Dagelijks Woord
Maandag 04 november 2019 – Filippenzen 3:20-21
[1]Ons burgerschap is echter in de hemelen, [2]waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, [3]Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.
(BGT) Wij kiezen niet voor het aardse, maar voor het hemelse leven. Want wij verwachten uit de hemel onze redder, de Heer Jezus Christus. 21Hij heeft de macht gekregen over alles en iedereen. Hij zal onze zwakke lichamen veranderen, hij maakt ze zo schitterend als zijn eigen hemelse lichaam.
Aantekening
Filippenzen 3 : 20 > Burgerschap. Zie aantekening bij Filippenzen 1:27.
{De woorden ‘het Evangelie … Christuswaardig’ zijn een vertaling van het Griekse politeuesthe. Het kan ook vertaald worden met ‘gedraag je als burgers die [het Evangelie van Christus] waardig zijn’, wat past bij het woordenspel van Paulus hier en in Filippenzen 3:20 (‘ons burgerschap [Grieks politeuma] is in de hemelen’). Filippi was er trots op een Romeinse kolonie te zijn, die de eer en het privilege van her Romeinse staatsburgerschap bood. Paulus herinnert de gemeente eraan dat zij zich moeten richten naar Christus en niet naar de keizer als voorbeeld voor hun gedrag, omdat hun toewijding primair op God en Zijn Koninkrijk gericht moet zijn. Zij moeten elkaar steunen en met Paulus ‘strijden’ voor het Evangelie. De nadruk van Paulus op eensgezindheid zou kunnen wijzen op enige verdeeldheid in de gemeente van Filippi (vgl. Filippenzen 4:2-3). Mogelijk is die verdeeldheid de reden dat hij in het begin van zijn brief wijst op de ‘opzieners en diakenen’ (Filippenzen 1:1), want die behoren hun dienst werk zo te verrichten dat het de eenheid bevordert.}
Filippenzen 3 : 21 > ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam. Hierin weerklinkt Filippenzen 2:5-11. Zij die het voorbeeld van Christus’ dienend willen volgen, zullen zowel delen in Zijn rechtvaardiging als in Zijn verheerlijking. Volmaaktheid wordt pas bereikt bij de opstanding (vgl. Filippenzen 3:11-12; 1 Korinthe 15:12-28). alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen is Messiaanse taal, ontleend aan het Oude Testament (bv. Psalm 8:7; 110:1)
Een verheerlijkt lichaam Filippenzen 3 : 21 (Uit de Vrouwen Bijbel)
Er zijn maar weinig vrouwen echt helemaal tevreden met hun lichaam. De meeste vrouwen zouden slanker willen zijn, langere benen willen hebben, een gladdere huid enzovoorts. Dat heeft allemaal te maken met het schoonheidsideaal van onze tijd.
Zolang wij op aarde leven, is ons lichaam niet volmaakt. Ons lichaam kan aangetast worden door ziekte of zelfs door de dood. Hoe ouder we worden, hoe verder ons lichaam aftakelt. In de brief aan de gemeente van Korinthe noemt Paulus het begraven van gestorven mensen ‘zaaien’ (1 Korinthe 15:42-44). Zoals een kleine onaanzienlijke graankorrel gezaaid wordt, worden mensen begraven. Maar als de graankorrel na verloop van tijd wortelt en gaat groeien, komt er een prachtige plant tevoorschijn die totaal anders is dan de graankorrel. Degenen die in Christus sterven en begraven worden, zullen opstaan met een verheerlijkt lichaam. Een onvergankelijk en onkwetsbaar lichaam. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt.
In dit verheerlijkt lichaam zul je je thuis voelen. Het is je eigen lichaam, maar dan veranderd in onvergankelijkheid en in heerlijkheid. Bedenk dat eens al je de volgende keer in de spiegel kijkt. Als wij in dit leven met Christus wandelen, zijn we hemelburgers. Dan hoeft je aardse lichaam niet te voldoen aan het schoonheidsideaal van deze tijd en volmaakt te zijn. Door het geloof mogen we onze Zaligmaker verwachten, de Heere Jezus Christus. Hij zal ons vernederd lichaam veranderen en we zullen gelijkvormig worden aan Zijn verheerlijkt lichaam.
Hemels paspoort Filippenzen 3 : 17 – 21 (Uit de Mannen Bijbel)
Zeer waarschijnlijk schrijft Paulus zijn brief aan de Filippenzen vanuit gevangenschap. Zo’n situatie zet je vaak aan het denken. Dat Paulus een Jood uit Jeruzalem is, kan degenen die hem vasthouden weinig schelen. En dat hij een Romeins staatsburger is, blijkbaar evenmin. Alle hoop dreigt Paulud in de schoenen te zakken. Totdat hij door de tralies van zijn cel naar de hemel kijkt en het weer beseft: ik ben burger van het Rijk van de hemel! Ingeschreven bij Gods ‘burgerlijke stand’ en daarom nooit en nergens vergeten. Uit de hemel verwacht ik ook Jezus, de Koning van God Rijk, Die als Redder en Rechter naar de aarde zal komen. Ieder die gelooft, mag als burger van Gods nieuwe Rijk delen in die verwachting van een geweldige toekomst. Eenmaal zal Hij alle ellende die we nu nog moeten meemaken, veranderen in heerlijkheid. Ook ons vernederd lichaam, dat nu nog kwetsbaar en vergankelijk is, zal dan verheerlijkt worden, zoals het lichaam van Jezus na de opstanding ook verheerlijkt was.
Dat is een troostrijke en bemoedigende gedachte op moeilijke momenten. Het is ook een aansporing om te laten merken dat we een ‘dubbel paspoort’ hebben, door niet krampachtig vast te houden aan de aardse dingen.
[1] Hebreeën 13:14
[2] 1 Korinthe 1:7; 1 Korinthe 1:10; Titus 2:13
[3] 1 Korinthe 15:51; Kolossenzen 3:4; 1 Johannes 3:2