TEKST VOOR VANDAAG
ROMEINEN 16 : 3 – 16
DAG 363
LEZEN: ROMEINEN 16 : 1 – 16
THEMA: Hartelijke groeten
(HSV) [3] Groet Priscilla en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus. [4] Zij hebben voor mijn leven hun hals gewaagd. Niet alleen ik ben hun dankbaar, maar ook alle gemeenten van de heidenen. [5] Groet ook de gemeente bij hen aan huis. Groet mijn geliefde Epenetus, die de eersteling is voor Christus van Achaje. [6] Groet Maria, die zich veel moeite voor ons heeft getroost. [7] Groet Andronicus en Junias, mijn familieleden en mijn medegevangenen, die in aanzien zijn bij de apostelen, die al eerder dan ik in Christus waren. [8] Groet Amplias, mijn geliefde broeder in de Heere. [9] Groet Urbanus, onze medearbeider in Christus, en mijn geliefde Stachys. [10] Groet Apelles, de beproefde dienaar in Christus. Groet hen die tot het huis van Aristobulus behoren. [11] Groet Herodion, die aan mij verwant is. Groet hen die tot het huis van Narcissus behoren, die in de Heere zijn. [12] Groet Tryfena en Tryfosa, vrouwen die zich veel moeite getroost hebben in de Heere. Groet Persis, de geliefde zuster, die zich veel moeite getroost heeft in de Heere. [13] Groet Rufus, de uitverkorene in de Heere, en zijn moeder en de mijne. [14] Groet Asyncritus, Flegon, Hermas, Patrobas, Hermes, en de broeders die bij hen zijn. [15] Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas, en alle heiligen die bij hen zijn. [16] Groet elkaar met een heilige kus. De gemeenten van Christus groeten u.
(NBV21) [3] Groet Prisca en Aquila, mijn medewerkers in de dienst aan Christus Jezus, [4] die voor mij hun leven op het spel hebben gezet. Niet alleen ik ben hun dankbaar, maar ook alle niet-Joodse gemeenten. [5] Groet ook de gemeente die bij hen in huis samenkomt. Groet mijn geliefde Epenetus, die als eerste in Asia tot geloof in Christus is gekomen. [6] Groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft getroost. [7] Groet Andronikus en Junia, mijn volksgenoten, die met mij in de gevangenis hebben gezeten, die als apostelen veel aanzien genieten en die eerder dan ik één met Christus zijn geworden. [8] Groet mijn geliefde Ampliatus, met mij verbonden in de Heer. [9] Groet Urbanus, onze medewerker in de dienst aan Christus, en groet mijn geliefde Stachys. [10] Groet Apelles, wiens trouw aan Christus beproefd is. Groet de huisgenoten van Aristobulus. [11] Groet Herodion, mijn volksgenoot. Groet de huisgenoten van Narcissus die in de Heer geloven. [12] Groet Tryfena en Tryfosa, die zich hebben ingespannen voor de dienst aan de Heer. Groet onze geliefde Persis, ook zij heeft zich veel moeite getroost voor de dienst aan de Heer. [13] Groet Rufus, die door de Heer is uitgekozen, en zijn moeder, die ook voor mij een moeder is. [14] Groet Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broeders en zusters die bij hen samenkomen. [15] Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zus, en Olympas en alle heiligen die bij hen samenkomen. [16] Groet elkaar met een heilige kus. Alle gemeenten van Christus laten u groeten.
(BGT) [3] Breng mijn groeten over aan Prisca en Aquila. Zij vertellen net als ik het goede nieuws over Jezus Christus. [4] Een tijd geleden hebben zij hun leven voor mij gewaagd. Daar ben ik hun dankbaar voor. En alle niet-Joodse christenen zijn dat ook. [5] Doe ook mijn groeten aan de christenen die in het huis van Priscaen Aquila bij elkaar komen. Breng mijn groeten over aan mijn vriend Epenetus. Hij was de eerste in de provincie Asia die in Jezus Christus ging geloven. [6] En doe mijn groeten aan Maria, die veel moeite voor jullie heeft gedaan. [7] Groet ook Andronikus en Junia van mij. Zij zijn net als ik Joden, en ze hebben samen met mij in de gevangenis gezeten. Zij horen bij de belangrijkste apostelen. Ze waren al eerder christen dan ik. [8] Breng mijn groeten over aan mijn vriend Ampliatus, die ook bij de Heer hoort. [9] Groet ook Urbanus van mij. Hij vertelt net als ik het goede nieuws over Christus. En doe mijn groeten aan mijn vriend Stachys. [10] Breng mijn groeten over aan Apelles. Hij heeft laten zien dat zijn trouw aan Christus echt is. Doe mijn groeten aan de familie en slaven van Aristobulus. [11] Groet ook Herodion van mij. Hij is net als ik een Jood. Breng mijn groeten over aan de familie en de slaven van Narcissus die christen zijn. [12] En doe mijn groeten aan Tryfena en Tryfosa, die veel moeite doen voor de Heer. Groet ook Persis, die een vriendin van mij is. Ook zij heeft heel veel moeite gedaan voor de Heer. [13] Groet Rufus van mij. De Heer heeft hem uitgekozen voor een bijzondere taak. En breng mijn groeten over aan zijn moeder, die ook voor mij als een moeder is. [14] Doe mijn groeten aan Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de andere christenen van hun groep. [15] En doe mijn groeten aan Filologus en Julia, aan Nereus en zijn zus, aan Olympas, en aan alle christenen van hun groep. [16] Vrienden in Rome, groet elkaar met een heilige kus. Ik breng aan jullie de groeten over van alle kerken waar ik ben geweest.
Aantekening
Romeinen 16 : 1 – 23 Aanbeveling en groeten aan medearbeiders in het Evangelie. Paulus heeft een hartelijke begroeting voor de mensen die hij kent in Rome en die betrokken zijn bij het dienstwerk. Hij laat daarmee iets van de liefde onder christenen zien. Deze groeten ondersteunen ook de authenticiteit van het Evangelie dat Paulus verkondigt, want ze tonen aan dat gerespecteerde medearbeiders in Rome zich inzetten voor hetzelfde Evangelie dat Paulus predikt. Het is niet verbazingwekkend dat hij zo veel mensen kent die nu in Rome zijn, want er werd meer gereisd dan mensen uit die tijd denken. Misschien kende Paulus de mensen die hij groette niet allemaal persoonlijk. Misschien kende hij sommigen door hun reputatie. Merk op dat Paulus over bijna elke persoon die hij groet iets specifieks zegt.
2