is omdat het Zijn volk is. En dat de andere volken het onderspit delven omdat de niet Zijn volk zijn. Schuld belijden aan God is ten diepste niets anders dan God belijden. Daarna kan Israël en kunnen ook wij weer verder.

De verwijs Bijbel verwijst hier bij vers 5 ook nog naar Titus 3:[3] Want ook wij waren voorheen onverstandig, ongehoorzaam, dwalend, verslaafd aan allerlei begeerten en hartstochten, levend in slechtheid en afgunst, hatelijk en elkaar hatend. [4] Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, [5] maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest. [6] Die heeft Hij in rijke mate over ons uitgegoten door Jezus Christus, onze Zaligmaker, [7] opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn genade, erfgenamen zouden worden, overeenkomstig de hoop van het eeuwige leven.

Aantekening bij Deuteronomium 7 : 17-18  Israël krijgt drie keer (hier, 8:17 en 9:4) de waarschuwing om niet in hun hart dingen te zeggen die angst (7:17) of trots (8:17; 9:4) uitdrukken, In Deuteronomium wordt vaak geschreven over hoe het er met het hart van Israël voor staat (zie Deuteronomium 4:39; 6:6). Het antwoord op elke waarschuwing is: ‘Denk … aan’ (7:18) of ‘Houd in gedachten’ (8:8; 9:7). De oplossing voor verkeerde vrees is te denken aan wat de Heere, uw God … gedaan heeft. Juiste vrees is de vrees voor God.


[1]  Genesis 12:[7] Toen verscheen de HEERE aan Abram en zei: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij daar een altaar voor de HEERE, Die hem verschenen was.

   Genesis 13:[15] Want al het land dat u ziet, zal Ik voor eeuwig aan u en uw nageslacht geven.

   Genesis 15:[7] Verder zei Hij tegen hem: Ik ben de HEERE, Die u uit Ur van de Chaldeeën geleid heeft, om u dit land te geven om het in bezit te hebben.

   Genesis 17:[8] Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn.

   Genesis 26:[4] Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden,

   Genesis 28:[13] En zie, de HEERE stond boven aan die ladder en zei: Ik ben de HEERE, de God van uw vader Abraham en de God van Izak; dit land waarop u ligt te slapen, zal Ik u en uw nageslacht geven.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

DEUTERONOMIUM 8 : 7-10 

DAG 193

LEZEN: DEUTERONOMIUM 8 : 7 – 20  

THEMA: Het beloofde land

(HSV) [7] Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land: een land met waterbeken, bronnen en diepe wateren, die ontspringen in het dal en op het gebergte; [8] een land met tarwe en gerst, wijnstokken, vijgenbomen en granaatappels; een land met olierijke olijfbomen en honing; [9] een land waarin u zonder schaarste brood zult eten, waarin het u aan niets ontbreken zal; een land waarvan de stenen ijzer zijn, en waarin u uit zijn bergen koper kunt hakken. [10] [1]Als u dan gegeten hebt en verzadigd bent, loof dan de HEERE, uw God, voor het goede land dat Hij u gegeven heeft.

(BGT) [7] De Heer, jullie God, brengt jullie straks naar een mooi land. Een land vol meren, bronnen en stromende rivieren.  [8] Het is een land waar veel koren groeit. Een land waar wijngaarden zijn, en bomen met veel vruchten. Een land vol olijven en honing.  [9] Je hoeft er geen honger te lijden, en in de bergen is veel ijzer en koper te vinden. Dat land heeft alles wat jullie nodig hebben. [10] Jullie zullen daar meer dan genoeg te eten hebben. Je moet de Heer, je God, daarvoor danken. Dank hem voor dat prachtige land dat hij jullie gegeven heeft.

Aantekening

Deuteronomium 8 : 7  De test uit vers 3 moet volbracht worden omdat (Want) Israël nu een uitzonderlijk overvloedig land binnengaat (vers 7-10). Hoewel de woestijn het tegenovergestelde is van een goed land, is het de plaats waar Israël getest wordt voor het leven in het land.

Deuteronomium 8 : 10  Deze lofzang op het land eindigt met totale verzadiging. Daarvoor moet Israël de Heere ‘loven’.

Voedingswaarde           Deuteronomium 8 : 8          (Uit de Mannen Bijbel)

Waar Nederlanders vele generaties met aardappelen opgroeiden, zijn het vooral gerst en tarwe die op het hoofdmenu staan van de mensen die leefden in de bijbelse tijd. Er zit weinig verschil in energie, maar veel verschil in voedingswaarden. Tarwe en gerst hebben beduidend meer eiwitten, aardappelen iets meer koolhydraten. Gerst werd over het algemeen beschouwd als voedsel voor de armeren.


[1]  Deuteronomium 6:[11] huizen, vol van allerlei kostbare dingen, waarmee u ze niet gevuld hebt, uitgehakte putten, die u niet uitgehakt hebt, en wijngaarden en olijfgaarden, die u niet geplant hebt – en u gegeten hebt en verzadigd bent,

     [12] wees dan op uw hoede dat u de HEERE, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft, niet vergeet.