Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Geheimhouding

Lezen: Daniël 12 : 1 – 4  

Zondag 22 november 2020             Daniël 12 : 4

Maar u, Daniël, houd deze woorden geheim en verzegel dit boek tot de tijd van het einde. Velen zullen het onderzoeken en de kennis zal toenemen.[1]

(BGT) Daniël, je moet de dingen uit het boek van God geheimhouden. Veel mensen willen weten wat erin staat. Ze zullen er steeds meer van ontdekken. Maar het boek moet dicht blijven totdat het einde van de tijd gekomen is.’

Aantekening

Daniël 12 : 1 – 4  >  De belofte van wederopstanding tot eer of tot smaad. Het volk van God zal niet alleen gelaten worden in de helse beproevingen in de komende tijd. De engel die hen vertegenwoordigt, Michaël, zal opstaan om hen te bevrijden. een benauwde tijd zoals er nog nooit geweest is, is inderdaad een wanhopige rijd. Sommigen leggen een verband met de ‘grote ellende’ (vgl. Openbaring 12:7-14). 

Enige tijd daarna zal de opstanding van de doden plaats vinden. Zij die tijdens hun leven gelovig waren, ieder die gevonden wordt, opgeschreven in het boek (Daniël 12:1; vgl. Johannes 7:10), zal opstaan tot eeuwig leven in heerlijkheid, terwijl de anderen zullen opstaan tot smaad, tot eeuwig afgrijzen (Daniël 12:2; vgl. Johannes 5:28-29). Dit maakt geloof in het hier en nu belangrijk voor de heiligen, zelfs al kost het hun leven (zie Daniël 11:33). Hun uiteindelijk resultaat zal zijn dat zij helder zullen blinken … als de sterren, voor eeuwig en altijd (Daniël 12:3). 

In de tussentijd echter (Daniël 12:4) kreeg Daniël de opdracht: houd deze woorden geheim en verzegel dit boek, zowel omdat de inhoud niet volledig begrijpelijk was, alsook om ze veilig te bewaren om gelezen te worden door toekomstige generaties van het volk van God. De wijzen zullen weten waar Zijn wijsheid te vinden is, terwijl degenen om hen heen tevergeefs naar kennis zullen zoeken (Amos 8:12).


[1]       Openbaring 5 : [1] En ik zag in de rechterhand van Hem Die op de troon zat, een boekrol, vanbinnen en vanbuiten beschreven, verzegeld met zeven zegels.

     [2] En ik zag een sterke engel, die met luide stem uitriep: Wie is het waard de boekrol te openen en zijn zegels te verbreken?

     [3] Maar er was niemand in de hemel en ook niet op de aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen of hem inzien.

     [4] En ik huilde erg, omdat er niemand werd gevonden die het waard was die boekrol te openen, te lezen of in te zien.

     [5] En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *