Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Bang voor aansluitingsproblemen

Donderdag 20 – Februari – 2020      Exodus 1 : 10  

Lezen: Exodus 1 : 1 – 14

[1]Kom, laten wij er verstandig tegen optreden, anders zal het talrijk worden en, mocht het zijn dat er een oorlog uitbreekt, dan zal het zich ook bij onze vijanden aansluiten, tegen ons strijden en uit het land wegtrekken.

(BGT) We moeten verstandig zijn en zorgen dat er niet nog meer Israëlieten bij komen. Want stel dat er oorlog komt. Dan vechten ze misschien met onze vijanden mee, en daarna zouden ze weg kunnen vluchten uit ons land.’

Aantekening

Exodus 1 : 1 – 18 : 27  >  De uittocht van Israël uit Egypte. De eerste helft van Exodus heeft te maken met de uittocht van het volk Israël uit Egypte: achtergrond (Exodus 1:1-2:25), leiderschap (Exodus 3:1-6:29), tekenen (Exodus 7:1-15:21) en reis (Exodus 15:22-18:27).

Exodus 1 : 1 – 2 : 25  >  Achtergrond: Israël in Egypte. Dit gedeelte functioneert als een inleiding. Het maakt het toneel gereed voor de rest van het boek, aanknopend bij de geschiedenis van Genesis (Exodus 1:1-7). Onder een nieuwe farao komt er verdrukking (Exodus 1:8-22). Mozus blijft gespaard na zijn geboorte (Exodus 2:1-10) en later in Midian (Exodus 2:11-22). God weet alles af van Israëls lijden, en Hij is trouw aan Zijn verbond met Abraham en diens nageslacht (Exodus 2:23-25).

Exodus 1 : 8 – 2 : 25  >  Nieuwe farao, nieuwe situatie. Het verhaal in dit gedeelte begint met het aantreden van een nieuwe Egyptische koning (Exodus 1:8) en eindigt met de dood van een andere koning (Exodus 2:23). Door deze feiten slaat het vreedzame bestaan van Jakobs familie om in verdrukking door slavernij (Exodus 1:8-22), en daarin weet God Mozes’ leven te sparen (Exodus 2:1-22).

Overdenking

Exodus 1 : 10  >  De nieuw aangetreden farao (koning) zag de zegeningen die het nageslacht van Jakob (Israëlieten) van God had ontvangen. De farao werd bang, omdat de Israëlieten talrijk waren geworden. De farao had Jozef niet gekend en dus was er reden voor zijn bangheid. Hij, de farao, was bang dat in geval van oorlog de Israëlieten zich bij zijn tegenstanders zou aansluiten en dan zouden vluchten. Dus besloot de farao de Israëlieten dwangarbeid te laten verrichten. Maar helaas voor de farao, was God met zijn volk en hoe meer de Egyptenaren het volk onderdrukte, hoe meer het zich uitbreide. Hierdoor werd de vrees voor het aansluitingsprobleem, steeds groter, en begon de strijd van de farao’s tegen de God van de Israëlieten. Hoe God een begin maakt met de verlossing van Zijn volk lezen wij in de komende dagen.     


[1]  Handelingen 7:19

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *