Dagelijks Woord
Donderdag 24 oktober 2019 – Titus 2:14
[1]Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, [2]ijverig in goede werken.
(BGT) Hij gaf zijn leven om ons te redden. Daardoor heeft hij ons bevrijd van alle schuld. Zo maakte hij van ons zijn heilige volk, een volk dat zijn best doet om goed te leven.
Aantekening
Titus 2 : 11 – 14 > De grondslag van het Evangelie. Paulus geeft hier een theologische grondslag voor de levenswandel in vers 1-10. Christenen moeten zo leven omdat (’want’) de zaligmakende genade van God de ontvangers ervan ook leert het nieuwe leven te leven. Je kunt niet zeggen genade ontvangen te hebben zonder ook leerling in de ‘opvoedende genade’ te zijn. Deze ommezwaai komt voort uit de verzoening (vers 14) en de verwachting van Christus’ wederkomst (vers 13).
Titus 2 : 14 > Paulus’ opwekking tot godsvrucht komt voort uit het doel van Jezus’ lijden en sterven om Zijn volk te heiligen. De godsvrucht verlaten is een minachting van Christus’ offer. Paulus baseert dit op het Oude Testament met de zinsnede opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid, dat in het Grieks lijkt op Psalm 138:8 LXX. voor Zichzelf een eigen volk is een vertaling van een wat ongebruikelijke zinsnede (Grieks laon periousion) waarin bewust het Oude Testament te horen is (zie met name Exodus 19:5; Maleachi 3:17). Het betekent zoiets als “kostbaar, gekoesterd eigendom”. Dit volk moet ijverig in goede werken zijn. De verlossing is specifiek verbonden aan een godvruchtige levenswandel. Het komt niet van pas te zeggen dat je verlost bent terwijl er in de praktijk niets van te merken is (zie Jakobus 2:14-26).
[1] Galaten 1:4; 2:20; Efeze 5:2; Hebreeën 9:14
[2] Efeze 2:10