| Dag tekst – 242 |
Lezen: Deuteronomium 10 : 1 – 11
Tekst voor vandaag: Deuteronomium 10:11
HSV: [11] En de HEERE zei tegen mij: Sta op, ga op reis, voor het volk uit, zodat zij in het land komen dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te geven, en zij dat in bezit nemen.
Overdenking: De woorden van de tekst voor vandaag moeten Mozes als muziek in de oren hebben geklonken. Want als we even terugzien naar wat er was gebeurd dan is het echt een wonder dat Mozes deze opdracht kreeg. Want wij weten dat de Heere altijd weet wat hij wil en dat dan ook doet. Maar ook zien wij vandaag dat de Heere niets is veranderd. Hij luistert nog steeds naar de gebeden en is nog steeds rechtvaardig. Het volk Israël heeft ook toen gezien dat de rechtvaardigheid van God steeds de boventoon voert. Het volk was ontrouw, maar God is getrouw. Mozes heeft nieuwe stenen tafelen moeten maken en een kist waarin ze moesten worden bewaard. Na dit te hebben gedaan, is Mozes met de stenen weer de berg opgegaan en ook nu weer veertig dagen en veertig nachten. Het volk wachtte nu geduldig op de terugkomst van Mozes. Nadat de stenen tafelen in de kist waren gelegd, brak het volk op en reisde verder. Aaron was gestorven en zijn zoon nam zijn taak over. Ook zonderde de Heere de stam Levi af om de ark van het verbond te dragen voor het aangezicht van de Heere. Omdat de Heere Mozes de opdracht gaf om op reis te gaan, wist het volk dat de belofte om een land in bezit te ontvangen zoals de Heere gezworen had nog steeds het vooruitzicht was. Het gebod: ‘Sta op, ga op reis.’ Geeft aan dat de voorbede van Mozes volledig verhoord is, nu de tafelen vervangen zijn en de ark is gebouwd. Wat zal dat een goed gevoel zijn geweest voor het volk, dat de Heere weer met hen optrok. Dat geld nog, als wij oprecht onze zonden belijden, wil Hij ons vergeven en zegenen.
NBV-21: [11] En de HEER zei tegen mij: ‘Ga aan het hoofd van het volk weer op weg, dan kunnen ze het land binnengaan dat Ik hun voorouders onder ede heb beloofd, en het in bezit nemen.’
BGT: [11] Hij zei: ‘Reis nu maar verder met het volk en ga zelf voorop. Dan kunnen ze het land binnengaan dat ik aan hun voorouders beloofd heb. En dan kunnen ze dat land in bezit nemen.’’