HSV: [22] Toen antwoordde koning Salomo en zei tegen zijn moeder: Waarom vraagt u Abisag uit Sunem voor Adonia? Vraag dan ook maar het koningschap voor hem, want hij is mijn broer die ouder is dan ik. Ja, vraag het maar, voor hem, voor de priester Abjathar en voor Joab, de zoon van Zeruja.
NBV21: [22] Koning Salomo antwoordde zijn moeder: ‘Waarom vraagt u voor Adonia de hand van Abisag? Dan kunt u net zo goed het koningschap voor hem opeisen! Hij is immers ouder dan ik. Als u voor hem pleit, pleit u ook voor Abjatar en Joab!’
BGT: [22] Salomo antwoordde: ‘Waarom vraagt u of Adonia met Abisag mag trouwen? U kunt beter meteen vragen of hij koning mag zijn. Want hij is ook al ouder dan ik! En door dat aan mij te vragen, steunt u ook nog de priester Abjatar en Joab, de zoon van Seruja.’
Aantekening bij:
1 Koningen 2:22mijn broer die oudere is. Het is niet duidelijk in hoeverre het de gewoonte was in Israël dat de oudste zoon zijn vader opvolgde, maar er zullen zeker Israëlieten geweest zijn die vonden dat juist de oudste zoon recht op de troon had.