HSV: [20] En toen Hij hun geloof zag, zei Hij tegen hem: Man, uw zonden zijn u vergeven.
NBV21: [20] Toen Hij hun geloof zag, zei Hij tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
NBG: [20] Jezus zag dat die mensen in hem geloofden. Daarom zei hij tegen de man die niet kon lopen: ‘Ik vergeef je alles wat je verkeerd gedaan hebt.’
Aantekening bij: Lukas 5:20
Hun geloof. Zie aantekening bij Markus 2:5-7. uw zonden zijn u vergeven. Hiermee maakt Jezus duidelijk dat Hij het gezag heeft om zonden te vergeven. Daarna toont Hij het gezag door te man te genezen (Lukas 5:24).
Aantekening bij Markus 2:5-7 hun geloof. ‘Hun’ slaat uiteraard op de vrienden die de verlamde bij Jezus brengen, maar mogelijk tevens op de verlamde zelf (zie aantekening bij Jakobus 5:15). uw zondenzijn u vergeven. Een profeet in het Oude Testament kon zeggen: ‘De Heere heeft uw zonde weggenomen’ (2 Samuël 12:13), maar Jezus treedt op als iemand Die rechtstreeks zonden kan vergeven, zoals God alleen kan doen. De tegenstanders concluderen dat Hij schuldig is aan godslasteringen. Hierop staat de doodstraf (Leviticus 24:10-23; Numeri 15:30-31; zie Markus 14:62-64).
Aantekening bij Jakobus 5:15 het gelovige gebed. Jakobus doelt hier niet op het geloof van de zieke. Christenen die ziek zijn, vinden het persoonlijk gebed vaak moeilijk. Jakobus geeft de zieke slechts de opdracht om de ouderlingen te roepen. Het zijn met name de ouderlingen die Jakobus hier aanspoort om in geloof en vertrouwen voor de zieke te bidden. zal … behouden (Grieks sözö) heeft een dubbele betekenis: (1) de zieke zal lichamelijk worden genezen, en/of (2) de zieke kan ook geestelijke verlossing ervaren of groei in de zegeningen van het heil (zonden … vergeven). Zoals te zien is in de evangeliën genas Jezus zowel lichamelijk als geestelijk en dezelfde dubbele betekenis kan ook hier van toepassing zijn. Jakobus leert niet dat alle zieken genezen als zij maar een beroep zouden doen op de ouderlingen, proberen om een toereikend geloof te grijpen, of met voldoende overtuiging te bidden. Als er inderdaad genezing komt, is dit altijd een gave van God Die soeverein is over alle omstandigheden, met inbegrip van ziekte en gezondheid. Het is dus niet zo dat het uitblijven van genezing gelegen is in gebrek aan geloof bij de zieke. (Over de gaven van geloof en genezing, zie aantekening bij 1 Korinthe 12:9). Sommige exegeten denken niet zozeer dat Jakobus verwijst naar lichamelijke genezing, als wel naar de belofte van de opstanding. ‘als hij zonden heeft begaan’ houdt in dat niet alle ziekte samenhangt met specifieke zonden, hoewel Jakobus lijkt te verwachten dat dit soms wel het geval is (vgl. 1 Korinthe 11:30).
Aantekening bij 1 Korinthe 12:9 geloof. Dit is niet het geloof dat alle christenen in Christus hebben, omdat Paulus ervan uitgaat dat sommige christenen het hebben en andere niet. Misschien is het een speciale geloofsgave voor het volbrengen van een bepaalde taak (zie 1 Korinthe 13:2; Handelingen 14:9; Jakobus 5:15). genadegaven van genezingen. Het meervoud doet vermoeden dat de verschillende mensen gaven gekregen hebben voor verschillende genezingen.