| Bijbel open in 2023 |
Dag: 160
Lezen: 1 Timotheüs 1:1-11
Thema: De wet goed gebruiken
Tekst voor vandaag: 1 Timotheüs 1:8
HSV: [8] Maar wij weten [1]dat de wet goed is, als men die wettig gebruikt,
NBV21: [8] Wij daarentegen weten dat de wet goed is als hij op de juiste wijze gebruikt wordt.
BGT: [8] De wet is goed, dat weten we. Maar hij moet op de juiste manier gebruikt worden.
Aantekening bij:
1 Timotheüs 1:8 dat de wet goed is. Veel christenen denken tegenwoordig negatief over de wet van Mozes, maar Paulus stelt duidelijk dat hij goed is. Sommigen hebben de wet stellig misbruikt (bv. de dwaalleraars in deze brief), maar de wet zelf was een genadige gave van God aan Israël (zie Psalm 119).
1 Timotheüs 8-11 Het juiste gebruik van de wet. De dwaalleraars weten niet waarover zij praten (vers 7), maar Paulus en zijn medewerkers (‘wij’, vers 8) weten de waarheid over de wet (vers 9).
1 Timotheüs 1:9 [9] en als men dit weet: dat de wet niet bestemd is voor de rechtvaardige, maar voor wettelozen en voor opstandigen, goddelozen en zondaars, onheiligen en onreinen, voor hen die vader of moeder vermoorden, voor doodslagers,
Aantekening bij vers 9-11
Mensen die ‘rechtvaardig’ zijn, hebben de wet niet nodig om hen in toom te houden, maar wettelozen en opstandigen hebben zulke beteugeling nodig, Paulus ontkent niet dat de wet nut heeft bij het onderwijzen van christenen hoe zij moeten leven, want hij zegt dat hij ‘goed’ is (vers 8) en in vers 9-10 laat hij verschillende van de Tien Geboden (Exodus 20:1-17) weerklinken in hun oudtestamentische volgorde. Hoe de wet precies van toepassing is voor de nieuwtestamentische gelovigen is onderwerp van enige discussie. Sommigen argumenteren dat de Mozezaïsche wet volledig tenietgedaan is en dat resteert de ‘wet van Christus’ is (zie aantekening bij 1 Korinthe 9:21). Anderen voeren argumenten aan voor een blijvend gezag van het Mozaïsche wetboek. Paulus bevestigt elders dat christenen niet langer onder de wet van Mozes staan (zie Romeinen 7:6; Galaten 2:16; 3:19-26) en dat spoort goed met wat hij hier schrijft. Evenals in die andere passages geven deze verzen aan dat één doel van de wet is de zonde aan te wijzen. Bovendien zijn gelovigen weliswaar niet meer onder de wet van Mozes, maar ze zijn wel, zoals vermeld, onder de wet van Christus en worden geregeerd door de Geest (Romeinen 7:6). Alle exegeten stemmen overeen met dat de Mozaïsche wet, mits op de juiste wijze begrepen, nog steeds aan christenen wijsheid schenkt over het soort gedrag dat God behaagt of mishaagt. Zie aantekening bij 1 Korinthe 9:21; Galaten 4:10; 5:14; 6:2.
Aantekening bij 1 Korinthe 9:21 hen die zonder de wet zijn. Zonder de wet van Mozes, die de Joodse levensstijl bepaalde. niet zonder de wet van God … de wet van Christus. Paulus lijkt onderscheid te maken tussen de Joodse wet en iets wat hij afwisselend noemt ‘de geboden van God’ (cf. 1 Korinthe 7:19) en ’de wet van Christus’, die nog dezelfde betekenis heeft voor de christenen, van welke afkomst ook. Deze tweede wet lijkt het onderwijs in de wet van Jezus te betreffen, evenals de theologische structuur en vele morele opvattingen van de wet van Mozes (Zie Romeinen 7:7, 12, 22; 13:8-10; Galaten 5:14; 6:2). Deze ‘wet van Christus’ zou vandaag ook de morele geboden van de nieuwtestamentische brieven omvatten, aangezien de apostelen Christus’ leven en onderwijs aan de nieuwtestamentische gemeenten daarin uitlegden en toepasten.
Aantekening bij Galaten 4:10 dagen, maanden, tijden en jaren hebben allemaal te maken met de ceremoniële wetten van het Mozaïsche verbond (vgl. Leviticus 23:5, 16, 27; 25:4). Als zij van christenen verlangen dat zij zich houden aan deze oudtestamentische wetten, is dat het verwerpen van het Evangelie van rechtvaardiging door geloof alleen, in Christus alleen. Het is immers duidelijk dat christenen niet langer onder het verbond van Mozes staan. Sommigen zien ‘dagen’ in dit vers als bewijs dat het Joodse sabbatsgebod een deel was van de ceremoniële wet die christenen onder het nieuwe verbond niet meer hoeven te volgen (vgl. Handelingen20:7; 1 Korinthe 16:2; Kolossenzen 2:16-17). Anderen zijn van mening dat het gebod om wekelijks de sabbat te houden niet tijdelijk is, maar teruggaat op Gods scheppingsorde (Exodus 20:8-11) en dat dit vers alleen gaat over andere rustdagen in de Joodse feestkalender.
Aantekening bij Galaten 5:14 Als Paulus zegt dat de hele wet wordt … vervuld in het gebod om je naaste lief te hebben als jezelf, en als hij dat gebod gebruikt als reden waarom de Galaten elkaar moeten dienen (vers 13), zegt hij daarmee dat christenen nog steeds een morele verplichting hebben om de zedelijke maatstaven uit Gods ‘wet’ in de Schrift te volgen. Gehoorzaamheid is niet een manier om gerechtvaardigd te worden, maar het is wel een onmisbaar deel van het christelijk leven.
Aantekening bij Galaten 6:2 Draag elkaars lasten. Dit is de hoogste manier om Jezus de Lastdrager bij uitnemendheid, na te volgen (zie Romeinen 15:1-3). Hij is zelfs zover gegaan dat Hij de zonde van de mensheid (Galaten 1:4) en de vloek van de wet (Galaten 3:13) op Zich nam. en vervul zo de wet van Christus. Hoewel Paulus erop staat dat de Galaten vrij zijn van het gehoorzamen aan de Joodse ceremoniële wetten, betekent dit niet dat zij vrij zijn van al Gods zedelijke verplichtingen. De ‘wet’ van Christus’ betekent in de brede zin het geheel aan moreel onderwijs dat Jezus leerde en bekrachtigde (zie aantekening bij 1 Korinthe 9:21), maar hier verwijst het waarschijnlijk specifiek naar het gebod om je naaste lief te hebben als jezelf (Mattheüs 22:39; Johannes 13:34). Als dit gebod volledig vervuld wordt, leidt dit vanzelf tot het gehoorzamen van de rest van Gods wet (Romeinen 13:8-10).
[1] Romeinen 7:[12] Zo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.