HSV: [32] Elisa nu zat in zijn huis en de oudsten zaten bij hem. De koning stuurde een man voor zich uit, maar voordat de bode bij hem gekomen was, had hij zelf tegen de oudsten gezegd: Hebt u gezien hoe die moordenaarszoon iemand gestuurd heeft om mij te onthoofden? Let op! Als die boodschapper komt, sluit dan de deur, en dring hem bij de deur terug. Is het geluid van de voetstappen van zijn heer niet achter hem?
NBV21: [32] Elisa was thuis, en de oudsten waren bij hem. De koning stuurde een bode naar hem toe, maar nog voor deze aankwam zei Elisa tegen de oudsten: ‘Weet u wel dat die moordenaarszoon iemand heeft gestuurd om mij te onthoofden? Sluit de deur zodra de bode van de koning eraan komt, houd hem tegen. Hoor, volgt zijn heer hem niet op de voet?’
BGT: [32] Toen stuurde de koning een boodschapper naar Elisa toe. Elisa was thuis, en de leiders van Samaria waren bij hem. Maar nog voordat de boodschapper er was, zei Elisa tegen de leiders: ‘Onze koning is een moordenaar! Hij heeft iemand hierheen gestuurd om mijn hoofd eraf te hakken! Als jullie die man zien, doe dan de deur dicht en houd hem tegen. Kijk, daar is hij al, en de koning komt achter hem aan!’
Aantekening bij:
2 Koningen 6:32 de oudsten zaten bij hem. Zoals ‘leerling-profeten’ bijeenkwamen om naar de profeet te luisteren (Hoofdstuk 4), zo zijn de oudsten nu bijeen in Elisa’s huis (vgl. Ezechiël 8:[1] Het gebeurde in het zesde jaar, in de zesde maand, op de vijfde van de maand, toen ik in mijn huis zat en de oudsten van Juda vóór mij zaten, dat daar de hand van de Heere HEERE op mij viel.
Ezechiël 20:[1] Het gebeurde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op de tiende van de maand, dat er mannen uit de oudsten van Israël kwamen om de HEERE te raadplegen, en zij gingen vóór mij zitten.).
Korte overdenking
Omdat de koning Benhadad van Syrië met zijn hele leger opgetrokken was tegen Samaria en het belegerde, was er een hongersnood ontstaan en eten was er bijna niet. De situatie was zo erg dan men kinderen ging eten. Toen de koning van Israël dat hoorde scheurde hij zijn kleren. De koning van Israël wist wel een zondebok aan te wijzen, nl. Elisa de zoon van Safat, de profeet. En om klachten tegen hem van zich af te schuiven, wilde hij dus Elisa als de zondebok doden, in plaats van zijn knieën te buigen voor de God die redding kan geven. Elisa zat met de oudsten die naar hem luisterden in zijn huis en wist dat ze hem zochten. Maar Elisa vertrouwde opnieuw op de Heere en zei tegen de koning van Israël, die bode op de voet was gevolgd, ‘Hoor het woord van de Heere’, (zie 2 Koningen 7:1). Maar een officier, die naast de koning was geloofde niet dat God zulke wonderen kon doen. Maar Elisa zei tegen hem: U zult het zien maar er niet van eten. Zijn wij ook niet vaak zo dat we de wonderen van God wel horen maar er vaak aan twijfelen of het wel zal geschieden? Waar is dan ons vertrouwen, of vertrouwen we alleen als het hebben gezien?
Uit de vrouwen Bijbel
Verwachting 2 Koningen 7:1, 10-13
Als bij de koning de boodschap van het verlaten tentenkamp binnenkomt, is hij zeer wantrouwend. Dat is begrijpelijk voor een veldheer, maar met de profetische voorspelling van Elisa is het ook erg ongelovig. Het toont ons zijn instelling, zoals ook in 2 Koningen 6:27, De uitkomst van Elisa’s profetie is het laatste waar hij rekening mee houdt.
Ga ervan uit dat al Gods beloften uitkomen, ook al zie je tot nu toe het tegendeel in je leven.