HSV: [5-6] En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.
En God zei: Laat er een gewelf zijn in het midden van het water, en laat dat scheiding maken tussen water en water!
NBV21: [5-6]het licht noemde Hij dag, de duisternis noemde Hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.
God zei: ‘Laat er midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’
BGT: [5-6] Het licht noemde hij ‘dag’ en het donker noemde hij ‘nacht’. Toen werd het avond en het werd ochtend. Dat was de eerste dag.
God zei: ‘Er moet in het midden van het water een koepel komen om het water te verdelen.’
Aantekening bij:
Psalm 6:2-6 Bede om genade. Deze verzen komen op uit een levensbedreigende situatie. Een ziekte zou bij de situatie passen, maar andere wanhopige situaties eveneens. Het lied legt de situatie uit als voortkomend uit Gods ongenoegen over een aantal uitzonderlijke zonden. Dit betekent niet dat sommige dat zouden kunnen zijn. De psalm zorgt voor een middel om speciaal in zulke omstandigheden gepast te zingen tot God.
Zonde (Uit de vrouwen Bijbel)
Psalm 6:2 Je kunt zo wanhopig worden van zonden die je doet en de gevolgen die jouw zonden hebben! Voor mensen om je heen, maar ook voor je relatie met God en uiteindelijk voor jezelf. God kan de zonde niet verdragen, het roept Zijn toorn op. We proeven in deze psalm de wanhoop van David, die door zij zonde in een levensgevaarlijke situatie terecht is gekomen. Laten wij de zonde ons hart ook zo raken, dat we God om genade smeken?
Onrecht bedrijven (Uit de vrouwen Bijbel)
Psalm 6:3 een ernstige ziekte heeft nooit alleen betrekking op je lichaam, ook je geest wordt erbij betrokken. Als de ziekte maar doorwoekert, kun je wanhopig worden en de moed verliezen. ‘Het helpt toch niet als ik ertegen blijf vechten!’ Juist dit gevoel deelt David met God. Hij weet dat hi zichzelf niet kan redden, lichamelijk en geestelijk is hij uitgeput. Wat een vrijmoedigheid heeft David, om de Heere te vragen te mogen blijven leven. Zou jij diezelfde vrijmoedigheid hebben?
Een korte overdenking
Boven deze Psalm staat in de Bijbel ‘Eerste boetpsalm’. Het is een psalm van David, en David wordt een vriend van God genoemd. Daarvan verwacht je toch niet dat hij door Gods toorn wordt bestraft? Maar als je David beter kent weet je ook waarom hij een vriend van god wordt genoemd. Niet omdat hij nooit wat fout doet maar omdat hij de weg weet naar God terug te keren. Hij beseft zijn fouten en zonden en belijdt deze aan God. David smeekt God ook om genade en weet zich dus bewust van het kwaad wat hij heeft gedaan. Hij is bang, maar hij weet ook dat zijn God naar hem wil luisteren en dus vraagt hij God, dat God naar hem terug keert. Ook vertrouwd David erop dat God zijn gebed aanneemt. Zelfs in zijn door schrik overmande ziel blijft hij vertrouwen. Ook wij mogen vertrouwen op de Heer. Wij weten door wat Paulus schrijft in 2 Korinthe 5 (Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden,
als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden.
Want ook wij, die in deze tent zijn, zuchten terwijl we het zwaar te verduren hebben; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden.
Hij nu Die ons hiervoor heeft gereedgemaakt, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft.), dat wij een mooie toekomst hebben. Laten wij daarom ook met onze zorgen naar God gaan en op hem blijven vertrouwen. Zodat de wereld kan zien dat wij door het offer van Jezus een hoopvolle toekomst hebben.