HSV: [14] Maar Johannes wilde Hem hiervan weerhouden en zei: Ik heb het nodig door U gedoopt te worden, en komt U naar mij?
NBV21: [14] Johannes probeerde Hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?’
BGT: [14] Maar Johannes wilde hem tegenhouden en zei: ‘Waarom bent u bij mij gekomen? Ik zou juist door u gedoopt moeten worden!’
Aantekening bij:
Mattheüs 3:14 Jezus gaat naar de woestijn om daar door Johannes gedoopt te worden, maar Johannes wilde Hem hiervan weerhouden, omdat hij beseft dat Jezus de Machtige is, Die met de Messiaanse doop komt.
Johannes doopt Jezus
Wij hebben vandaag gelezen dat Johannes Jezus doopt, maar ook dat Johannes Jezus daarvan wilde weerhouden. Johannes wist wie Jezus was. De Machtige van Israël. Maar Jezus wilde door Johannes gedoopt worden om dat de doop het begin van Zijn optreden zou zijn en de vervulling van Gods verlossingswerk, dat door heel het Oude Testament klinkt en zal eindigen met Zijn dood aan het kruis (vgl. Johannes 1:31-34). Doordat Jezus zich laat dopen door Johannes, bevestigt Hij ook de dienst en boodschap van Johannes en verbindt Hij Zijn opdracht met die van Johannes. Jezus had geen bekering of reiniging nodig, maar Hij stelt zich hiermee wel gelijk met het zondige volk, dat Hij kwam redden door Zijn plaatsvervangend leven en sterven (vgl. 2 Korinthe 5:21). Toen Jezus weer op uit het water kwam, zag Hij de Geest van God als een duif neerdalen en op Zich komen. Ook klonk er een stem uit de hemelen die zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb! Niet alleen de mensen die daar bij de doop aanwezig waren hoorden de stem, Ook satan had het gehoord. In de eerste elf verzen van hoofdstuk 4, van het Mattheüs evangelie kunne we lezen dat, satan probeerde Jezus te verleiden en te laten zondigen. Maar zelfs na 40 dagen en nachten gevast te hebben lukte het satan niet om Jezus te verleiden. Jezus kende het woord van God en vertrouwde op dat woord. Jezus is immers Zelf het Woord dat mens geworden was. Hij zei: Ga weg satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God zult u aanbidden en Hem alleen dienen. Toen liet de duivel Hem gaan, en de engelen dienden Hem. Hier zien wij weer dat wij als we op de Heere blijven vertrouwen zelf de duivel geen grip op ons heeft.