TEKST VOOR VANDAAG
ZACHARIA 7 : 2 – 3
DAG 240
LEZEN: ZACHARIA 7 : 1 – 14
THEMA: Treurig
(HSV) [2] Toen men Sarezer en Regem-Melech met zijn mannen naar het huis van God had gestuurd om te trachten het aangezicht van de HEERE gunstig te stemmen, [3] zeiden zij tegen de priesters die in het huis van de HEERE van de legermachten waren, en tegen de profeten: Moet ik in de vijfde maand blijven treuren en mij blijven afzonderen, zoals ik dit nu al zoveel jaren gedaan heb?
(BGT) [2-3] Er was een groep mannen uit Betel naar Jeruzalem gekomen, onder leiding van Sareser en Regem-Melech. Ze gingen naar de tempel om de machtige Heer te eren. Daar stelden ze een vraag aan de priesters en de profeten: ‘Wij rouwen en vasten elk jaar in de vijfde maand. Dat doen we al heel lang. Moeten we daarmee door blijven gaan?’
Aantekening
Zacharia 7 : 2 – 3 Sarezer en Regem-Melach kwamen naar het huis van God (sommige vertalingen hebben ‘uit Bethel’), en hadden een vraag aan de priesters en de profeten (vers 3). Misschien kwamen ze bij beiden omdat de vraag te maken had met een rituele kwestie, waarover geen duidelijk antwoord stond in de wet van Mozes. Treuren en zich afzonderen waren rituele gewoonten bij rouw, bedoeld om berouw te tonen en om Gods houding tegenover de boeteling te veranderen (zie 2 Samuël 12:21-22). De vijfde maand (Zacharia 7:3) was de maand waarin de tempel in Jeruzalem verwoest werd door Nebukadnezar, bijna 70 jaar eerder. Nu de tempel herbouwd werd, was het logisch om zich af te vragen of het nodig was om dit ritueel nog langer in acht te nemen.
Vorm of inhoud Zacharia 7:1-10 (Uit de Mannen Bijbel)
Wij zitten vaak vast aan bepaalde gewoonten en gebruiken. Dat hebben we altijd zo gedaan … Het kan geen kwaad om eens na te denken waarom je eigenlijk iets doet of nalaat. In het godsdienstige leven is dat ook zo. Veel aandacht gaat vaak uit naar de vorm, soms vergeten we de inhoud. In Zacharia 7 klinkt de vraag: moeten we onze vastendag op de dag van Jeruzalems val, na meer dan 70 nog steeds voortzetten? Opvallend is dat de reactie van God niet een direct antwoord bevat op deze vraag. God kijkt meer naar de motieven, meer naar de inhoud, dan naar de vorm. Hij stelt de vraag: Doe je wat je doet echt voor Mij of eigenlijk voor jezelf (vers 5)? Tegelijk wil de Heere dat Zijn volk omziet naar de zwakken (vers 9-10). Een vroom, godsdienstig leven moet zich uiten in een liefde volle houding naar de medemens. Een aansporing die we tevens vinden in Jakobus 2. Ook voor ons is deze boodschap actueel. Probeer vandaag eens heel concreet iets goeds te doen voor een ander en zo God te dienen.
(On) oprecht Zacharia 7:3-6 (Uit de Vrouwen Bijbel)
Vasten? Die tijd is toch geweest? De vraag getuigt niet van het besef dat alle onheil eigenschuld was. Je vraagt je ook af waarom er gevast werd. Alleen uit gewoonte? Om wat men ervoor dacht terug te krijgen? Zo had God het niet bedoeld. Hij vraagt een berouwvol hart en oprechte lofprijzing. Kan jouw leven met Hem, je bidden, je …, die toets doorstaan?