HSV: [11] Geef hun toch vandaag nog hun velden, hun wijngaarden, hun olijfbomen en hun huizen terug, en ook het honderdste deel van het geld en het graan, de nieuwe wijn en olie, die u hun leent. [12] Toen zeiden ze: Wij zullen het teruggeven en wij zullen niets meer van hen eisen. Zo zullen we doen, zoals u het zegt. Toen riep ik de priesters en ik liet hen zweren om dienovereenkomstig te handelen.
NBV21: [11] Geef onze volksgenoten daarom vandaag nog hun akkers terug, hun wijngaarden, olijfbomen en huizen, en scheld de rente kwijt van het geld en het graan, de wijn en de olie die u aan hen hebt geleend.’ [12] Toen zeiden ze: ‘We zullen alles teruggeven en niets vorderen. We zullen doen wat u zegt,’ en in aanwezigheid van de priesters die ik had laten komen, liet ik hen zweren dat ze woord zouden houden.
BGT: [11] Geef iedereen vandaag nog zijn akkers en wijngaarden terug, en ook zijn olijfbomen en zijn huis. En geef ook de rente terug die betaald moest worden over het geleende geld, het graan, de wijn en de olijfolie.’ [12] Toen zeiden de bestuurders en de belangrijkste mannen van de stad: ‘Wij zullen alles teruggeven, en we vragen geen rente meer. We zullen doen wat u zegt.’ Dat liet ik hen plechtig beloven. Daar waren ook priesters bij aanwezig, want die had ik erbij geroepen.
Aantekening bij:
Nehemia 5:11-12 Geef … hun velden … terug. Deze oproep gebiedt niet alleen de teruggave van onrechtmatig geheven rente, maar is blijkbaar een algemene kwijtschelding vanwege de crisis en gaat verder dan de voorwaarden voor kwijtschelding van schulden (Deuteronomium 15:1-11) of een jubeljaar (Leviticus 25), omdat het zonder uitstel gedaan moet worden. Het volk gaat akkoord en men verplicht zich er plechtig toe zijn woord te houden.
Puinruimen (Uit de vrouwen Bijbel)
Nehemia 5:1-13 Terwijl iedereen druk is met de herbouw van de muren, wordt binnen die muren afbreuk gedaan in sociaal opzicht. Nehemia klaagt de rijken aan die hun volksgenoten uitgebuit hebben. Zij komen tot inkeer. De sociale misstanden worden recht gezet. Door hen een eed te laten doen, wordt voorkomen dat ze hun woord breken. Wat doe je als je onrecht aangedaan is? En hoe reageer je als je ziet dat iemand onrecht aangedaan wordt?
De verwijs Bijbel verwijst bij vers 13 van hoofdstuk 5 naar Mattheüs 7:[24] Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft;
[25] en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd.
[26] En ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden, die zijn huis op zand gebouwd heeft;
[27] en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het stortte in en zijn val was groot.