TEKST VOOR VANDAAG
MARKUS 1 : 41 – 42
DAG 38
LEZEN: MARKUS 1 : 35 – 45
THEMA: Beterschap!
(HSV) [41] En Jezus, innerlijk met ontferming bewogen, stak Zijn hand uit, raakte hem aan en zei tegen hem: Ik wil het, word gereinigd! [42] En toen Hij dit gezegd had, week de melaatsheid meteen van hem, en hij werd gereinigd.
(BGT) [41] Jezus had medelijden met de man. Hij raakte hem aan en zei: ‘Ik wil dat je beter wordt.’ [42] Meteen werd de man beter. Zijn huidziekte was weg.
Aantekening
Markus 1 : 41 -42 raakte hem aan. Jezus’ liefde, ontferming en macht zijn zodanig dat door Zijn aanraking de melaatse wordt gereinigd, in plaats dat Hijzelf onrein wordt.
MARKUS
Het Evangelie naar Markus is naar alle waarschijnlijkheid het oudste evangelie dat we bezitten. Bij Markus valt niet zozeer de verheven grootheid op, die ons trof in voorafgaande evangelie (Mattheüs), met name in de toespraken van Jezus. Eerder maakt het evangelie van Markus op ons de indruk van een vertelling, die persoonlijke herinneringen op eenvoudige wijze wil doorgeven.
Schrijver: Prof. dr. R. Bart zegt over de schrijver van het Evangelie: ‘De schrijver van het boek vindt men aangeduid in een kleine episode hfst. 14: 51, 52, waar men leest:
“En een jonge man, die een laken om het naakte lichaam geslagen had, liep mede, Hem achterna, en zij grepen hem. Maar hij liet het laken in hun handen en nam naakt de vlucht.”
Deze gebeurtenis heeft met de rest van het verhaal van Getsemane een zo geringe samenhang, dat het vrijwel zeker een persoonlijke herinnering van de schrijver is. Men heeft het wel vergeleken met de signatuur die de schilder ergens in de hoek van zijn schilderij aanbrengt. De schrijver is dan dus niet een van ‘de twaalf’, maar wel zal hij de lijdensgeschiedenis in Jeruzalem meegemaakt hebben.
De oudkerkelijke overlevering wijst Markus met als tweede naam: Johannes, eenstemmig aan als de schrijver. (Johannes was zijn Joodse, Markus zijn Latijnse naam). Hij was de zoon van een zekere Maria; in haar huis kwamen de leidende figuren van de vroegste gemeente bijeen (Handelingen 12:12). Hij was de neef van Barnabas (Kolossenzen 4:10) en evenals deze waarschijnlijk van geboorte Leviet. Barnabas en Paulus namen hem met zich mee, toen ze de liefdegaven van de gemeente van Antiochië naar Jeruzalem moesten brengen (Handelingen 11:29, 30; 12:25). Op hun eerste zendingreis heeft Markus hen vergezeld. Maar de gebeurtenis in Getsemane herhaalde zich: toen de zendelingen van Cyprus overstaken naar Klein-Azië en het land introkken via het ruige gebergte van Pisidië en Isaurië, toen verliet Markus hen en ging terug naar Jeruzalem (Handelingen 13:5, 13). Daarmee werd hij de oorzaak van het uiteengaan van Paulus en Barnabas (Handelingen 15:37). Ongeveer tien jaar later echter treffen we Markus weer aan onder Paulus’ medewerkers, en geeft deze van hem een uitstekende getuigenis (Filemon 24; Kolossenzen 4:10). Een laatste gegeven over de relatie tussen Paulus en Markus vinden we in 2 Timotheüs 4:11, waar Paulus aan Timotheüs vraagt om vooral Markus mee te nemen naar Rome. Als Markus gehoor heeft gegeven aan die uitnodiging, dan zal hij omstreeks 63/64 naar Rome zijn gekomen. Tussen de eerste en de tweede gevangenschap van Paulus schijnt hij de naaste medewerker van Petrus te zijn geweest. Hij was ook bij Petrus, toe deze (hoogstwaarschijnlijk vanuit Rome) zijn eerste brief schreef (1 Petrus 5:13).
Bestemming Uit de inhoud van het boek blijkt duidelijk, dat het bestemd is voor lezers die niet vertrouwd zijn met de Joodse zeden en gebruiken, omdat deze hun blijkbaar uitgelegd moeten worden.
Ontstaan Markus was niet rechtstreeks een leerling van Jezus geweest: dus was hij van de meeste berichten die hij doorgaf geen ooggetuige. Uit welke bron heeft hij zijn rijke informatie kunnen putten? Uit de beste bron die er te vinden was: het getuigenis van Petrus zelf, wiens geestelijke zoon en medewerker hij was.