TEKST VOOR VANDAAG
GENESIS 12 : 11 – 13
DAG 4
LEZEN: GENESIS 12 : 10 – 20
THEMA: Vertrouwenscrisis
(HSV) [11] En het gebeurde, toen hij op het punt stond om Egypte binnen te gaan, dat hij tegen zijn vrouw Sarai zei: Zie toch, ik weet dat je een vrouw bent die knap is om te zien. [12] Als de Egyptenaren je zien, dan zullen ze zeggen: Dat is zijn vrouw! Dan zullen ze mij doden en jou in leven laten. [13] [1]Zeg toch dat je mijn zuster bent, zodat het mij omwille van jou goed zal gaan en ik omwille van jou blijf leven.
(BGT) [11] Toen hij en Sarai bijna in Egypte waren, zei Abram tegen zijn vrouw: ‘Luister eens. Jij bent een mooie vrouw. [12] Als de Egyptenaren jou zien, willen ze je natuurlijk hebben. En omdat je mijn vrouw bent, zullen ze mij dan vermoorden. [13] Zeg maar dat je mijn zus bent. Dan laten ze mij leven en zullen ze me juist goed behandelen.’
Aantekening
Genesis 12 : 11 – 13 Bang dat zijn leven in gevaar is vanwege de schoonheid van Sarai verzint Abram een list, gestoeld op een halve waarheid (zie Genesis 20:12). Abram eigengereide optreden veronderstelt dat hij denkt dat God niet in staat is hem te beschermen. Juist als het plan mislukt, is het God Die hem redt (Genesis [2]12:17).
[1] Genesis 20:[12] Zij is ook echt mijn zuster. Zij is de dochter van mijn vader, maar niet de dochter van mijn moeder, en zij is mij tot vrouw geworden.
Genesis 26:[7] Toen de mannen van die plaats hem naar zijn vrouw vroegen, zei hij: Zij is mijn zuster, want hij was bevreesd om te zeggen: Zij is mijn vrouw. Hij dacht: Anders zullen de mannen van deze plaats mij doden om Rebekka. Zij was namelijk knap om te zien.
[2] Genesis 12:[17] Maar de HEERE trof de farao en zijn huis met zware slagen, vanwege Sarai, de vrouw van Abram.