Bijbel open in 2023

Bijbel open in 2023

Dag: 361

Lezen: Openbaring 21:1-8

Thema: God zal bij ons zijn 

Tekst voor vandaag: Openbaring 21:3 

 

HSV: [3] En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: [1]Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.

 

NBV21: [3] Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn.

 

 

BGT: [3] Uit de richting van de troon hoorde ik een luide stem, die zei: ‘Nu is God zelf op aarde. Vanaf nu zal hij bij de mensen wonen. De mensen zullen zijn volk zijn, en hij zal hun God zijn.

 

       

Aantekening bij:

Openbaring 21:3 Hij zal bij hen wonen. De grootste hemelse zegen zal onbelemmerde gemeenschap met God Zelf zijn. Het doel van Gods verbond, ‘God met ons’ (Jesaja 7:14 en aantekening; Mattheüs 1:23), voorafgeschaduwd in de oudtestamentische tabernakel en tempel, zal bereikt worden. Zijn volk … hun God. Zie Leviticus 26:11-12; Ezechiël 37:27.

 

 

Jesaja 7:14 [14] Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.

 

Aantekening bij Jesaja 7:14 de Heere Zelf. Omdat de aardse koning niet op het aanbod (vers 12) ingaat, neemt de hemelse Koning weer het initiatief (vgl. vers 17). Net als Achaz zal ook zijn zoon en opvolger Hizkia twee tekenen krijgen (zie Jesaja 37:30; 38:7).

Er wordt wel gezegd dat het Hebreeuwse woord ‘alma, dat vertaald is als maagd, gewoonlijk ‘jonge vrouw’ betekent, maar in feite betekent het specifiek ‘meisje’: een ongetrouwde en seksueel reine jonge vrouw, die als zodanig maagdelijkheid als kenmerk heeft (zie Genesis 24:16, 43; Exodus 2:8). Dus de vertalers van de LXX, die in deze tekst 200 jaar voor de geboorte van Jezus ‘alma met parthenos (een specifieke uitdrukking voor ‘maagd’) hebben vertaald, hebben de bedoeling van het Hebreeuwse woord goed opgevat. Als Mattheüs deze profetie dan ook op de maagdelijke geboorte van Jezus betrekt (zie Mattheüs 1:23), is dit in overeenstemming met het correcte begrip van parthenos in de LXX en bij andere Griekse schrijvers.

Jesaja profeteert verder dat ‘de maagd’ degene is die Hem de naam Immanuel zal geven. In het Oude Testament is het vaak de moeder die haar kind een naam geeft (bv. de namen van de aartsvaders in Genesis 29:31-30:24; zie echter Genesis 35:18; ook Richteren 13:24; 1 Samuël 1:20), al kunnen ook andere vrouwen (vgl. Ruth 4:17 of zelfs de vader (Genesis 16:15; Richteren 8:31) daarbij een rol spelen. De betekenis van de naam Immanuel (‘God met ons’) is de boodschap van het teken. Die is zo belangrijk, dat Mattheüs de naam voor zijn lezers vertaalt (Mattheüs 1:23). Immanuel wordt in Jesaja 8:8 zelf aangesproken (‘uw land innemen, Immanuel!’); in 8:10 is de naam een volzin (‘Want God is met ons.). Dat God ‘met’ iemand of ‘met’ een volk is, wil zeggen dat Hij hen leidt en helpt om hun roeping te volvoeren (Genesis 21:22; Exodus 3:12; Deuteronomium 2:7; Jozua 1:5; Psalm 46:8, 12; Jesaja 41:10). Dit was dus een duidelijke boodschap voor de angstige Achaz of voor het falende huis van David. Christelijke exegese volgt Mattheüs in het toepassen van dit vers op de geboorte van Jezus. Nu heeft het teken volgens Jesaja’s profetie ook betekenis voor Jesaja’s eigen tijd. Daarom rijzen in dit verband enkele vragen: Tot wiens gezin behoorde die maagd, en was zij nu getrouwd of niet? Wat is de precieze betekenis van de naam van het Kind? Heeft het Kind echt Immanuel geheten, of is dit eigenlijk een titel? En de hoofdvraag is wel: is de profetie van het teken vervuld in Jesaja’s tijd, of heeft die (ook toen al) uitsluitend betrekking gehad op een volledige vervulling in de toekomst? Deze vraag is door christenen beantwoord op één van de volgende manieren.

Sommigen geloven dat het teken maar één vervulling kent: d.w.z. het teken wijst uitsluitend en alleen op de geboorte van Jezus als de Messias. Zij accentueren het begrip ‘maagd’ als de enige betekenis van ‘alma, waarmee een vervulling van de profetie vóór de geboorte van Jezus wordt uitgesloten. Zij zien in ’Immanuel’ hier en in 8:8 eerder een titel dan een eigennaam. In deze visie toont het onderscheid tussen ‘Zoon’ (Hebreeuws ben,7:14) en ‘jongen’ (Hebreeuws na’ar, 7:16) aan dat er verschil is tussen enerzijds het Kind van de wonderbare geboorte en anderzijds een jongen die niet in verband staat met Gods belofte. Deze visie heeft als gevolg dat een verwijzing naar Jesaja’s tijd (vers 16-17) losstaat van de vervulling van de belofte van de wonderbaarlijk geboren Zoon in de toekomst (vers 14). Volgens deze interpretatie heeft de voorzegging van de maagdelijke geboorte in ver 14 dan ook uitsluitend betrekking op een feit in de toekomst, en vormt Mattheüs’ toepassing van deze profetie op Jezus (Mattheüs 1:20-23) het geïnspireerde Goddelijk getuigenis dat dit feit de unieke vervulling van Jesaja’s profetie is. Bij deze interpretatie is het teken gegeven aan ‘het huis van David’, waarmee God Zijn belofte bevestigt om Davids koningshuis in stand te houden (overeenkomstig de beloften in 2 Samuël 7:12-16) teneinde Israëls opdracht tot zij glorierijke vervulling te leiden (Jesaja 9:5-6; 11:1-10). Om dit te volvoeren zou God alle middelen gebruiken, zelfs een wonder. En deze belofte vormt dan Gods afwijzende reactie op Achaz’ ongelovig hopen op aardse hulp.

Exegeten volgens wie dit teken meer direct voor Achaz en zijn tijd is bedoeld, zeggen gewoonlijk dat Jesaja’s profetie een dubbele vervulling heeft gekregen: eenmaal onmiddellijk in Jesaja’s tijd en eenmaal op langere termijn bij de geboorte van de Messias. Volgens hen ligt het voor de hand dat de naam ‘Immanuel’ een dubbele betekenis heeft, omdat in hetzelfde verband twee andere ‘zonen’ ook een symbolische rol vervullen (vgl. Jesaja 7:3; 8:3-4). Zij voeren ook aan dat Jesaja zelf het teken van 7:16-71 rechtstreeks op Achaz eigen tijd betrekt. Deze opvatting van de tekst doet geen afbreuk aan Mattheüs’ bevestiging van de bovennatuurlijke ontvangenis en maagdelijke geboorte van Jezus (vgl. ook Lukas 1:34-35). Maar ook als de profetie een onmiddellijke vervulling in de tijd van Achaz inhoudt, kan die niet volledig zijn vervuld door de geboorte van iemand zoals Maher Sjalal Chasj Baz (Jesaja 8:1, 3) of, zoals wel wordt gedacht, door de geboorte van Hizkia, aangezien 9:5 de geboorte voorzegt van een Zoon met de Naam ‘Wonderbaarlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst’. En zo’n Naam past alleen maar bij de Messias uit het huis van David. Dus volgens deze interpretatie voorzegt de profetie van Jesaja 7:14 de geboorte van Immanuel, enis die ten ten dele vervuld in Jesaja’s tijd, maar geheel en definitief in Jezus Christus.

Gelovige exegeten zijn aan beide zijden van de tafel te vinden. Daarom moet men niet de waarheden vergeten die allen onderschrijven: de profeet spreekt namens God met gezag, Achaz en zijn huis liggen onder het oordeel; het profetische teken raakt onmiddellijk het falen in de tijd van Achaz; de vervulling van de profetie vindt plaats door rechtstreeks Goddelijk ingrijpen in de menselijke geschiedenis: en het teken wordt uiteindelijk vervuld in de maagdelijke geboorte van de Messias Jezus. Die letterlijk ‘God met ons ‘is.

 

 

Tegenstellingen            (Uit de mannen Bijbel)

 

Openbaring 21:1-8 Voorafgaand aan het visioen van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:9-27), worden we geconfronteerd met een heftige tegenstelling. Voor Jezus’ volgelingen is er het vooruitzicht van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar geen rouw of moeite meer zal zijn. Die ‘eerste dingen’ zijn dan voorbij (vers 4). Maar er is ook een dreigend vooruitzicht. Voor hen die de genade en liefde van Jezus weigeren, bestaat de eeuwigheid uit de poel die brandt van vuur en zwavel (vers 8). Huiveringwekkend!

De opsomming in vers 8 is duidelijk: ‘de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers tovenaars afgodendienaars en alle leugenaars’. Wie zo wil leven, zal hét Leven niet vinden. Voor hen is geen plaats in Gods nieuwe wereld. Eenmaal zal God recht doen. Het kwaad en de kwaden woeden weggedaan bij Zijn eindoordeel. Dat ie een hele rust voor allen die daar nu nog onder gebukt gaan. Maar het is in dit bijbelgedeelte vooral een waarschuwing: blijf zo niet leven. Bekeer je en zoek je heil bij Jezus Christus, Die het oordeel gedragen heeft. Hij geeft het ‘water des levens’ voor niets te drinken (vers 6). Wie van deze uitnodiging gebruik maakt, zal een overwinnaar zijn en voor altijd wonen in het nieuwe Jeruzalem.

 

God komt bij de mensen wonen     (Uit de vrouwen Bijbel)

 

Openbaring 21:1-5 Wat een vooruitzicht! God komt bij ons wonen! God en mens (m/v) zullen dan in een heel diepe, intieme verbondenheid met elkaar leven. Nu is ons leven nog geschonden en door zonde verziekt. Maar aan alle zonde, pijn en onrust in je leven zal een einde komen. God zal je troosten zoals een moeder haar kind troost.    


[1] Ezechiël 43: [7] en Hij zei tegen mij: Mensenkind, dit is de plaats van Mijn troon en de plaats van Mijn voetzolen, waar Ik voor eeuwig wonen zal onder de Israëlieten. Zij die van het huis van Israël zijn, zullen Mijn heilige Naam niet meer verontreinigen, zij en hun koningen, met hun hoererij en met de dode lichamen van hun koningen op hun offerhoogten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *