Dagelijks Woord
Zaterdag 02 februari 2019 – Efeze 2:4-6
Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen, [1]met Christus levend gemaakt – [2]uit genade bent u zalig geworden – en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus.
(BGT) Maar Gods goedheid is groot! Hij is vol liefde voor de mensen, hij houdt van ons. Daarom heeft hij ons samen met Christus levend gemaakt. Vroeger waren we eigenlijk dood, want we deden slechte dingen. Maar dankzij Gods goedheid zijn we gered.God heeft Christus naar de wereld gestuurd. Hij heeft hem laten opstaan uit de dood. En wij zijn samen met Christus opgestaan, omdat we bij hem horen. Eigenlijk zijn we al bij hem in de hemel.
Aantekening
Efeze 2 : 4 > Maar God.Geen hopeloos lot is grimmiger dan dat van de mensheid die verloren achter de ‘aanvoerder van de macht in de lucht’ (Efeze 2:2) aan loopt, hun verwoesting onder Goddelijke toorn tegemoet. En net wanneer alles verloren lijkt, komt Paulus met de beste korte zinsnede uit de geschiedenis van het menselijk spreken: ‘Maar God’ Die rijk is in barmhartigheid.Gods barmhartigheid voor Zijn hulpeloze vijanden komt vanuit Zijn eigen liefhebbende hart, en niet door iets waarmee zij het zelf verdienen.
Efeze 2 : 5 > toen wij dood waren.Paulus hervat zijn oorspronkelijke gedachte die begon met ‘udie dood was’ in Efeze 2:1. levend gemaakt.God schonk ons de wedergeboorte – nieuw geestelijk leven binnenin. Dit is samen met de twee werkwoorden in Efeze 2:6 (‘opgewekt’ en ‘gezet’), het hoofdwerkwoord in deze lange zin (Efeze 2:1-10). Aangezien christenen dood waren, moesten zij eerst levend worden gemaakt voor zij konden geloven. God deed dit met Christus.Daarom is verlossing uit genadealleen.*
Efeze 2 : 6 > met Hem opgewekt.Vanwege Christus’ opstanding ontvangen zij die in Hem zullen geloven, nieuw geestelijk leven in deze tijd (wedergeboorte). Zij zullen ook vernieuwde fysieke lichamen krijgen bij Christus’ wederkomst (toekomstige opstanding). met Hem in de hemelse gewesten gezet.
Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief
Efeze 2 : 4 > barmhartig: Gods barmhartigheid en liefde worden hier genoemd en de toon die gebruikt wordt verschilt hemelsbreed met de sombere, afschrikwekkende toon uit de voorgaande verzen.
Efeze 2 : 5 > die dood waren: zie v. 1. genade: uit wat in v. 1-3 beschreven staat kan op geen enkele manier verklaard worden waarom God de mensen wil redden. Hij doet dit alleen omdat hij barmhartig is. Hij houdt niet van ons omdat we zo beminnenswaard waren, en ook heeft hij ons niet eerst zo veranderd dat hij ons daarna kon gaan liefhebben. Nee, hij hield van ons ondanks wie we waren, want hij is liefde. Deze vorm van liefde die geen andere oorzaak heeft dan de liefde, is genade (zie 2:8, 9). gered: we zijn gered van ‘Gods toorn’ (v. 3). Dit werkwoord (dat ook in v. 8 gebruikt wordt) vat de drie werkwoorden samen die de nieuwe status van de gelovige beschrijven: hij heeft ons ‘samen met Christus levend gemaakt’, ‘samen met hem uit dood opgewekt’ en ‘ons een plaats gegeven in de hemelsferen’ (v. 5, 6). Volgens sommigen moeten we deze woorden opvatten als een beschrijving van wat de gelovige meemaakt als hij een nieuw leven is begonnen in gemeenschap met Christus. Deze woorden vormen dan het antwoord op de dood die in deze opvatting gezien wordt als ‘geestelijke dood’. Anderen menen dat we deze werkwoorden meer juridisch moeten lezen. Hier zou de status van de gelovige tegenover God worden geschetst als antwoord op de ‘dood’. Dit woord moet dan gelezen worden als ‘het ter dood veroordeeld zijn’. In dit verband moet opgemerkt worden dat de zaken waar Paulus over spreekt voor de gelovige een feit zijn omdat hij één is met Jezus Christus, die ons vertegenwoordigt voor God (zie 1 Kor. 1:30; Gal. 2:19, 20).
Efeze 2 : 6 > samen met hem: Paulus legt zo het accent op de band waarmee de gelovige met Christus verbonden is. Bij andere vertalingen ontbreekt dat ‘met hem’. In dat geval gaat het Paulus om de onderlinge band tussen de gelovigen van Joodse en van niet-Joodse afkomst in Gods reddingsplan. Hierbij moet aangetekend worden dat we deze woordconstructie vaker tegenkomen, zonder dat Christus erbij genoemd wordt, bv. in 3:6 waar we ook zouden kunnen vertalen: ‘zij zijn samen één lichaam’. de hemelsferen: zie 1:3 en aantekening. In een omgeving waar de kwade machten in de lucht belangrijk waren herinnert Paulus zijn lezers eraan dat hun redding ook gevolgen heeft voor de hemelsferen, van waaruit deze machten actief zijn (3:10; 6:12).
[1] Romeinen 6:8; 8:11; Kolossenzen 3:1, 3
[2] Handelingen 15:11; Titus 3:5