Tekst voor vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

GENESIS 15 : 5 – 6

DAG 8

LEZEN: GENESIS 15 : 1 – 11

THEMA: Hogere sterrenkunde

(HSV) [5] Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: [1]Zo talrijk zal uw nageslacht zijn. [6] [2]En hij geloofde in de HEERE, en Die rekende hem dat tot gerechtigheid.

(BGT) [5] Toen nam de Heer Abram mee naar buiten. ‘Kijk eens naar de hemel,’ zei de Heer. ‘Tel de sterren eens, als je dat kunt. Zo veel nakomelingen zul je krijgen.’ [6] Abram geloofde wat de Heer zei, en daarom vond de Heer Abram een goed mens.

Aantekening 

Genesis 15 : 6  Deze sleuteltekst in Genesis wordt in het Nieuwe Testament viermaal aangehaald (Romeinen 4:3, 22; Galaten 3:6; Jakobus 2:23). Geloof in God is iets wat geacht wordt door iedereen in de Bijbel te worden gepraktiseerd. Het behelst vertrouwen in God of een vertrouwelijke band met God (zie aantekening bij [3]Johannes 1:12-13; [4]Hebreeën 11:1), gebaseerd op de betrouwbaarheid van Zijn woorden, en het zal leiden tot het in acht nemen van Zijn geboden. Iemands geloof of het ontbreken daarvan wordt het best zichtbaar in een crisis zoals Abram die doormaakte. Hij geloofde dat God hem een zoon zou schenken, ondanks jarenlange kinderloosheid. rekende hem dat tot gerechtigheid. ‘Gerechtigheid’ is de fundamentele oudtestamentische deugd, gekenmerkt door een vroom leven in overeenstemming met de wet. De rechtvaardige geniet Gods genade. Hier onderstreept de verteller het belang van geloof. Voordat Abram zichzelf als rechtvaardige heeft bewezen door zijn daden, wordt hij gerekend (d.w.z. beschouwd) als rechtvaardige, vanwege zijn geloof. 

Een rijke toekomst       Genesis 15 : 1 – 6          (Uit de Vrouwen Bijbel)

Hoe kijk jij naar de toekomst? Abram is kinderloos en al op leeftijd. In de toekomst zal zijn familie menselijkerwijs niet worden voortgezet. Hij begrijpt dan ook niet waarom de Heere hem zoveel belooft. God doet echter geen boekje open over hoe het allemaal precies zal verlopen in Abrams leven. Abram vraagt ook uiteindelijk niet naar Gods plan met zijn leven. Hij vertrouwt de God Die hem geroepen heeft uit Ur.

Belooft is belooft           Genesis 15 : 5               (Uit de Vrouwen Bijbel)

Heb jij op een heldere avond weleens naar de ontelbare sterren gekeken? Zoals God Abram eerder over het land liet kijken (Genesis 13:15), laat God hem nu in een visioen naar de sterren kijken en belooft hem een talrijk nageslacht. ‘En hij geloofde in de Heere, en Die rekende hem dat tot gerechtigheid’(vers 6). Abram wordt als rechtvaardig beschouwd omdat hij God vertrouwde. God rekent ook ons tot rechtvaardig als we zien op Christus, de beloofde Verlosser.


[1]  Exodus 32:[13] Denk aan Abraham, aan Izak en aan Israël, Uw dienaren, aan wie U bij Uzelf hebt gezworen en tot hen gesproken hebt: Ik zal uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel, en dit hele land waarover Ik gesproken heb, zal Ik aan uw nageslacht geven, zodat zij het voor eeuwig in erfbezit nemen.

   Deuteronomium 10:[22] Met zeventig zielen trokken uw vaderen naar Egypte, en nu heeft de HEERE, uw God, u zo talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel.

   Romeinen 4:[18] En hij heeft tegen alles in gehoopt en geloofd dat hij een vader van vele volken zou worden, overeenkomstig wat gezegd was: Zo zal uw nageslacht zijn.

   Hebreeën 11:[12] Daarom zijn er zelfs uit één man en dat uit iemand wiens kracht al gestorven was, zovelen geboren als de sterren van de hemel in menigte en als het zand op het strand van de zee, dat niet te tellen is.

[2]  Romeinen 4:[3] Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend. [9] Geldt deze zaligspreking nu alleen voor besneden mensen of ook voor onbesneden mensen? Wij zeggen immers dat aan Abraham het geloof gerekend is tot gerechtigheid. [18] En hij heeft tegen alles in gehoopt en geloofd dat hij een vader van vele volken zou worden, overeenkomstig wat gezegd was: Zo zal uw nageslacht zijn. [22] Daarom ook is het hem tot gerechtigheid gerekend. 

   Galaten 3: [6] Zoals Abraham God geloofde en het hem tot gerechtigheid werd gerekend.

   Jakobus 2: [22] Ziet u wel dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat door de werken het geloof volmaakt is geworden?

[3]  Johannes 1:[12] Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;

     [13] die niet uit bloed, niet uit de wil van vlees en ook niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.

    Aantekening: Hem aangenomen. ‘Aannemen’ betekent niet alleen met je verstand feiten over Jezus aanvaarden, maar ook ons in een persoonlijke relatie aan Hem onderwerpen. Zijn Naam betekent alles wat waar is over Hem, en daarmee geheel Zijn Persoon. die … geloven (Grieks pisteuö eis) houdt persoonlijk vertrouwen in. niet uit bloed … maar uit God geboren. Geen fysieke geboorte, etnische afkomst of menselijke inspanning kan mensen tot kinderen van God maken, maar alleen Gods boven natuurlijk werk (Johannes 8:41-47; vgl. Johannes 3:16). Zodoende kunnen niet alleen Joden, maar ook heidenen Gods kinderen worden (Johannes 11:51-52; vgl. Johannes 10:16). Zie ook Johannes 3:3-8.allen … heeft Hij macht gegeven … die … geloven. Lid worden van Gods familie door aanneming tot Zijn kind wordt voorafgegaan door het zaligmakend geloof.

[4]  Hebreeën 11: [1] Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.

   Aantekening: vaste grond. Grieks ‘upostasis (‘verzekerdheid’, ‘overtuiging’; Hebreeën 3:14). hoopt. Over hoop zie Hebreeën 3:5; 6:11, 18; 7:19; 10:23. een bewijs van de zaken die men niet ziet. Door het geloof (Grieks pistis) te definiëren als ‘vaste grond’ en ‘bewijs’, zegt de auteur dat het bijbelse geloof geen vage, ingebeelde hoop, geen ‘wishful thinking’ is. Integendeel, geloof is de vaste overtuiging dat er in de toekomst iets – wat nog niet zichtbaar is, maar wel door god beloofd – ook werkelijk gaat gebeuren omdat Hij het zal doen. Bijbels geloven is geen bind vertrouwen terwijl het tegenovergestelde gebeurt, geen ‘sprong in het duister’; het is een innig, overtuigd vertrouwen in de almachtige, eeuwige, alwijze eeuwig betrouwbare God. Die Zich in Zijn Woord en in de mens Jezus Christus heeft geopenbaard. Zijn beloften zijn waar gebleken van geslacht tot geslacht, en Hij zal Zijn eigen volk ‘beslist niet loslaten en … beslist niet verlaten’ (Hebreeën 13:5). Dit geloof in Gods onzichtbare werkelijkheid krijgt extra aandacht in hoofdstuk 11 (b.v. 11:7, 8; vgl. vers 3) en heeft overtuiging en ‘vaste grond’ gebracht bij allen die Christus als hun Heere en Zaligmaker aannemen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *