Dagelijks Woord
Zondag 06 januari 2019 – Jakobus 1:19-21
Zo dan, mijn geliefde broeders, [1]ieder mens moet haastig zijn om te horen, maar traag om te spreken en traag tot toorn. De toorn van een man brengt immers geen gerechtigheid voor God teweeg. [2]Leg daarom af alle vuilheid en elke uitwas van slechtheid en ontvang met zachtmoedigheid het in u geplante Woord, dat uw zielen zalig kan maken.
(BGT) Vrienden, bedenk dit goed: Je moet altijd bereid zijn om naar een ander te luisteren. Maar denk eerst goed na voordat je iets terugzegt. En word vooral niet meteen kwaad. Want als je kwaad bent, ga je dingen doen die God niet goed vindt.Nee, blijf altijd vriendelijk. Doe alles weg wat slecht is! Doe geen verkeerde dingen meer, maar doe wat God van je vraagt. Jullie kennen Gods boodschap, en jullie weten dat je daardoor gered kunt worden.
Aantekening
Jakobus 1 : 19> Jakobus haalt hier de overgeleverde joodse wijsheid aan over het verkeerd gebruik van de tong en de toorn die daardoor ontstaat (vgl. Spreuken 10:19; 11:12; 15:1; 17:28). haastig … om te horen. Slecht luisteren, in combinatie met gebrek aan terughoudendheid in het spreken, leidt tot een humeurige reactie. traag tot toornwil niet zeggen dat alle menselijke boosheid zondig is (vgl. Efeze 4: 26), maar driftige, zelfzuchtige toorn van de wereld (‘toorn van een man’, Jakobus 1:20) verraadt een gebrek aan liefde voor anderen.
Jakobus 1 : 20> De toorn van een man, zelfs als die gericht is tegen wangedrag, is zelf niet ten volle rechtvaardig. Het gaat niet verder dan louter menselijk verwijt en kan het hart van iemand anders niet veranderen. Daarom brengthet geen gerechtigheid voor God teweeg. God is heilig en rechtvaardig en Hij wil dat Zijn volk Zijn rechtvaardige wezen nastreeft (bv. Leviticus 19:2; Mattheüs 5:48; 1 Petrus 1:16). ‘Gerechtigheid’ is hier niet de juridische of wettelijke rechtvaardiging, zoals Paulus die verkondigt in de rechtbank van God (bv. zie aantekeningen bij Romeinen 3:20; 5:10). Het staat dichter bij het gebruik ervan in het Oude Testament (Jesaja 61:13) en door Jezus (Mattheüs 3:15; 5:6, 10, 20; 6:1, 33; 21:32), waar het gaat om het richten van je leven naar de wil van God, volgens Zijn maatstaven.
Jakobus 1 : 21> Leg … af alle vuilheidbeeldt het uittrekken van vuile kleren uit (vgl. Romeinen 13:12; Efeze 4:22; Kolossenzen 3:8) gebaseerd op een verlangen om nooit meer iets met het vuil van doen te hebben. Hier heeft het vuil betrekking op het morele kwaad. In plaats van onrein gedrag moet het in ugeplante Woordwortel schieten in de gelovige. Dit idee van God Die Zijn geopenbaarde waarheid plant en wortel laat schieten, weerspiegelt Deuteronomium 30:14 (‘Want dit woord is heel dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het te doen’) en in het bijzonder het nieuwe verbond van Jeremia (‘Ik zal Mijn wet in hun binnenste schrijven’). uw zielen zalig makenwijst hier op voortgaande heiliging en uiteindelijk de voltooiing van Gods reddingswerk op de laatste dag.
[1] Spreuken 17:27; Prediker 5:1
[2] Romeinen 13:12; Kolossenzen 3:8