| Dag tekst – 193 |
Lezen: Romeinen 15 : 25 – 33
Tekst voor vandaag: Romeinen 15:30-32
HSV: [30] En ik roep u ertoe op, broeders, door onze Heere Jezus Christus en door de liefde van de Geest, om samen met mij te strijden in de gebeden tot God voor mij, [31] [1]dat ik verlost mag worden van de ongehoorzamen in Judea en dat mijn dienstbetoon, namelijk dat aan Jeruzalem, de heiligen welgevallig is, [32] [2]zodat ik met blijdschap naar u toe kom door de wil van God en bij u tot rust zal mogen komen.
Overdenking: Een oproep van Paulus om hulp in zijn strijdt. De strijdt wordt gevraagd door in gebed tot God met hem mee te strijden. De twee gebedsverzoeken van Paulus zijn: 1. Dat hij verlost mag worden van de ongehoorzamen. 2. Dat zijn dienstbetoon aan Jeruzalem de heiligen welgevallig is. Paulus werd in Judea gevangengenomen en ze wilden hem ter dood brengen. Maar dit werd tegengehouden en zo kon Paulus toch op een onverwachte manier naar Rome. Wel als gevangene maar met de vreugde van christus en als bemoediging voor medechristenen. Ook hier kunnen wij weer zien hoe God soms op wonderlijke wijze werkt en zijn plan ten uitvoer laat komen. Laten wij daarom ook gaan vertrouwen op onze gebeden tot God om hulp en vraag ook mede gelovigen om mee te bidden.
NBV-21: [30] Broeders en zusters, in de naam van onze Heer Jezus Christus en met een beroep op de liefde van de Geest, vraag ik u dringend om samen met mij vurig tot God te bidden. Bid voor mij [31] dat ik behoed word voor de ongelovigen in Judea en dat mijn hulp door de heiligen in Jeruzalem zal worden gewaardeerd. [32] Dan kan ik, indien God het wil, vol vreugde naar u toe komen om in uw gezelschap nieuwe kracht op te doen.
BGT: [30] Vrienden, ik wil jullie dringend vragen om voor mij te bidden. Wij horen bij elkaar, want Jezus Christus is onze Heer. En de heilige Geest zorgt ervoor dat we van elkaar houden. Steun mij dan ook bij mijn werk door voor mij te bidden! [31] Bid dat God mij in Judea beschermt tegen de Joden die niet in Christus geloven. Bid dat de Joodse christenen in Jeruzalem het geld van de niet-Joodse christenen willen aannemen. [32] En bid dat God mij daarna veilig bij jullie laat komen. Dan kunnen we er samen blij om zijn dat de christenen een eenheid vormen.
[1] 2 Thessalonicenzen 3: [2] en dat wij verlost mogen worden van de slechte en boosaardige mensen. Want niet allen hebben het geloof.
[2] Romeinen 15: [23] Nu ik echter in deze streken geen arbeidsveld meer heb, en ik sinds vele jaren een groot verlangen heb naar u toe te komen,
Romeinen 1: [10] Steeds weer vraag ik in mijn gebeden of mij, zo mogelijk, door de wil van God eens een goede gelegenheid geboden zal worden om naar u toe te komen.