HSV: [2] De bevelhebber van de lijfwacht liet Jeremia halen en zei tegen hem: De HEERE, uw God, heeft dit kwaad over deze plaats uitgesproken, [3] en de HEERE heeft het doen komen en gedaan zoals Hij gesproken had, want u hebt tegen de HEERE gezondigd en niet naar Zijn stem geluisterd. Daarom is dit woord aan u geschied. [4] Nu dan, zie, ik heb u vandaag losgemaakt van de ketenen die om uw handen waren. Als het goed is in uw ogen om met mij naar Babel te komen, kom mee, en ik zal mijn oog op u gericht houden. Maar is het kwalijk in uw ogen om met mij mee naar Babel te komen, laat het. Zie, heel het land ligt vóór u: Ga daarheen, waar het in uw ogen goed en juist is te gaan. [5] Zolang hij nog niet terugkeert, wendt u zich dan tot Gedalia, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan, die de koning van Babel heeft aangesteld over de steden van Juda, en verblijf bij hem te midden van het volk. Of ga daarheen, waar het in uw ogen juist is te gaan. Daarop gaf de bevelhebber van de lijfwacht hem voedsel voor onderweg en een geschenk, en liet hij hem gaan.
NBV21: [2] De commandant van de lijfwacht nam Jeremia apart en zei: ‘De HEER, uw God, heeft Juda dit onheil aangekondigd, [3] en de HEER heeft gedaan wat Hij gezegd heeft, want jullie hebben tegen Hem gezondigd en niet naar Hem geluisterd. Daarom is dit alles jullie overkomen. [4] Maar uw boeien maak ik los. Als u wilt, kunt u met mij meegaan naar Babel. Ik zal u in bescherming nemen. Maar als u niet met mij mee wilt, doe het dan niet. Het hele land ligt voor u open; u kunt gaan en staan waar u wilt.’ [5] Toen Jeremia nog steeds niet wegging, zei Nebuzaradan: ‘Ga terug naar Gedalja, de zoon van Achikam, de zoon van Safan, die door onze koning als gouverneur over de steden van Juda is aangesteld. Ga bij hem te midden van uw volksgenoten wonen, of waar u maar wilt.’ De commandant van de lijfwacht gaf Jeremia voedsel en geschenken en liet hem gaan.
BGT: [2-3] Nebuzaradan liet Jeremia halen en zei tegen hem: ‘De Heer, je God, heeft verschrikkelijke dingen laten gebeuren in Juda. Alles wat hij eerder al gezegd had, is nu gebeurd. Dat komt doordat jullie niet naar hem geluisterd hebben. Jullie deden steeds dingen die hij niet goed vond. Daarom zijn die vreselijke dingen met jullie gebeurd. [4] Maar jou laat ik vrij, Jeremia! Ik maak de kettingen van je handen los. Als je wilt, mag je met mij mee naar Babel. Ik zal je beschermen. Als je niet met me mee wilt naar Babel, is dat ook goed. Je mag overal heen. Kies een plek die je fijn en prettig vindt, en ga daarheen.’ [5] Jeremia wist niet of hij nu ook terug mocht gaan naar zijn eigen land. Toen zei Nebuzaradan: ‘Je mag ook terug naar Juda, als je dat wilt. Ga dan naar Gedalja, de zoon van Achikam en de kleinzoon van Safan. Hij bestuurt de steden van Juda, in opdracht van onze koning. Je kunt bij hem gaan wonen, bij je volk. Of kies zelf een plaats uit om naartoe te gaan.’ Toen gaf hij Jeremia voedsel en geschenken, en liet hem gaan.
Aantekening bij: Jeremia 40:2-5
Nebuzaradan erkent dat Jeremia’s profeteren over de val van Jeruzalem klopt. Zoals Nebukadnezar heeft gezegd (Jeremia 39:11-12) laat Nebuzaradan Jeremia de vrije keus waar hij wil blijven, en stelt hem onder de hoede van Gedalia.
Uit de vrouwen Bijbel
Een moeilijke keuze Jeremia 40:4
Carriére maken in Babel onder de bescherming van een Babylonische officier die hem goedgezind is, of terug naar Jeruzalem waar een onzekere toekomst hem wacht. Dat is het dilemma waar Jeremia mee te maken krijgt. Hij kiest voor de weg van de Heere. En zoals meestal, is dat niet de gemakkelijkste weg.