TEKST VOOR VANDAAG
GENESIS 11 : 27
DAG 2
LEZEN: GENESIS 11 : 10 – 32
THEMA: Halverwege
(HSV) [27] Dit zijn de afstammelingen van Terah: Terah verwekte Abram, Nahor en Haran; en Haran verwekte Lot.
(BGT) [26] Toen Terach 70 jaar oud was, kreeg hij drie zonen: Abram, Nachor en Haran.
Aantekening
Genesis 11 : 27 Abram krijgt later de naam ‘Abraham’ (zie Genesis [1]17:5). [Abraham – In de laatste lettergreep van dit woord klinkt het Hebreeuwse woord voor ‘menigte’ door.]
Genesis 11 : 27 Geschiedenis van de aartsvaders. De vertelling beweegt zich nu van het algemene overzicht van de mensheid naar de specifieke familie waaruit Israël voortkomt. De verhalende stijl wordt strikt zakelijk. De verteller besteedt veel meer tijd aan het beschrijven van het leven van zijn karakters. Waar hoofdstuk 1 – 11 vele generaties overlapt in slechts 11 hoofdstukken, gaat de geschiedenis van de aartsvaders over slechts vier generaties in wel 30 hoofdstukken. Het begint met Abraham en vervolgt met Izak, en zijn beide zonen Jakob e Ezau. Het laatste gedeelte richt de aandacht op Jakobs zonen, met name Jozef. Hier worden de specifieke eigenschappen voor het bestaan van Israël duidelijk: Het (Mozaïsche) verbond van de Sinaï dat de eerste hoorders van de hoofdstukken ontvangen, zal de historische achtergrond leveren waarin Israël deze aartsvaderlijke beloften in praktijk moet brengen. In de loop van deze hoofdstukken zullen de lezers zien hoe God de leden van Zijn uitverkozen Familie bewaart. Het is hun roeping met Hem te wandelen en zo de bron te zijn van een bijzonder volk, het kanaal waardoor de zegen tot heel de wereld komt.
Genesis 11 : 27 Nakomelingen van Terah. Een nieuw opschrift, gekenmerkt door de uitdrukking ‘Dit zijn de afstammelingen van’, leidt het volgende hoofdonderdeel van Genesis in (zie aantekening bij Genesis [2]2:4). Deze hoofdstukken richten zich op de onmiddellijke nakomelingen van Terah. Ze besteden bijzondere aandacht aan Abram, omdat de unieke familielijn van Genesis via hem doorgaat.Genesis 11 : 27 – 32 Een korte introductie op de familie van Terah. Er volgen verschillende details die ertoe bijdragen de volgende vertelling te begrijpen: de dood van Haran, de vader van Lot (vers 28); de terugkeer van de familie van het zuiden naar het noorden van Mesopotanië (vers 31); en de onmogelijkheid van Abrams vrouw om kin
[1] Genesis 17: [5] U zult niet meer Abram heten, maar uw naam zal Abraham zijn, want Ik zal u vader van een menigte van volken maken.
[2] Genesis 2:[4] Dit is wat uit de hemel en de aarde voortkwam, toen zij geschapen werden. Op de dag dat de HEERE God aarde en hemel maakte –
Aantekening bij Genesis 2:[4] Dit is wat uit de hemel en de aarde voortkwam. Dit is de eerste van de elf van zulke beginzinnen die structuur geven aan het boek Genesis (vgl. Genesis 5:1, met enige variatie 6:9; 10:1; 11:10; 11:27; 25:12; 25:19; 36:1; 36:9; 37:2 *). Elke aanhef richt de aandacht op wat voortkomt uit het object of de persoon die genoemd wordt. De eerste vertalers van Genesis in het Grieks (in de Septuagint, voortaan weergegeven als LXX) gebruikten het woord genesis om het Hebreeuwse woord voor ‘generaties’ (Hebreeuws toledot) over te zetten, vandaar de titel ‘Genesis’. De rest van het vers is kunstig opgebouwd als een soort spiegel, ofwel in een chiastische vorm, waarbij de delen van de twee poëtische lijnen op elkaar betrokken zijn in omgekeerde volgorde: hemel (A), aarde (B), toen zij geschapen werden (C). Op de dag dat de Heere God maakte (C’), aarde (B’) en hemel (A’). Deze vorm verenigt de twee delen van het chiasme. Daardoor worden de lezers aangemoedigd Genesis 2:5-25 in harmonie te brengen met Genesis 1:1-2:3. Heere God. In het verloop van Genesis 1:1-2:3 werd het algemene woord ‘God’ gebruikt om de Godheid aan te duiden als de transcendente Schepper. Nu wordt de lezer ingeleid in de persoonsnaam van God, te weten ‘Jahweh’ (vertaald al de Heere vanwege de oude Joodse traditie om deze persoonsnaam te vervangen door de ‘adonai, die in het Hebreeuws ‘Heer’ betekent). Het gebruik van ‘Jahweh’ in deze passage onderstreept de persoonlijke en relationele natuur van God. Het eerdere gebruik voor de voor de vertaling hiervan als ‘Heere’ en niet als ‘Jahweh’ vindt men in de gebruikelijke vertaling door de LXX (Grieks Kurios, ‘Heer’). De nieuwtestamentische auteurs halen deze vertaling vele malen aan. Zij gebruikten ook de Griekse term ‘kirios’, ‘Heer’, liever dan ‘Jahweh’ voor de Godsnaam. *