Dagelijks Woord
Vrijdag 11 januari 2019 – 2 Petrus 1:2-3
[1]Moge genade en vrede voor u [2]vermeerderd worden [3]door de kennis van God en van Jezus, onze Heere. Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd.
(BGT) Ik wens jullie toe dat God goed voor jullie is en jullie voor altijd vrede geeft. Dan zullen jullie God en onze Heer Jezus steeds beter leren kennen.De machtige God heeft aan jullie en mij alles gegeven wat nodig is om te leven zoals hij het wil. Hij heeft ons uitgekozen om bij hem te horen, en hij heeft ervoor gezorgd dat wij hem kennen. Daardoor weten we hoe machtig en hoe volmaakt hij is.
Aantekening
2 Petrus 1 : 2 > In de eerste zegenwens voor degenen aan wie hij schrijft, noemt Petrus een terugkerende gedachte in de brief: ware kennis van God en van Jezus.Net als vers 1 wijst vers 2 op de Godheid van Christus (vgl. aantekening bij vers 1) want zowel God als Christus is het voorwerp van deze kennis.
[Aantekening bij 2 Petrus 2:1 > Simeon.Een Hebreeuwse spelling van Simon (vgl. Handelingen 15:14). Petrusschrijft als apostel van Jezus Christusaan hen die een even kostbaargeloof hebben ontvangen, waaruit blijkt dat alle gelovigen gelijke rechten hebben voor God. Deze positie werd verworven door de gerechtigheid van onze God en Zaligmaker, Jezus Christus.‘Gerechtigheid’ verwijst hier naar Gods reddende gerechtigheid, wat laat zien dat het geloof een gave is van Jezus, Jezus wordt genoemd ‘God en Zaligmaker’, waardoor dit een van de duidelijkste nieuwtestamentische verklaringen is van de Goddelijkheid van Christus.]
2 Petrus 1 : 3 > Goddelijke kracht.God Zelf is handelend opgetreden in Zijn oneindige macht om verlossing te bewerken. Alleen Hij kon dit doen, het menselijk vermogen was daartoe niet in staat. Hij heeft ons geroependoor Zijn heerlijkheid en Zijn deugd.Gelovigen zijn geroepen om te leven in harmonie met Gods eigen morele wezen. Over Gods ‘heerlijkheid’ (zie Johannes 1:14; Handelingen 6:15; vgl. Openbaring 21:23). Het woord ‘deugd’ (Gieks ‘areté deugd, uitnemendheid’) werd gebruikt door de Griekse schrijvers om de som van alle begeerlijke karaktereigenschappen te beschrijven.
[1]Romeinen 1:7; 1 Petrus 1:2;
[2] 1 Petrus 1:2; Judas vers 2
[3] Johannes 17:3