Dagelijks Woord
Dinsdag 25 december 2018 – Johannes 1:14
[1]En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond [2](en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), [3]vol van genade en waarheid.
(BGT) Gods Zoon is een mens geworden. Hij heeft bij ons gewoond. In hem hebben wij Gods hemelse macht gezien. Hij is Gods enige Zoon, die bij de Vader vandaan gekomen is. In hem waren Gods liefde en trouw volledig aanwezig.
Aantekening
Johannes 1 : 14 > En het Woordgeeft een vervolg aan de openingszin in vers 1. vlees gewordenwil niet zeggen dat het Woord is opgehouden God te zijn, maar dat het óók de menselijke natuur heeft aangenomen (vgl. Filippenzen 2:6-7). Dit is het meest wonderbaarlijke feit van de wereld geschiedenis: de eeuwige, alomtegenwoordige, oneindig heilige Zoon van God heeft de menselijke natuur aangenomen en onder de mensen geleefd als iemand Die in één Persoon tegelijk God en mens was. onder ons gewoond.Letterlijk ‘Zijn tent opgeslagen’ (Grieks skénoö), een zinspeling op Gods wonen onder de Israëlieten in de tabernakel (vgl. Exodus 25:8-9; 33:7). Tot dusver had God Zijn tegenwoordigheid aan Zijn volk geopenbaard in de tabernakel en de tempel. Nu gaat Hij onder Zijn volk verblijf houden in het vleesgeworden Woord, Jezus Christus (vgl. Johannes 1:17). Zo was de komst van Christus de vervulling van de oudtestamentische symboliek van Gods wonen bij de mensen in de tabernakel en tempel. Nadien zou Christus door de Heilige Geest de gemeente (1 Korinthe 3:16) en het lichaam van de christen (1 Korinthe 6:19) tot een tempel maken. De uitspraken over Gods heerlijkheidzien terug op oudtestamentische vermeldingen van de tegenwoordigheid van Gods heerlijkheid bij Godsverschijningen in de tabernakel of in de tempel (b.v. Ecodus 5:22). de Eniggeborene van de Vader.Jezus is de ‘Zoon van God’, niet in de zin dat Hij geschapen of geboren zou zijn (zie Johannes 1:3), maar als de Zoon Die in alle opzichten gelijk is aan Zijn Vader, in een Vader-Zoonverhouding met God de Vader. Het Griekse woord voor ‘Eniggeborene’ (monogenës) betekent ‘enig in zijn soort, uniek’. Met hetzelfde woord wordt ook Izak in Hebreeën 11:17 Abrahams ‘eniggeborene’ genoemd (in tegenstelling tot Ismaël; vgl. Genesis 22:2, 12, 16). Dus eigenlijk zou ‘ de Enige’ een betere vertaling zijn dan ‘de eniggeborene’. Over genade en waarheid, zie Johannes 1:16-17.
Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief
Johannes 1 : 14 Het Woord … geworden: lett. ‘het Woord is vlees geworden’. Johannes legt een sterke nadruk op de werkelijkheid van de menswording. Volgens sommigen verzet hij zich daarmee tegen degenen die de volledige mensheid van Christus ontkenden. Jezus blijft het Woord, en hij is ook volledig mens geweest. gewoond: lett. ‘heeft onder ons zijn tent opgeslagen’, of ‘zijn tabernakel’. Verwijzing naar de tabernakel, ‘de ontmoetingstent’ van God en zijn volk, die ‘gevuld werd door de majesteit van de HEER’ (Ex. 40:34-35). Door de aanwezigheid van de enige Zoon vers 18, in wie God verblijft (zie 2:19-21 waar Jezus zichzelf voorstelt als de nieuwe tempel), hebben de gelovigen nu toegang tot de grootheid van God. vol: het is niet met zekerheid te zeggen of het Griekse woord ‘vol’ bij ‘Woord’, bij ‘grootheid’, of bij ‘enige Zoon’ hoort: ‘wij hebben zijn grootheid gezien, vol van goedheid en waarheid’ of ‘de grootheid van de enige Zoon van de Vader, vol van goedheid en waarheid’. van goedheid en waarheid: vertaling van de Hebr. uitdrukking in het OT waarmee God zich aan Mozes openbaart tijdens de vernieuwing van het verbond in Ex. 34:6 en waar in het OT vaak naar wordt verwezen: ‘goedheid en trouw’ (het Hebr. emet kan trouw of waarheid betekenen). Zie 1:17.
[1] Jesaja 7:14; Mattheüs 1:16; Lukas 1:31; 2:7
[2] Mattheüs 17:2; 2 Petrus 1:17
[3] Kolossenzen 1:19; 2:9