Dagelijks Woord
Vrijdag 01 februari 2019 – 2 Korinthe 7:1
Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God.
(BGT) Vrienden, die dingen heeft God ons beloofd. Daarom moeten wij alles wat slecht is, achter ons laten. We moeten van binnen en van buiten rein zijn. Uit eerbied voor God moeten we onszelf helemaal heilig maken.
Aantekening
2 Korinthe 7 : 1 > laten wij onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen.Heiliging betekent zuivering van alle aspecten van het leven, onder meer hoe gelovigen omgaan met en gebruikmaken van hun fysieke lichaam, evenals reinheid van geest, die van invloed is op hun innerlijke gedachten en wensen. het vrezen van God, d.w.z. nederige gehoorzaamheid, is voor de gelovige de enige weg van wijsheid (Psalm 2:11; Spreuken 1:7, 29; 8:13; enz.), in het licht van de vaderlijke opvoeding van God in dit leven (Hebreeën 12:5-11), met het oog op het komende oordeel (2 Korinthe 5:10).
Korte overdenking van 2 Korinthe 6 : 14 – 18
De tekst van vandaag is de eindconclusie van de laatste 5 verzen van 2 Korinthe 6 waar de tekst bij hoort, en waar het gaat over een ongelijk span vormen met ongelovigen. Paulus vraagt zich hier af, welke gemeenschap er zit tussen licht en duister, en ook tussen Christus en Belial. (Het Griekse Beliar, ook gspeld Belial van een Hebreeuws woord met betekenis ‘verdorvenheid’ of ‘verwoesting’) Deze naam Belial staat voor satan, en komt nergens in het Oude Testament of in het Nieuwe Testament verder voor. Ook vraagt Paulus welk verband er is tussen de tempel van God en de afgoden. Wij zijn toch de tempel van de levende God, dit heeft God zelf toch gezegd. En God wil in ons midden wonen, en dan kunnen we toch niet samengaan met ongelovigen. Daarom is het advies van Paulus hier, om weg te gaan uit hun midden en ons af te zonderen. En als wij dat doen zal Ik u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige.