| Dag tekst – 136 |
Lezen: Leviticus 23 : 37 – 44
Tekst voor vandaag: Leviticus 23:42-43
HSV: [42] Zeven dagen moet u in de loofhutten wonen. Alle ingezetenen van Israël moeten in loofhutten wonen, [43] zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb. Ik ben de HEERE, uw God.
Overdenking: In het bijbel gedeelte van vandaag krijgen wij een overzicht van de jaarlijkse feestdagen. De feestdagen zijn er niet alleen foor het feest maar dienen ook als herinnering aan de Heere en aan Zijn werk, dat Hij heeft gedaan voor Zijn volk Israël. De feesten zijn er om de Heere te verheerlijken en wel op de juiste wijze. In de verzen 37 – 38 wordt de feestkalender samengevat, maar in de verzen 39 – 44 wordt het loofhuttenfeest opnieuw besproken. Misschien zijn deze verzen simpelweg een aanvulling op de geringe details in de eerdere uitleg van het feest. (Zie vers 33-36). Wij mensen onthouden vaak wel de leuke dingen, maar moeilijker d noodzakelijke dingen. De Heere kent ons van binnenuit. Daarom heeft de Heere de feesten ingesteld opdat ook wij de dingen die de Heer ook voor ons heeft gedaan in herinnering te brengen. Want elke zondag is toch een feestdag? Op die dag mogen wij de Heere loven en prijzen om wat hij elke dag voor ons doet. Laten wij de Heere daarvoor danken en laten wij dat doen als gemeente van de Heer Jezus gezamenlijk doen, elke week opnieuw. Want een feest alleen vieren is toch geen feest. Op zondag even het werk het werk te laten en je richten op de Heere is toch niet moeilijk. Danken voor de ontvangen zegening en het uitdelen van de genade die de Heere ons geeft die wij niet hebben verdiend, geeft een dankbaar hart.
NBV-21: [42] Zeven dagen lang moeten jullie in hutten wonen, elke geboren Israëliet moet in een loofhut wonen, [43] om jullie kinderen eraan te herinneren dat Ik de Israëlieten in hutten liet wonen toen Ik hen uit Egypte wegleidde. Ik ben de HEER, jullie God.”’
BGT: [37-43] Let op! Het Loofhuttenfeest begint dus op de vijftiende dag van de zevende maand. Het begint als jullie de oogst van het land binnengehaald hebben. Op de eerste dag en op de dag na het feest mogen jullie niet werken. Op de eerste dag van het feest moeten jullie mooie vruchten plukken. Jullie moeten ook takken afsnijden van palmbomen en andere bomen met veel bladeren. Alle Israëlieten moeten hutten maken van die takken. En zeven dagen lang moeten jullie in die hutten wonen. Want de Heer, jullie God, liet jullie in zulke hutten wonen toen hij jullie uit Egypte weghaalde. Dat moeten ook jullie nakomelingen weten. Vier dit feest ter ere van de Heer elk jaar in de zevende maand, zeven dagen lang. Die regels gelden voor altijd. Ook jullie nakomelingen moeten zich eraan houden. Dat zijn alle feesten voor de Heer die jullie samen moeten vieren als heilige dagen. Jullie moeten op die dagen offers aanbieden aan de Heer. Bij elk feest horen bepaalde offers. Dat kunnen offers zijn die je helemaal moet verbranden, of offers bij een feestmaal, of graanoffers of wijnoffers. Behalve die offers bij de feesten voor de Heer, zijn er ook nog andere offers: offers die je elke sabbat moet brengen, offers die je beloofd hebt, en offers die je vrijwillig brengt. En je kunt ook speciale geschenken aanbieden aan de Heer.’’