Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 344

Lezen: Jesaja 13:6-18 

Thema: De dag van de Heer

Tekst voor vandaag: Jesaja 13:9

 

HSV: [9] Zie, de dag van de HEERE komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om van het land een woestenij te maken en zijn zondaars eruit weg te vagen.         

 

NBV21: [9] De dag van de HEER breekt aan, meedogenloos, grimmig, in brandende toorn. Het land zal in een woestenij veranderen, de zondaars die er wonen verdelgt Hij.

 

BGT: [9] De dag dat de Heer komt, is dichtbij. Het zal een verschrikkelijke dag zijn, want de Heer is woedend. Hij zal alle slechte mensen doden. En hij zal het hele land veranderen in een woestijn.

 

Aantekening bij: 

Jesaja 13:9 Het land. Zie aantekening bij vers 5-6.

 

Jesaja 13:5-6 > aantekening: Heel het land. Evenals in vers 9 en 14:26 kan ook worden vertaald: ‘heel de aarde’.de dag van de Heere. Vgl. Jesaja 2:12. Over deze uitdrukking, zie aantekening bij Amos 5:18-20.

 

Korte overdenking

 

De dag van de Heer. Wij zien er naar uit dat onze Heer terugkomt maar als wij het Bijbelgedeelte van vandaag lezen is het heel wat anders dan wat wij verwachten. Zie u het Verschil? Ik zie het grote verschil wel, het is Jezus. Wat wij vandaag lezen staat in het Oude Testament en wat wij verwachten staat in het Nieuwe Testament. Het verschil is het kruis, aan het kruis heeft Jezus onze schuld betaald en zijn wij vrijgekocht. Door het offer wat Jezus heeft gebracht, kunnen wij voor God verschijnen als wij in Hem geloven en Hem volgen en leven zoals Hij Jezus ons heeft geleerd. Als wij dat doen dan is niet hetgeen wij vandaag lazen ons vooruitzicht maar een feest in het nieuw Jeruzalem. Psalm 23 zegt ons als wij dan mogen aanzitten aan het feestmaal van de Heer. Wat een contrast met het gelezen Woord van vandaag. Hoe kijk jij naar de ‘Dag van de Heer’?

 

Aantekening bij Amos 5:18-20 >Voor zover bekend is dit in de profeten de eerste keer dat de uitdrukking de dag van de Heere gebruikt wordt. Ze komt ook voor in Jesaja 13:6, 9; Jeremia 46:10; Ezechiel 13:5; 30:3; Joël 1:5; 2:1, 11, 31; 3:14; Obadja vers 15; Zefanja 1:7, 14 en Maleachi 4:5*. Mogelijk was dit in de tijd van Amos een gangbare uitdrukking voor het moment waarop God zou ingrijpen en Israël zou verhogen boven de andere volken (wellicht gebaseerd op Deuteronomium 32:35-37). Amos maakt, net als de profeten na hem. Duidelijk wat het werkelijk inhoudt als de Heere Zijn volk bezoekt. Wanneer zij Hem ontrouw zijn, volgt onvermijdelijk het oordeel. In Amos wijst de uitdrukking dan ook vooruit naar het komende oordeel over het noordelijk rijk, dat ten prooi zal vallen aan de Assyriërs (Amos 5:27). In Zefanja heeft de uitdrukking betrekking op het komende oordeel over Juda, dat in handen zal vallen van de Babyloniërs. Andere profeten verwijzen hiermee naar Gods komende bestraffing van andere volken om hun gruweldaden, zoals Babel (Jesaja 13:6, 9), Egypte (Jeremia 46:10), Edom (Obadja vers 15) en vele heidenvolken (Joël 3:14; Obadja vers 15). In sommige gevallen gebruiken de profeten deze uitdrukking voor iets wat verder inde toekomst ligt (Maleachi 4:5; waarschijnlijk in Joël 3:2). Dit alles geeft aan dat de uitdrukking ‘de dag’ niet uniek is, maar in meerdere contexten voor kan komen. Ook in het Nieuwe Testament wordt de uitdrukking gebruikt in het licht van de wederkomst van Christus (bv. 1 Korinthe 1:8; 2 Petrus 3:10).

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *