Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 111

Lezen: Jeremia 29:24-32 

Thema: Weerwoord

Tekst voor vandaag: Jeremia 29:30-32 

 

HSV: [30] Toen kwam het woord van de HEERE tot Jeremia: [31] Stuur aan alle ballingen deze boodschap: Zo zegt de HEERE van Semaja, de Nechelamiet: Omdat Semaja u geprofeteerd heeft, terwijl Ík hem niet heb gezonden, en heeft gemaakt dat u [1]op leugen vertrouwt, [32] daarom, zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga Semaja, de Nechelamiet, en zijn nageslacht straffen. Hij zal niemand hebben die woont in het midden van dit volk. Hij zal niet het goede zien dat Ik doen zal aan Mijn volk, spreekt de HEERE, want hij heeft opgeroepen [2]afvallig te worden van de HEERE.

 

NBV21: [30] richtte de HEER zich tot Jeremia:  [31] ‘Stuur de volgende brief aan de ballingen: Dit zegt de HEER over Semaja, de Nechelamiet: Hij heeft bij jullie geprofeteerd zonder dat Ik hem gezonden heb en heeft jullie met leugens misleid.  [32] Daarom – dit zegt de HEER: Ik zal hem en zijn nageslacht straffen. Ze zullen onder dit volk ophouden te bestaan, ze zullen de voorspoed die Ik mijn volk zal brengen niet meemaken – spreekt de HEER. Want hij heeft het volk tegen Mij opgezet.’

 

BGT: [30-31] Daarna gaf de Heer aan Jeremia de opdracht om opnieuw een brief te sturen naar de Judeeërs in Babel. Dit moest hij schrijven: ‘Semaja uit Nachlam zei dat hij jullie een boodschap vertelde namens de Heer, maar dat is niet waar. Semaja is niet door de Heer gestuurd. Hij heeft jullie laten vertrouwen op leugens. [32] Daarom zegt de Heer: ‘Ik ga Semaja straffen, samen met zijn hele familie. Er zal niemand van zijn familie overblijven. Hij zal niet meemaken dat ik mijn volk weer gelukkig maak. Want hij heeft de Judeeërs in Babel tegen mij in opstand laten komen.’’

 

Aantekening bij: Jeremia 29:31-32

Jeremia ontmaskert Semaja als een valse profeet, die het volk leugen laat geloven (Jeremia 28:15). Met zijn nageslacht kan zijn bedoeld afstammelingen die zijn afvalligheid ondersteunen (zie Exodus 20:5-6; Ezechiël 18:1-4). opgeroepen afvallig te worden door dingen te verkondigen die God niet heeft gezegd.

  


[1]  Jeremia 28:[15] Toen zei de profeet Jeremia tegen de profeet Hananja: Luister toch, Hananja, de HEERE heeft u niet gezonden. Ú echter hebt dit volk op leugen doen vertrouwen.

[2]  Jeremia 28:[16] Daarom, zo zegt de HEERE, zie, Ik ga u wegwerpen van de aardbodem. Dit jaar sterft u, omdat u hebt opgeroepen afvallig te worden van de HEERE.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *