| Dag tekst – 084 |
Lezen: Markus 11 : 1 – 11
Tekst voor vandaag: Markus 11:11
HSV: [11] [1]En Jezus kwam Jeruzalem binnen en ging de tempel in; en nadat Hij alles rondom bekeken had en toen het al avond was, ging Hij met de twaalf de stad uit naar Bethanië.
Overdenking: Jezus was onderweg naar Jeruzalem. en dichtbij de Olijfberg stopte Jezus en zond twee discipelen naar het dorp om daar de ezel te halen die daar stond. Hier lezen wij dat Jezus almachtig was en wist wat er ging gebeuren wat er gebeuren moest. De Discipelen vonden alles zoals Jezus had gezegd. De intocht verliep glorieus. Hij werd gehuldigd als de zegenvierende Messias van Israël. De mensen riepen: Hosanna! Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere! Toen Jezus Jeruzalem binnen kwam gingen ze de tempel binnen. Hierin vers 11 staat dat Jezus alles bekeek, wat er gebeurde in de tempel. De tempel was het godsdienstige centrum van de Joodse Godsdienst. Jezus was een persoon van deze Godsdienst. Toen het avond was en Jezus alles had gezien, vertrok Hij met de twaalf discipelen naar Bethanië. Vermoedelijk naar hun vrienden Lazarus en Martha en Maria. Omdat het de week was voor het Pascha en Bethanië was vlak bij Jeruzalem. Als het moeilijk wordt wil je toch wel in de buurt zijn van vrienden. Wat een zegen als je echte vrienden hebt. Dank God daarvoor.
NBG-21: [11] Hij trok Jeruzalem in en ging naar de tempel. Nadat Hij daar alles gezien had, ging Hij – want het was al laat geworden – met de twaalf terug naar Betanië.BGT: [11] Jezus en de leerlingen kwamen in Jeruzalem. Jezus ging de tempel in en bekeek daar alles goed. Het was al laat geworden. Daarom ging Jezus met de twaalf leerlingen terug naar Betanië.
[1] Mattheüs 21: [12] En Jezus ging de tempel van God binnen en dreef allen die in de tempel verkochten en kochten naar buiten, en keerde de tafels van de wisselaars om en de stoelen van hen die de duiven verkochten.
Matheüs 21: [14] En er kwamen blinden en kreupelen bij Hem in de tempel en Hij genas hen.
Lukas 19: [45] En toen Hij de tempel was binnengegaan, begon Hij hen die daarin verkochten en kochten, eruit te drijven.
Johannes 2: [14] En Hij trof in de tempel mensen aan die runderen, schapen en duiven verkochten, en de geldwisselaars die daar zaten.