HSV: [23] Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, [24] laat uw gave daar bij het altaar achter en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave.
NBV21: [23] Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster jou iets verwijt, [24] laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen.
BGT: [23] Stel dat je in de tempel bent om een offer te brengen aan God, en dat je dan opeens bedenkt dat een ander boos op je is. [24] Laat dan je offer bij het altaar achter. Ga eerst snel naar die ander toe en maak het goed. Daarna kun je terugkomen om je offer te brengen.
Aantekening bij:
Mattheüs 5:23-24 verzoen u eerst. Verzoening met degene die iets tegen u heeft gaat zelfs boven het offeren van een gave. De verzoening moet hier dus uitgaan van degene die de ander onrecht heeft aangedaan.