| Bijbel open in 2023 |
Dag: 051
Lezen: 1 Korinthe 4:1-13
Thema: Wie denkt u wel dat u bent?
Tekst voor vandaag: 1 Korinthe 4:7
HSV: [7] Want wie maakt onderscheid tussen u? [1]En wat hebt u dat u niet hebt ontvangen? En als u het ook ontvangen hebt, waarom roemt u alsof u het niet ontvangen had?
NBV21: [7] Wie denkt u wel dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom schept u dan op alsof u het zelf verworven hebt?
BGT: [7] Wie denken jullie wel dat jullie zijn? Alles wat jullie als christenen bezitten, hebben jullie van God gekregen. Jullie hebben niets van jezelf. En toch vinden jullie jezelf geschikt om dienaren van God te beoordelen!
Aantekening bij:
1 Korinthe 4:7 Deze reeks retorische vragen geeft in een notendop de theologische kernwaarheid weer dat de Korinthiërs, in hun verdeeldheid, vergeten lijken te hebben dat al hun talenten, kansen en zegeningen van God komen, zodat zij zich er niet op kunnen beroemen. En wat hebt u dat u niet hebt ontvangen? Als christenen zich dit regelmatig afvragen, zullen ze daar diep ootmoedig en dankbaar door worden. Zie ook 1 Korinthe 1:4, 30-31; 3:6-7, 21-23.
Allemaal hetzelfde (Uit de vrouwen Bijbel)
1 Korinthe 4:7 Tegenwoordig wordt mensen gevraagd zich te profileren. Jongeren moeten duidelijk maken waarin ze zich onderscheiden van anderen om zo kans te maken op een studie of een baan. Paulus zoekt in dit hoofdstuk juist wat mensen verbindt. Waarin is iedereen gelijk? Alles wat we hebben of kunnen is gekregen. Dat maakt bescheiden.
[1] Spreuken 3:[7] Wees niet wijs in je eigen ogen: vrees de HEERE en keer je af van het kwade.
Romeinen 12:[3] Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik ieder onder u niet hoger te denken dan hij moet denken, maar laat hij denken in bescheidenheid, naar de mate van geloof zoals God die aan ieder heeft toebedeeld.