TEKST VOOR VANDAAG
MARKUS 2 : 5 – 7
DAG 39
LEZEN: MARKUS 2 : 1 – 12
THEMA: Wie kan zonden vergeven?
(HSV) [5] En toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de verlamde: Zoon, uw zonden zijn u vergeven. [6] En er zaten daar enigen van de schriftgeleerden, en die overlegden in hun hart: [7] Waarom spreekt Deze op die manier godslasteringen? Wie kan zonden vergeven dan God alleen?
(BGT) [5] Jezus zag dat die mensen in hem geloofden. Daarom zei hij tegen de man die niet kon lopen: ‘Ik vergeef je alles wat je verkeerd gedaan hebt.’ [6] Er zaten een paar wetsleraren tussen de mensen. Die dachten bij zichzelf: [7] Zoiets mag hij helemaal niet zeggen! Hij beledigt God. Alleen God kan de zonden van mensen vergeven!
Aantekening
Markus 2 : 5 – 7 hun geloof. ‘Hun’ slaat uiteraard op de vrienden die de verlamde bij Jezus brengen, maar mogelijk tevens op de verlamde zelf (zie aantekening bij Jakobus[1] 5:15). uw zonden zijn u vergeven. Een profeet in het Oude Testament kon zeggen: ‘De Heere heeft uw zonde weggenomen’ (2 Samuël 12:13), maar Jezus treedt op als Iemand Die rechtstreeks zonden kan vergeven, zoals God alleen kan doen. De tegenstanders concluderen dat Hij schuldig is aan godslasteringen. Hierop staat de doodstraf (Leviticus 24:10-23; Numeri 15:30-31; zie Markus 14:62-64).
Geloof wordt beantwoord Markus 2 : 1 – 12 (Uit de Mannen Bijbel)
Vastberadenheid en creativiteit. Dat zien we bij de vier mannen die een verlamde meedragen. Op een normale manier bij Jezus komen gaat niet, dan maar via het dak. Ze maken een gat – waarschijnlijk in het dak van het huis waar Jezus logeerde (zie Markus 2:1)! Dat is ongehoord, en gedurfd, want ze willen geen boze eigenaar.
Als Jezus de verlamde voor Zich heeft, kijkt Hij omhoog, en ziet geen opengebroken dak. Hij ziet het geloof in de ogen van de mannen die naar beneden kijken. Dat verklaart veel. Hun vastberadenheid en creativiteit worden gevoed door het besef dat hun vriend bij Jezus moet zijn. Ogenschijnlijke barrières kunnen hen niet tegenhouden. Geloven betekent voor hen ook dat zij verantwoordelijkheid nemen voor het kapotte dak en de ergernis van neervallend gruis. In hun relatie met Jezus is er iets dat veel belangrijker voor hen is: ze vertrouwen op genezing voor hun vriend.
Jezus beantwoordt hun geloof. Hij spreekt geen woord over materiële schade. Hij ziet zelfs niet eerst een verlamde man, maar een zoon die vergeving nodig heeft van zijn zonden. ‘Toen Jezus hun geloof zag’ (vers 5) – een zin om te onderstrepen. Jouw geloof kan ook voor een ander veel betekenen!
(Uit de verwijs Bijbel) De verwijzingen bij vers 7 van Markus 2
Psalm 32: [5] Mijn zonde maakte ik U bekend, mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zei: Ik zal mijn overtredingen belijden voor de HEERE. En Ú vergaf mijn ongerechtigheid, mijn zonde.
Jesaja 43: [25] Ik, Ik ben het Die uw overtredingen uitdelgt omwille van Mijzelf, en aan uw zonden denk Ik niet.
Vergeving Markus 2 : 1 – 13 (Uit de Vrouwen bijbel)
Voor ons lijkt het dat de verlamdheid het grootste probleem is in het leven van deze man. Er is echter nog een veel ernstiger probleem tussen God en ons mensen: onze zonde. Daar komt Jezus ons van verlossen. Hij wil niet alleen ziekte wegnemen, maar ook vergeving van zonde schenken. Zonde die ons terneerdrukt. Wanneer je dat door het geloof ontvangt, ga je God verheerlijken (vers 12)!
[1] Aantekening: Jakobus 5: 15 het gelovig gebed. Jakobus doelt hier niet op het geloof van de zieke. Christenen die ziek zijn, vinden het persoonlijk gebed vaak moeilijk. Jakobus geeft de zieke slechts de opdracht om de ouderlingen te roepen. Het zijn met name de ouderlingen die Jakobus aanspoort om in geloof en vertrouwen voor de zieke te bidden. zal … behouden (Grieks sözö) heeft een dubbele betekenis: (1) de zieke zal lichamelijk worden genezen, en/of (2) de zieke kan ook geestelijke verlossing ervaren of groei in de zegeningen van het heil (zonden … vergeven). Zoals te zien is in de evangeliën genas Jezus zowel lichamelijk als geestelijk en dezelfde dubbele betekenis kan ook hier van toepassing zijn. Jakobus leert niet dat alle zieken genezen als zij maar een beroep zouden doen op de ouderlingen, proberen om een toereikend geloof te grijpen, of met voldoende overtuiging te bidden. Als er inderdaad genezing komt, is dit altijd een gave van God Die soeverein is over alle omstandigheden, met inbegrip van ziekte en gezondheid. Het is dus niet zo dat het uitblijven van genezing gelegen is in gebrek aan geloof bij de zieke. (Over de gaven van geloof en genezing zie 1 Korinthe 12: 9 *.) Sommige exegeten denken niet zozeer dat Jakobus verwijst naar lichamelijke genezing, als wel naar de belofte van de opstanding. ’als hij zonden heeft begaan’ houdt in dat niet alle ziekte samenhangt met specifieke zonden, hoewel Jakobus lijkt te verwachten dat dit soms wel het geval is (vgl. 1 Korinthe 11:30).