Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 021

Lezen: Jesaja 43:8-13

Thema: Hij alleen kent de toekomst

Tekst voor vandaag: Jesaja 43:10-13

 

HSV: [10] U bent Mijn getuigen, spreekt de HEERE, en Mijn dienaar die Ik verkozen heb, opdat u het weet en Mij gelooft, en begrijpt dat Ik Dezelfde ben: [1]vóór Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn. [11] Ik, Ik ben de HEERE, buiten Mij is er geen Heiland. [12] Ík heb verkondigd en Ik heb verlost, en Ik heb het doen horen, en er was geen vreemde god onder u. U bent Mijn getuigen, spreekt de HEERE, dat Ik God ben. [13] Ook voor de dag er was, ben Ik en er is niemand die uit Mijn hand kan redden. Ik zal werken, en [2]wie zal het keren?

 

NBV21: [10] Mijn getuige zijn jullie – spreekt de HEER –, mijn dienaar, die Ik uitgekozen heb opdat jullie Mij zouden kennen en vertrouwen, en zouden inzien dat Ik het ben. Vóór Mij is er geen god gevormd, en na Mij zal er geen zijn. [11] Ik, Ik ben de HEER! Buiten Mij is er niemand die redt. [12] Ik heb redding aangekondigd en redding gebracht, jullie hoorden het van Mij, niet van een vreemde. Jullie zijn mijn getuige – spreekt de HEER –, dat Ik alleen God ben [13] en dat Ik blijf wat Ik ben. Wanneer Ik mijn macht laat gelden is er niemand die redding bieden kan. Wat Ik tot stand breng, wie maakt het ongedaan?

 

BGT: [10] Volk van Israël, jullie zijn het bewijs dat ik gelijk heb. Jullie zijn mijn dienaren. Ik heb jullie uitgekozen, omdat ik wil dat jullie mij kennen en me vertrouwen. Ik wil dat jullie zeggen: ‘De Heer is de enige God. Er is nooit een andere god geweest en er zal nooit een andere god zijn.’  [11] Ik ben de Heer, ik alleen. Er is geen andere god die mensen kan bevrijden.  [12] Ik zei dat jullie bevrijd zouden worden. En ik heb jullie ook bevrijd! Jullie hebben het van mijzelf gehoord, en niet van een ander. Jullie zijn het bewijs dat ik echt God ben.  [13] En ik zal altijd jullie God zijn. Niemand kan mijn macht kleiner maken. En niemand kan tegenhouden wat ik van plan ben.’

 

Aantekening bij de dagtekst: Jesaja 43:10-13

Bij deze grote rechtszitting zij de Israëlieten Gods getuigen dat Hij de enige God is (vgl. Handelingen 1:8, waar Jezus Zijn apostelen Zijn getuigen noemt). God verklaart herhaaldelijk dat alleen Hij God is. In deze verzen staat 18 keer een woord in de eerste persoon enkelvoud (Ik, Mij, Mijn). Exclusieve toewijding aan de Heere en hun getuigenis voor de heidenvolken, dat is het bestaansrecht en de essentie van Israël.

 

Uit de vrouwen Bijbel

Getuigen           Jesaja 43:10-12

Voor de komst van Jezus naar de aarde was het de taak van het volk Israël om te getuigen van God en zo te laten zien en horen dat hun God de Heere is, de ‘IK BEN DIE IK BEN’. Later noemt Jezus Zijn volgelingen getuigen (Handelingen 1:8). Jouw leven als getuigenis van Gods aanwezigheid op de aarde? Daar zijn niet eens altijd woorden voor nodig. Leef met en voor God, dat is genoeg.  


[1]  Jesaja 41:[4] Wie heeft dit bewerkt en gedaan? Hij Die de generaties riep vanaf het begin! Ik, de HEERE, Die de Eerste ben, en bij de laatsten ben Ik Dezelfde.

   Jesaja 44:[8] Wees niet angstig en wees niet bevreesd.

Heb Ik het u van toen af niet doen horen en   bekendgemaakt? Want u bent Mijn getuigen: is er ook een God buiten Mij? Er ís geen andere rots, Ik ken er geen.

   Jesaja 45:[21] Maak bekend en breng naar voren, ja, beraadslaag samen: Wie heeft dit van oudsher doen horen? Wie heeft dat van toen af bekendgemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE? Buiten Mij is er geen andere God, een rechtvaardig God, een Heiland; er is niemand behalve Ik.

   Hosea 13:[4] Maar Ik ben de HEERE, uw God, sinds het land Egypte. Een God behalve Mij mag u daarom niet erkennen, en buiten Mij is er geen Heiland.

[2]  Jesaja 14:[27] Want de HEERE van de legermachten heeft het besloten, wie zou het dan verijdelen? En Zijn hand is uitgestrekt, wie zou die dan afwenden?

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 020

Lezen: Jesaja 43:1-7

Thema: Het tij keert

Tekst voor vandaag: Jesaja 43:5-7

 

HSV: [5] [1]Wees niet bevreesd, want Ik ben met u.  Vanwaar de zon opkomt, zal Ik uw nageslacht halen en vanwaar zij ondergaat zal Ik u bijeenbrengen.  [6] Ik zal zeggen tegen het noorden: Geef!  En tegen het zuiden: Weerhoud niet! Breng Mijn zonen van ver, en Mijn dochters van het einde der aarde. [7] Ieder die genoemd is naar Mijn Naam, die heb Ik tot Mijn eer geschapen, die heb Ik geformeerd, ja, die heb Ik gemaakt.

 

NBV21: [5] Wees niet bang, want Ik ben bij je. Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug, uit het westen breng Ik jullie bijeen. [6] Tegen het noorden zeg Ik: Geef hier! Het zuiden gebied Ik: Laat los! Breng mijn zonen terug van verre, mijn dochters van de einden der aarde, [7] allen over wie mijn naam is uitgeroepen, en die Ik omwille van mijn majesteit geschapen heb, gemaakt en gevormd.

 

BGT: [5] Wees niet bang, want ik zal bij je zijn. Ik haal je nakomelingen terug uit het oosten en uit het westen.  [6] Tegen het noorden zeg ik: ‘Geef mijn volk terug.’ Tegen het zuiden zeg ik: ‘Laat mijn volk gaan!’ Tegen alle verre landen zeg ik: ‘Breng mijn volk weer terug.  [7] Breng de Israëlieten allemaal terug. Ze zijn naar mij genoemd. Ik heb hen gemaakt ter ere van mijzelf, ik heb hun het leven gegeven.’’

 

Aantekening bij de dagtekst: Jesaja 43:5-7

Waar ter wereld Gods volk ook mag zijn verstrooid, Hij zal allen thuisbrengen (vgl. Deuteronomium 30:1-4). Die heb Ik tot Mijn eer geschapen. Gods volk wordt een toonbeeld van Zijn heerlijkheid – wat ook het hoofddoel is van Zijn verlossing (vgl. Efeze 1:3-6).

 

De verwijs Bijbel verwijst ook naar: 2 Korinthe 6:18 en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de almachtige.  


[1]  Jesaja 44:[2] Zo zegt de HEERE, uw Maker en uw Formeerder van de moederschoot af, Die u helpt: Wees niet bevreesd, Mijn dienaar Jakob, Jesjurun, die Ik verkozen heb.

   Jeremia 30:[10] U dan, wees niet bevreesd, Mijn dienaar Jakob, spreekt de HEERE, wees niet ontsteld, Israël, want zie, Ik ga u verlossen uit verre landen, uw nageslacht uit het land van hun gevangenschap, zodat Jakob terugkeert, rust heeft en zonder zorgen is, en niemand hem schrik aanjaagt.

   Jeremia 46:[27] U dan, wees niet bevreesd, Mijn dienaar Jakob, wees niet ontsteld, Israël! Want zie, Ik ga u verlossen uit verre landen, uw nageslacht uit het land van hun gevangenschap. Jakob zal terugkeren, rust hebben en zonder zorgen zijn, en niemand zal hem schrik aanjagen.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 019

Lezen: Jesaja 42:14-25

Thema: Doof en blind

Tekst voor vandaag: Jesaja 42:18-19

 

HSV: [18] Doven, hoor! Blinden, kijk en zie! [19] Wie is er zo blind als Mijn dienaar, doof zoals Mijn bode die Ik zend? Wie is blind zoals de volmaakte, blind zoals de knecht van de HEERE?

 

NBV21: [18] Doven, luister! Blinden, open je ogen en zie! [19] Is er iemand zo blind als mijn dienaar, zo doof als de bode die Ik zend? Is er iemand zo blind als dit gestrafte volk, blind als de dienaar van de HEER?

 

BGT: [18] De Heer zegt tegen zijn volk: ‘Israël, je lijkt wel doof. Luister toch eens goed! Je lijkt wel blind. Doe je ogen toch eens open!  [19] Niemand is zo doof en blind als jij, mijn dienaar Israël. Nee, niemand is zo doof als de dienaar die ik gestuurd heb. Niemand is zo blind als het volk dat ik gestraft heb. Niemand is zo blind als jij, mijn dienaar Israël.

 

Aantekening bij de dagtekst: Jesaja 42:18-19

In vers 1-4 was de Knecht van de Heere de Verlosser van de wereld, maar hier gaat het over een knecht die zelf verlossing nodig heeft. Blijkens vers 24 is de knecht hier Jakob/Israël. Wat het volk niet is geworden, dat is Gods Knecht wel (zie aantekening bij vers 1-9 van Jesaja 42). Hij alleen kan tot een verbond voor het volk en een licht voor de heidenvolken zijn om blinde ogen te openen (Jesaja 42:6-7). De aanduiding Mijn dienaar, Mijn bode, die Ik zend en de knecht van de Heere beklemtonen de geestelijke voorrechten die God aan Israël verleend (vgl. Jesaja 41:8-10).

 

Aantekening bij Jesaja 42:1-9 Dit is de eerste van vier profetieën (ook wel ‘liederen’ genoemd) over de Knecht van de Heere, vervuld in Jezus Christus (vgl. Jesaja 49:1-13; 50:4-9; 52:13-53:12). Jesaja zinspeelt in heel hoofdstuk 40-55 op de ‘Knecht van de Heere’. Als er ‘knecht’ of ‘dienaar’ staat, wordt hiermee vaak het volk Israël geheel bedoeld (Jesaja 41:8-9; 42:19; 43:10; 44:1-2, 21, 26; 45:4; 48:20); maar soms is ‘de Knecht’ een specifiek iemand binnen Israël Die apart gezet is van het volk, met een roeping om Israël en daarbuiten te dienen (49:5-6; 50:10; zie aantekening bij 52:13; 53:11). De tweede profetie (Jesaja 49:1-13), waaruit blijkt dat Gods Knecht niet Israël zelf is, noemtHem wel ‘Israël’ (Jesaja 49:3). Hij vertegenwoordigt en belichaamt hier het hele volk. De traditionele christelijke opvatting dat God Knecht een Messiaans Persoon is, dekt dan ook precies Jesaja’s bedoeling: (1) In Gods verbond met David vertegenwoordigen en belichamen zij opvolgers Gods volk als geheel: Israël is Gods ‘zoon’ (Exodus 4:22-23), en de koning wordt bij zijn kroning Gods ‘zoon’ (2 Samuël 7:14; vgl. Psalm 89:27-28). Dus de Knecht van de Heere volgt het model van Davids opvolgers. (2) Gods Knecht voltooit de uitbreiding van het koningschap over alle heidenvolken (Jesaja 42:1-4; 52:13-15), wat het werk is van de Messias uit het geslacht van David in hoofdstuk 7-12. (3) Latere profeten noemen een Nakomeling van David – en met name de Messias – Gods Knecht (Ezechiël 34:23-24; 37:25; Haggaï 2:24; Zacharia 3:8; vgl. Jeremia 33:21-22, 26), reden te meer om de Knecht bij Jesaja te zien als een Messiaanse Persoon. Naast Zijn koninklijke functie vervult de Knecht ook een profetische (Jesaja 49:1; 50:4, 10) en een priesterlijke rol (Jesaja 53:11; vgl. Psalm110:4, dat Zijn priesterdienst verbindt met Zijn koningschap). Jesaja’s toehoorders moeten weten dat god de ballingen zal terugbrengen en dan Israëls opdracht zal vervullen door middel van Zij Knecht, Die Hij na de terugkeer uit de ballingschap op een bepaald moment zal doen opstaan. Hierop is heel hun volksbestaan gericht.

 

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 018

Lezen: Psalm 66

Thema: Getuigenislied

Tekst voor vandaag: Psalm 66:16-20

 

HSV: [16] Kom, luister, allen die God vrezen, en ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft. [17] Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd geroemd door mijn tong. [18] Had ik in mijn hart onrecht op het oog gehad, de Heere zou mij niet hebben gehoord. [19] Voorwaar, God heeft naar mij geluisterd, Hij heeft acht geslagen op mijn luide gebed. [20] Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewezen, en Zijn goedertierenheid mij niet heeft onthouden. 

 

NBV21: [16] Kom en hoor wat ik wil vertellen, ieder die ontzag heeft voor God,  hoor wat Hij voor mij heeft gedaan. [17] Toen mijn mond Hem aanriep, lag een lofzang op mijn tong. [18] Had ik kwaad in mijn hart gevonden, de Heer had mij niet gehoord. [19] Maar God heeft mij gehoord, Hij heeft geluisterd naar mijn gebed. [20] Geprezen zij God, Hij heeft mijn gebed niet afgewezen, mij zijn gunst niet onthouden.

 

BGT: [16] Kom en luister naar mij, iedereen die trouw is aan God. Hoor wat hij voor mij deed! [17] Ik bad tot God en ik zong een lied om hem te eren. [18] Als mijn hart vol kwaad was geweest, zou de Heer niet naar mij geluisterd hebben. [19] Maar hij heeft wel naar mij geluisterd, hij heeft mijn gebed gehoord. [20] Laat iedereen God danken, want hij heeft mijn gebed gehoord. Hij was goed voor mij!

 

Aantekening bij de dagtekst: Psalm 66:16-20

Luister en ik zal u vertellen hoe God mijn gebed verhoorde. De reden voor deze dankzegging is dat God acht heeft geslagen op mijn luide gebed (vers 19). Het Oude Testament dringt erop aan dat ieder lid van het volk het verbond eigen moet zijn. Iedereen moet dus iets kunnen zeggen over wat God aan zijn ziel gedaan heeft (en niet alleen voor het volk als geheel). De tamelijk algemene bewoordingen maken het mogelijk het lied te gebruiken in een breed scala aan omstandigheden. De enige voorwaarde is dat de gelovige in zijn hart geen onrecht op het oog (letterlijk ‘ten doel’) heeft gehad (vers 18). De term ‘onrecht’ (Hebreeuws ‘awen) wijst op wat verachtelijk en afschrikwekkend is voor God. De term ‘op het oog hebben’ wijst in dit zinsverband op het bidden om Gods hulp om een of andere zonde te kunnen begaan – een handelswijze die de ware gelovigen verwerpen. We moeten dit dus niet lezen alsof het inhield dat absolute zondeloosheid een voorwaarde zou zijn voor de verhoring van het gebed. Het herinnert de gelovige er juist aan om te bidden om Gods hulp om Hem te danken en Hem beter te dienen (vgl. Jakobus 4:3). 

 

Uit de vrouwen Bijbel

Alle eer aan God               Psalm 66:19-20

De zegen waarmee de priesters in de tempel de Israëlieten zegenden, houdt in deze psalm een belofte in voor alle volken. Het doel van een gezegend Israël is heil voor de heidenen wereldwijd. God heeft het waargemaakt, eeuwen later is het Evangelie ook naar ons land gekomen. Alle eer aan God Die niet geeft wat wij verdienen. Wat is jouw verlangen voor anderen, wanneer je God bidt om Zijn zegen? (Lees ook Genesis 12:3; Numeri 6:24 en Mattheüs 28:18-19).

 

 

Genesis 12:[3] Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

Numeri 6:[24] De HEERE zegene u en behoede u!

Mattheüs 28:[18] En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.[19] Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen.

 

De verwijs Bijbel verwijst ook naar:

Jakobus 4:[2] U verlangt naar iets en krijgt het niet. U benijdt anderen en beijvert u om dingen te bemachtigen en kunt ze niet krijgen. U maakt ruzie en voert strijd, maar u krijgt niet, omdat u niet bidt. [3] U bidt wel, maar u ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt, met het doel het in uw hartstochten door te brengen. [4] Overspelige mannen en vrouwen, weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn, wordt als vijand van God aangemerkt. [5] Of denkt u dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, verlangt Die vurig naar afgunst?

 

 

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 017

Lezen: Johannes 2:13-25

Thema: Hartstocht

Tekst voor vandaag: Johannes 2:14

 

HSV: [14] [1]En Hij trof in de tempel mensen aan die runderen, schapen en duiven verkochten, en de geldwisselaars die daar zaten.

 

NBV21: [14] Daar trof Hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten.

 

BGT:  [14] In de tempel zag hij handelaars die geld wisselden en mensen die koeien, schapen en duiven verkochten.

 

Aantekening bij de dagtekst: Johannes 2:14

Tempel (Grieks ‘ieron) betekent hier het tempelcomplex als geheel, inclusief de voorhof voor de heidenen, te onderscheiden van het eigenlijke tempelgebouw (Grieks naos), waar niet-Joden niet mochten komen. Door de verkoop van runderen, schapen, en duiven verleenden handelaars, evenals geldwisselaars, dienst aan reizigers van ver, waardoor mensen ter plaatse offerdieren konden kopen in plaats van die van huis te moeten meenemen. Maar door hun bedrijf in het tempelcomplex uit te voeren, verstoorden ze de aanbidding van niet-Joodse Godvereerders (zie aantekening bij Johannes 12:20), waarmee ze het doel van de tempel in de weg stonden.

 

Aantekening bij Johannes 12:20

Grieken betekent heidenen, niet per se mensen uit Griekenland (zie aantekening bij Johannes 7:35). Deze mensen zijn ‘godvrezenden’ (vgl. aantekening bij Handelingen 10:2), niet-Joden die voor het feest naar Jeruzalem zijn gekomen.

 

Aantekening bij Johannes 7:35

De mensen begrijpen Jezus’ opmerking in vers 34 niet (zie ook 3:4; 4:15; 6:52). de verstrooiing(Grieks diaspora) was de vaste uitdrukking voor heel het Joodse volk voor zover het verspreid buiten het land Israël woonde, in en buiten het Romeinse Rijk. 

 

Aantekening bij Handelingen 10:2

Een vroom man die … God vreesde. Cornelius was een ‘godvrezende’ (vgl. vers 22; Handelingen 13:16, 26), een heiden die de God van Israël aanbad en ook naar de synagoge ging, maar nog niet het Joodse bekeringsritueel had ondergaan (m.n. de besnijdenis). Hij hield zich aan twee van de belangrijkste aspecten van de Joodse godsvrucht: het gebed en de liefdegaven aan de armen.


[1]  Mattheüs 21:[14] In de tempel zag hij handelaars die geld wisselden en mensen die koeien, schapen en duiven verkochten.

   Markus 11:[15] En zij kwamen in Jeruzalem; en toen Jezus de tempel binnengegaan was, begon Hij hen die in de tempel verkochten en kochten, naar buiten te drijven; en de tafels van de wisselaars en de stoelen van hen die de duiven verkochten, keerde Hij om,

   Lukas 19:[45] En toen Hij de tempel was binnengegaan, begon Hij hen die daarin verkochten en kochten, eruit te drijven.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 016

Lezen: Johannes 2:1-12

Thema: Het eerste teken

Tekst voor vandaag: Johannes 2:11

 

HSV: [11] Dit heeft Jezus gedaan als begin van de tekenen, te Kana in Galilea, en Hij heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.

 

NBV21: [11] Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste teken; Hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in Hem.

 

BGT: [11] Dit wonder in Kana, in Galilea, was het eerste wonder dat Jezus deed. Zo liet hij zijn hemelse macht zien. En zijn leerlingen geloofden in hem.

 

Aantekening bij de dagtekst: Johannes 2:11

tekenen. Wonderen die Jezus kenbaar maken als Messias en als Zoon van God, om ongelovigen tot geloof te brengen – wat Johannes ook van dit teken getuigt: Zijn discipelen geloofden in Hem (vgl. vers 23). begin. Blijkbaar heeft Jezus als kind en als jongvolwassene geen wonderen verricht (zoals veel apocriefe ‘evangeliën’ buiten het Nieuwe Testament beweren), maar als een gewoon mens geleefd en Zijn Goddelijke natuur verborgen gehouden (vgl. Johannes 7:5). Bij elk door Johannes beschreven wonder ligt het accent op de wijze waarop het ‘teken’ Jezus doet kennen als de Messias (vgl. Johannes 12:37-40; 20:30-31), en op het uitzonderlijke van zo’n wonder. Zo maakt Hij wijn in grote hoeveelheid en van uitstekende kwaliteit (Johannes 2:6, 10), Hij geneest de zoon van de hoveling op grote afstand enkel door de kracht van Zijn woord (Johannes 4:47, 49-50), voedt een grote menigte (Johannes 6:13), maakt iemand ziende die blind geboren is (Johannes 9:1-2) en wekt Lazarus op nadat deze vier dagen in het graf heeft gelegen (Johannes 11:17, 39). Zijn heerlijkheid geopenbaard. Dit wonder openbaard de heerlijkheid van Jezus als de vrijmachtige Schepper en Heerser over de materie, en als de genadige God Die overvloedig in de behoeften van Zijn volk voorziet (vgl. Johannes 1:14).

 

 

[Een lijst van de zeven tekenen in Johannes vindt u op de web-site: www.vanderhorst.frl onder de zoeknaam 220116 7 tekenen als aanw. als Messias]

7 Tekenen als aanwijzing als Messias

ZEVEN TEKENEN DIE JEZUS AANWIJZEN
ALS DE MESSIAS 
De eerste helft van het Johannesevangelie verhaalt hoe Jezus aantoont dat Hij de Messias is aan de hand 
van zeven door Johannes geselcteerde tekenen (vgl. Johannes 20:30-31):
  
Jezus verandert water in wijn2:1-11
Hij geneest de zoon van een hoveling4:46-54
Hij geneest een verlamde5:1-15
Jezus spijzigt een menigte6:5-13
Hij loopt over het water*6:16-21
Hij geneest een blindgeborene9:1-7
Hij wekt Lazarus op uit de dood11:1-44
*Johannes noemt dit niet met zoveel woorden een teken 

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 015

Lezen: Lukas 3:23-38

Thema: De Zoon van God

Tekst voor vandaag: Lukas 3:38

 

HSV: [38] de zoon van Enos, de zoon van Seth, de zoon van Adam, [1]de zoon van God.

 

NBV21: [38] de zoon van Enos, de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God.

 

BGT: [23-38] Jezus begon zijn werk toen hij ongeveer dertig jaar oud was. De mensen dachten dat hij de zoon van Jozef was.

    De voorouders van Jozef waren: Eli, Mattat, Levi, Melchi, Jannai, Josef, Mattatias, Amos, Naüm, Hesli, Naggai, Maät, Mattatias, Semeïn, Josech, Joda, Joanan, Resa, Zerubbabel, Sealtiël, Neri, Melchi, Addi, Kosam, Elmadan, Er, Jozua, Eliëzer, Jorim, Mattat, Levi, Simeon, Juda, Josef, Jonan, Eljakim, Melea, Menna, Mattatta, Natan, David, Isaï, Obed, Boaz, Selach, Nachson, Amminadab, Admin, Arni, Chesron, Peres, Juda, Jakob, Isaak, Abraham, Terach, Nachor, Serug, Reü, Peleg, Eber, Selach, Kenan, Arpachsad, Sem, Noach, Lamech, Metuselach, Henoch, Jered, Mahalalel, Kenan, Enos, Set en Adam. Adam was de zoon van God.

 

Aantekening bij de dagtekst: Lukas 3:38

Voor de Zoon van God, vgl. Lukas 1:31-35; 2:11; 3:22.

 

Uit de Vrouwen Bijbel

Verwachting       Lukas 3:1; 23-28

Waar is God? Als je het wereldtoneel bekijkt, zie je al die machthebbers op hun tronen die mensen laten lijden of zelfs doden. Waarom grijpt God niet in? Lukas laat ons zien dat te midden van dat machtige wereldtoneel met wrede heersers (vers 1), God Zich openbaart in het gewone, het alledaagse: in de Man Jezus van Nazareth, schijnbaar de zoon van Jozef de timmerman. Als je er niet op bedacht bent, gaat Gods aanwezigheid zo aan je voorbij …

 


[1]  Genesis 5:[3] Adam leefde honderddertig jaar, en verwekte een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn beeld; en hij gaf hem de naam Seth.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 014

Lezen: Lukas 3:10-22

Thema: Aankondiging van de vuurdoop

Tekst voor vandaag: Lukas 3:16

 

HSV: [16] antwoordde Johannes allen: Ik doop u wel met water, maar Hij komt Die sterker is dan ik, bij Wie ik niet waard ben de riem van Zijn sandalen los te maken. [1]Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.

 

NBV21: [16] maar Johannes zei tegen hen: ‘Ik doop jullie met water, maar er komt iemand die machtiger is dan ik; ik ben het zelfs niet waard om de riemen van zijn sandalen los te maken. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur;

 

BGT: [16] Maar Johannes zei: ‘Ik doop jullie met water. Maar na mij komt iemand die veel machtiger is dan ik. Ik ben niet eens goed genoeg om zijn schoenen uit te trekken. Hij zal jullie dopen met het vuur van de heilige Geest.

 

Aantekening bij de dagtekst: Lukas 3:16

In de twee zinnen Hij komt Die sterker is dan ik en Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuurvalt de klemtoon op ‘Hij’: Jezus (vgl. Johannes 3:30). De reactie van Johannes geeft aan dat het volk zal weten dat de Christus metterdaad gekomen is, als Hij met de Heilige Geest doopt – wat met Pinksteren werkelijk heeft plaats gevonden (Handelingen 2). Of de doop ‘met de Heilige Geest en met vuur’ positief op te vatten is (de komst van het reinigend vuur van de Geest met Pinksteren, Handelingen 1:8; 2:3) dan wel negatief (Gods oordeelsvuur, Lukas 9:54; 12:49; 17:29), hangt af van ieders persoonlijke reactie op het Evangelie. Zie aantekening bij Mattheüs 3:11 en Handeling 2:3.

 

Aantekening bij Mattheüs 3:11

Hij Die na mij komt getuigt van een sterke Messiaanse verwachting. is sterker dan ik. Johannes kondigt de nabijheid van het koninkrijk aan, maar Hij Die zal komen heeft macht van God om de Messiaanse heerschappij te vestigen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. De doop met water van Johannes wordt vervangen door de doop van Hem Die komt (zie aantekening bij 1 Korinthe 12:13). Wie zich bekeert en op Hem bouwt, zal de gave van de Heilige Geest ontvangen (vgl. Joël 2:28-29; Handelingen 2:16-21). Maar de onbekeerde zal het oordeel van het eeuwige vuur ontvangen, en zelfs wie zich bekeert moet door het louteringsvuur.

 

Aantekening bij Handelingen 2:3

tongen als van vuur … die zich verdeelden niet letterlijk vlammen (Lukas zegt ‘als van’) maar dit vurige verschijnsel liet zich het best zo omschrijven. In het Oude Testament werd met ‘vuur’ vaak Gods verschijning bedoeld, vooral als Zijn brandende heiligheid en reinheid die alle onreinheid verteerde (zie Exodus 3:2; 13:21; 19:18; 40:38; Jesaja 4:5; Ezechiël 1:4). Deze tongen kunnen een beeld zijn van de reinheid en de krachtige verkondiging van deze discipelen, toen zij ‘de grote werken van God’ (Handelingen 2:11) bekendmaakten, maar ook van de heiligheid van Gods verschijning.

 

Aantekening bij 1 Korinthe 12:13

Aangezien de Geest één is, verenigt Hij mensen over etnische en sociale grenzen heen, die hen normaal gezien zouden verdelen. (zie Romeinen 10:12; Galaten 3:27-28; Kolossenzen 3:11.) wij allen immers zijn door één Geest … gedoopt. Hier wordt dezelfde Griekse constructie (het ww. baptizö plus ‘en [‘in] plus het zelfst. Nw. Van pneuma, ‘Geest’) gebruikt als in de andere zes gedeelten in het Nieuwe Testament over de ‘doop met de Heilige Geest’ (Mattheüs 3:11; Markus 1:8; Lukas 3:16; Johannes 1:33; Handelingen 1:5; 11:16). Hier lijkt het duidelijk een verwijzing te zijn naar het reinigende en versterkende werk dat de Heilige Geest doet in een mens als die zich bekeert. De doop wordt hier figuurlijk gebruikt. Die verwijst naar het werk dat de Geest in de gelovige doet om hem één te maken met het lichaam van Christus, dat ook het lichaam van de gelovige is. De doop met water is een uiterlijk teken van deze realiteit (vgl. Romeinen 6:4; Galaten 3:27). doordrenkt. Geen verwijzing naar de beker bij het Avondmaal, maar naar de uitstorting van Gods Geest op Zijn volk (vgl. Johannes 7:37-39; Romeinen 5:5).    


[1]  Jesaja 44:[3] Want Ik zal water gieten op het dorstige en stromen op het droge. Ik zal Mijn Geest op uw nageslacht gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen.

   Joël 2:[28] Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien.

   Handelingen 2:[4] En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

   Handelingen 11:[15] En toen ik begon te spreken, viel de Heilige Geest op hen, evenals op ons in het begin.

Woord voor Vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 013

Lezen: Lukas 3:1-9

Thema: Een roepende in de woestijn

Tekst voor vandaag: Lukas 3:4

 

HSV: [4] zoals geschreven staat in het boek van de woorden van de profeet [1]Jesaja: De stem van iemand die roept in de woestijn: Maak de weg van de Heere gereed, maak Zijn paden recht.

 

NBV21: [4] zoals geschreven staat in het boek met de uitspraken van de profeet Jesaja: ‘Een stem roept in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!

 

BGT: [4] In het boek van de profeet Jesaja staat al over Johannes geschreven: «Hij roept in de woestijn: Opzij voor de Heer! Maak de weg klaar voor de Heer!

 

Aantekening bij de dagtekst: Lukas 3:4

Het citaat uit Jesaja 40:3-5 geeft aan dat  de Heere Zelf komt om Zijn volk verlossing te brengen.


[1] Jesaja 40:[3] Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van de HEERE, maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze God.

   Mattheüs 3:[3] Want deze is het over wie gesproken werd door de profeet Jesaja toen hij zei: De stem van iemand die roept in de woestijn: Maak de weg van de Heere gereed, maak Zijn paden recht.

   Markus 1:[3] en: De stem van iemand die roept in de woestijn: Maak de weg van de Heere gereed, maak Zijn paden recht.

   Johannes 1:[23] Hij zei: Ik ben de stem van iemand die roept in de woestijn: Maak de weg van de Heere recht, zoals Jesaja, de profeet, gesproken heeft.