Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

EZECHIËL 41 : 18 – 20 

DAG 141

LEZEN: EZECHIËL 41 : 15B  – 26 

THEMA: Ellenlang

(HSV) [18] Er waren cherubs en dadelpalmen gemaakt, één dadelpalm tussen twee cherubs. Een cherub had twee gezichten, [19] namelijk een mensengezicht naar de dadelpalm aan de ene kant en de kop van een jonge leeuw naar de dadelpalm aan de andere kant, helemaal rondom in heel het huis gemaakt. [20] De cherubs en de dadelpalmen waren vanaf de grond tot boven de ingang gemaakt, en op de muur van de tempel.              

(BGT) [18] Die vlakken waren versierd met figuren van engelen en palmbomen. De palmbomen stonden steeds tussen twee engelen in. Elke engel had twee gezichten: [19] dat van een mens en dat van een leeuw. Het ene gezicht keek naar de palmboom aan de ene kant, en het andere gezicht keek naar de palmboom aan de andere kant. Met die figuren was de hele tempel versierd. [20] Ook in de grote zaal waren de muren vanaf de vloer tot aan het plafond versierd met figuren van engelen en palmbomen.             

Aantekening

Ezechiël 41 : 15b – 26  De vorige metingen worden samengevat in vers 13-15a, terwijl vers 15b-26 zichtbare beschrijvingen van de versieringen en de vormgeving van de tempel zijn. De cherubs, in reliëf gegraveerd op de muren (vers 18-20), zijn een herinnering aan de cherubs op de tentkleden van de tabernakel (Exodus 26:1, 31). De Cherubs en de dadelpalmen staan bij elkaar in de versieringen van de tempel van Salomo (1 Koningen 6:29, 32).

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

EZECHIËL 41 : 7

DAG 140

LEZEN: EZECHIËL 40 : 48 – 41 : 15A

THEMA: Ruim bemeten

(HSV) [7] Het huis werd naar boven steeds breder en wentelde zich omhoog naar de zijvertrekken. Ja, er lag een omgang boven in de tempel, helemaal rondom de tempel. Daardoor werd het huis naar boven toe breder, en zo ging men naar boven van de onderste naar de bovenste verdieping via de middelste.             

(BGT) [7] Doordat de muur bij elke verdieping iets smaller werd, werden de verdiepingen van de ombouw naar boven toe juist steeds iets breder. Vanaf de onderste verdieping kon je met een trap via de middelste verdieping naar de bovenste verdieping toe.              

Aantekening

Ezechiël 41 : 1 – 15a  De tempel van binnen. Nu volgt in detail de beschrijving van het tempelgebouw, zowel van de begane grond als van de verdiepingen. De tempel (vers 1) is hier de hoofdzaal van de tempel. Ezechiël wordt naar binnen geleid, maar volgt zijn hemelse Gids niet tot in het heilige der heiligen (vers 4). Dit zou het hoogtepunt van de rondgang hebben kunnen zijn, maar de rondgang gaat verder. De verzen 5-11 beschrijven de drie verdiepingen, ingebouwd in de tempelmuren. Aan de uiterste westzijde van het tempelcomplex staat een bouwwerk (vers 12), maar het doel daarvan wordt niet aangegeven.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

EZECHIËL 40 : 47

DAG 139

LEZEN: EZECHIËL 40 : 38 – 47 

THEMA: Ruimtelijke ordening

(HSV) [47] Toen mat Hij de voorhof: honderd el lang en honderd el breed, een vierkant. Het altaar was vóór het huis.             

(BGT) [47] De man mat het binnenplein van de tempel. Dat was vierkant: 50 meter lang en 50 meter breed. Voor de tempel zag ik een altaar staan.           

Aantekening

De herbouwplannen voor de tempel zien beschreven in de hoofdstukken 40-42. De bouw wordt heel gedetailleerd beschreven, net alsof het een werktekening van een architect is. De tempel was zo groot, dat er met gemak dertien grote kathedralen in zouden passen! Maar dat wordt dan wel heel wat anders dan de tempel van Salomo. Deze tempel is groter, heeft geen Heilige der Heiligen, geen ark des verbonds en geen tafel met toonbroden. (Uit de sleutels tot de bijbel)

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

EZECHIËL 40 : 17 – 19

DAG 138

LEZEN: EZECHIËL 40 : 17 – 37 

THEMA: Meetsysteem

(HSV) [17] Toen bracht Hij mij in de buitenste voorhof. En zie, er waren kamers en er was een plaveisel gemaakt, helemaal rondom de voorhof. Dertig kamers lagen er aan het plaveisel. [18] Het plaveisel lag aan de zijkant van de poorten, overeenkomend met de lengte van de poorten. Dit was het lagergelegen plaveisel. [19] Toen mat Hij de breedte vanaf de voorzijde van de benedenpoort tot aan de binnenste voorhof aan de buitenzijde: honderd el, zowel naar het oosten als naar het noorden.                

(BGT) [17] Toen bracht de man me naar het buitenste plein van de tempel. Om dat plein heen waren vertrekken gebouwd. Er waren in totaal dertig vertrekken. Voor die vertrekken lag een straat, rondom het hele plein.  [18] Dat was de Lage Straat. Die straat liep van poort tot poort. Bij elke poort hield de straat even op.  [19] Op het buitenste plein waren drie poorten die naar het binnenplein van de tempel leidden. De man mat de afstand vanaf de buitenste oostelijke poort tot aan de poort naar het binnenplein daartegenover. Die afstand was 50 meter.             

Aantekening

Ezechiël 40 : 17 – 19  De buitenste voorhof, met 30 kamers in de buitenmuur. Vanaf dit waarnemingspunt in de buitenstevoorhof, worden Ezechiël de belangrijkste kenmerken van het gebied om het ‘plein’ getoond. Het waarnemingspunt was bij de oostelijke hoofdingang. Er werd gemeten met een meetlat, deze meetlat was zes el (3 meter).

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

EZECHIËL 40 : 1 – 4 

DAG 137

LEZEN: EZECHIËL 40 : 1 – 16 

THEMA: Vergezicht 

(HSV) [1] In het vijfentwintigste jaar van onze ballingschap, aan het begin van het jaar, op de tiende van de maand, in het veertiende jaar nadat de stad was [1]verslagen, op diezelfde dag was de hand van de HEERE op mij en bracht Hij mij erheen. [2] In visioenen van God bracht Hij mij naar het land van Israël. Hij zette mij op een zeer hoge berg, met daarop aan de zuidzijde iets als het bouwsel van een stad. [3] Hij bracht mij erheen, en zie, een Man. Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van koper en in Zijn hand was een linnen koord en een meetlat. En Hij stond in de poort. [4] Toen sprak die Man tot mij: Mensenkind, zie met uw ogen, luister met uw oren, en neem alles wat Ik u zal laten zien, ter harte. U bent namelijk hierheen gebracht, opdat Ik u dit zou laten zien. Maak alles wat u ziet, aan het huis van Israël bekend.              

(BGT) [1] Op een dag voelde ik opeens de macht van de Heer. Dat gebeurde aan het begin van het jaar, op de tiende dag van de eerste maand. Mijn volk en ik woonden toen 25 jaar in Babylonië. Op die dag was het precies veertien jaar geleden dat Jeruzalem verwoest werd. [2] In een droom werd ik door de Heer meegenomen. Hij bracht me naar het land Israël, en daar zette hij me neer op een heel hoge berg. Aan de zuidkant van die berg zag ik allerlei gebouwen. Het leek wel een stad. [3] Ik werd naar die plek toe gebracht. En daar zag ik in een poort een man staan. Hij zag eruit alsof hij van brons was. De man hield een touw en een stok vast, waarmee hij alles kon opmeten. [4] De man zei tegen mij: ‘Mensenkind, let goed op! Kijk goed naar alles wat ik je laat zien. En luister naar alles wat ik tegen je zeg. Want daarvoor ben je hierheen gebracht. Later moet je alles wat je gezien hebt, aan de Israëlieten vertellen.’          

Aantekening

Ezechiël 40 : 1 – 4  Het visioen begint. De dateringsformule komt overeen met april 573 voor Christus. Ongeveer twaalf jaar zijn voorbijgegaan sinds de laatst gedateerde Godsspraak (Ezechiël 32:1). De Joodse traditie vermeldt dat het vijfentwintigste jaar van Ezechiël in 40:1 een Jubeljaar is. De enige keer dat een jaar begint op de tiende van de maand is een Jubeljaar, dat begint op 10 Tisri, de Grote Verzoendag (Leviticus 25:9). De uitdrukking visioen van God verbindt het visioen met Ezechiël 1:1 en 8:3. De profeet denkt aan de verslagen stad (Ezechiël 40:1) wanneer het visioen van een nieuwe stad tot hem komt (vers 2). Zijn Gids, met het uiterlijk als van koper, herinnert aan de Gids in Ezechiël 8:2.

Poort                  Ezechiël 40 : 3              (Uit de Mannen Bijbel)

Ezechiël wordt in een gezicht meegenomen naar Jeruzalem, en komt in de poort te staan. Natuurlijk hebben die poorten de diverse oorlogen niet doorstaan. Op dit moment zijn er zeven poorten om de oude stad, de meeste dateren uit de periode 1530-1540, zoals ook de Damascuspoort.

De nieuwe tempel         Ezechiël 40:1-5    (Uit de Vrouwen Bijbel)

Verplaats je een moment in de schoenen van Ezechiël. Jij en je volk hebben verschillende oorlogen achter de rug,


[1]  Ezechiël 33:[21] Het gebeurde in het twaalfde jaar van onze ballingschap, in de tiende maand, op de vijfde van de maand, dat er iemand die uit Jeruzalem ontkomen was, naar mij toe kwam en zei: De stad is verslagen.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

1 JOHANNES 5 : 16 EN 20

DAG 136

LEZEN: 1 JOHANNES 5 : 13 – 21 

THEMA: Getuigen en vertrouwen

(HSV) [16] Als iemand zijn broeder ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, dan moet hij tot God bidden, en Hij zal hem het leven geven, namelijk aan hen die niet zondigen tot de dood. [1]Er is een zonde tot de dood; daarvoor zeg ik niet dat hij moet bidden.

[20] Maar wij weten dat de Zoon van God gekomen is [2]en ons het verstand heeft gegeven om de Waarachtige te mogen kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon, Jezus Christus. Die is de waarachtige God en het eeuwige leven.              

(BGT) [16] Als je ziet dat een andere gelovige zondigt, moet je voor hem bidden. Zo zorg je ervoor dat hij het eeuwige leven niet verliest. Dat geldt zolang het om een gewone zonde gaat. Maar niet als het om een zonde gaat waardoor iemand in de macht van de dood komt. Voor zo iemand hoef je niet te bidden.

 [20] Wij weten dat Gods Zoon naar de wereld gekomen is. Hij heeft ons de ware God van dichtbij leren kennen. Wij zijn verbonden met de ware God omdat we verbonden zijn met zijn Zoon, Jezus Christus. Hij is de ware God, alleen bij hem is het eeuwige leven.           

Aantekening

1 Johannes 5 : 16  Een zonde niet tot de dood is een zonde die vergeven kan worden omdat (1) men om vergeving bidt, en (2) God die wil geven. dood en eeuwig leven zijn geestelijke realiteiten in het heden, en tevens reële eindbestemmingen (hel, hemel). Met zonde tot de dood is waarschijnlijk bedoeld: zonde (1) zonder berouw (2) en van een type waartegen Johannes in heel zijn brief waarschuwt: permanente verwerping van de ware leer over Christus, consequente ongehoorzaamheid aan Gods geboden en chronisch gebrek aan liefde voor medegelovigen – allemaal uitingen van het ontbreken van zaligmakend geloof – die niet zullen worden vergeven. daarvoor zeg ik niet. Johannes laat in het midden of men daarvoor zal bidden. Het is dan beter te bidden om berouw. 

1 Johannes 5 : 20  gekomen is. Gods Zoon is vlees geworden. het verstand heeft gegeven. Christenen krijgen de genade om de bijbelse prediking te aanvaarden en de wil te krijgen om die in de praktijk te brengen. om de Waarachtige te mogen kennen. Kennis van God is een genadewerk en -gave van God (Johannes 1:13).

Wij weten           1 Johannes 5 : 13 – 21            (Uit de Mammen Bijbel)

Je hebt in vrijwel elk bedrijf ervaren mensen die bij lastige problemen nog raad weten. In het laatste gedeelte van deze brief valt het op dat het woord ‘weten’ vaak gebruikt wordt. We tellen het zes keer. Johannes legt in deze samenvattende slotpasage de nadruk op de volkomen zekerheid van het heil in Christus. Vandaar het vaak voorkomende ‘wij weten …’                Ook in de christelijke gemeente zijn geoefende gelovigen van groot belang. Zij weten veel door hun geloofservaringen met God. zo kunnen zij jonge gelovigen leren om te vertrouwen dat God verhoort (vers 15). Zij bidden voor broeders, wanneer zij zien dat deze in zonde vallen (vers 16). En op zoveel andere manieren kunnen zij zwakken of aangevochten gelovigen helpen.                                                                            In het bedrijfsleven genieten ervaren mensen vaak van de lastige klussen die collega’s bij hen neerleggen. Het daagt hen uit om ervaringskennis vruchtbaar te maken. Laten ervaren gelovigen er zo ook van genieten om wat zij van God ontvangen hebben, te delen met anderen. En laten jonge gelovigen het onderwijs van ouderen vooral ook aanvaarden. Het is een zegen om in het midden van de gemeente mannen en vrouwen te hebben die veel van de Zoon van God weten en dat met anderen willen delen.

Bidden voor elkaar       1 Johannes 5 : 16          (Uit de Vrouwen Bijbel)

Met elkaar delen waar je fout zit, is misschien wel een van de kwetsbaarste dingen die je in een relatie kunt doen. Aangeven waar je zwakte zit. Waar je de fout bent ingegaan. Nog moeilijker kan het zijn wanneer je iemand zonde ziet begaan, terwijl er niet over wordt gepraat. Ga je het gesprek aan? Het kan heel kwetsbaar zijn. Johannes moedigt ons aan om betrokken te zijn op elkaar. Juist omdat niemand volmaakt is.


[1]  Numeri 15:[30] Maar de persoon die iets met opgeheven hand doet, van de ingezetenen of van de vreemdelingen, die lastert de HEERE: die persoon moet uit het midden van zijn volk uitgeroeid worden,

  1 Samuël 2:[25] Wanneer een mens tegen een mens zondigt, zullen de goden hem oordelen; maar wanneer een mens tegen de HEERE zondigt, wie zal dan voor hem bidden? Maar zij luisterden niet naar de stem van hun vader, want de HEERE wilde hen doden.

  Mattheüs 12:[31] Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden.

  Markus 3:[29] maar wie gelasterd zal hebben tegen de Heilige Geest, die heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar is schuldig en verdient het eeuwige oordeel.

  Lukas 12:[10] En ieder die enig woord spreken zal tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden, maar wie tegen de Heilige Geest gelasterd zal hebben, het zal hem niet vergeven worden.

  Hebreeën 6:[4] Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoot zijn geworden van de Heilige Geest,

  Hebreeën 10:[29] Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft?

  2 Petrus 2:[20] Want als zij de besmettingen van de wereld ontvlucht zijn door de kennis van de Heere en Zaligmaker Jezus Christus, maar daarin opnieuw verwikkeld raken en daardoor overwonnen worden, dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste.

[2]  Lukas 24:[45] Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

1 JOHANNES 5 : 4 

DAG 135

LEZEN: 1 JOHANNES 5 : 1 – 12

THEMA: Liefde overwint

(HSV) [4] Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; [1]en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.              

(BGT) [4] Want iedereen die een kind van God is, kan het kwaad van deze wereld overwinnen. We overwinnen het kwaad door ons geloof in Jezus Christus.           

Aantekening

1 Johannes 5 : 4  overwint de wereld. Ware christenen laten zich door vijandigheid van de wereld niet uit veld slaan of dwingen om van Christus afvallig te worden.


[1]  Johannes 16:[33] Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

1 JOHANNES 4 : 16 

DAG 134

LEZEN: 1 JOHANNES 4 : 11 – 21 

THEMA: God is liefde

(HSV) [16] En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem.               

(BGT) [16] We hebben Gods liefde leren kennen toen we in Christus gingen geloven. Gods liefde is in ons. God is liefde. Iedereen die in liefde leeft, hoort voor altijd bij God. En God blijft voor altijd in hem.          

Aantekening

1 Johannes 4 : 16  wij hebben … gekend en geloofd. Heilszekerheid, zonder zelfingenomenheid, kan zich vastzetten in het verstand en in het hart (zie aantekening bij 1 Johannes 2:3; 5:13).

Aantekening bij 1 Johannes 2:3  En hiervoor weten wij. Heilszekerheid (zie aantekening bij 2 Petrus 1:10). 1 Johannes biedt verschillende punten van zelfonderzoek (vgl. 1 Johannes 1:7; 2:5; 3:14; 4:13; 5:2). Hier is het punt ethisch van aard: hebben belijdende christenen een veranderd leven en nemen ze Gods geboden in acht? Niet dat gehoorzaamheid aan God rechtvaardigheid bewerkt (die komt alleen door geloof), maar gehoorzaamheid als levenspatroon laat zien dat iemand wedergeboren is. Hem kennen betekent een persoonlijke relatie die de levenspraktijk hervormt.

Aantekening bij 1 Johannes 5:13  Geloof geeft vast vertrouwen. Johannes schrijft aan gelovigen die hun gemeente hebben zien scheuren (vgl. 1 Johannes 2:19). Het geloof kan soms (in tijden van onzekerheid) aangevochten worden en wankelen, opdat u weet. Het is voor christenen mogelijk om heilszekerheid te hebben (vgl. 1 Johannes 2:3; 3:14; aantekening bij 2 Petrus 1:10).

Aantekening bij 2 Petrus 1:10 Christenen moeten zich ‘beijveren’ om hun roeping en verkiezing (Grieks ‘ekloge’) vast(Grieks bebaios, ‘betrouwbaar, onveranderlijk, hecht’) te maken. God roept gelovigen tot geloof door het Evangelie (2 Thessalonicenzen 2:14), maar Hij heeft hen ook verkozen ‘vóór de grondlegging van de wereld’ (Efeze 1:4). Gods genade in de verlossing mag niet vanzelfsprekend worden beschouwd. Groeien in de christelijke deugden, genoemd in 2 Petrus 1:5-7, zal de gelovigen een toenemend vertrouwen geven dat God hen echt heeft geroepen, en dat Hij hen werkelijk tot zaligheid heeft uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld. Zo wordt hun verkiezing ‘vast’, als een stevig fundament. Zij die deze dingen doen, zullen nooit meer struikelen, wat waarschijnlijk duidt op afvalligheid (afval van het geloof). Goede werken zijn het bewijs van en geven de zekerheid tot zaligheid, al zijn ze er nooit de basis voor. Petrus’ bewoordingen betekenen niet dat ware volgelingen van Christus ooit ontrouw kunnen worden; zij die afvallig worden, waren nooit echt ‘geroepen’, ‘uitverkoren’ of wedergeboren (vgl. aantekening bij Johannes 6:39; 6:40; 10:26-29; 1 Thessalonicenzen 1:4; Hebreeën 6:4-8).

Aantekingen: Johannes 6:39 alles wat Hij Mij gegeven heeft. Allen die de Vader heeft uitverkoren en aan de Zoon heeft ‘gegeven’ om hen te behouden, zullen dus werkelijk behouden worden. In vers 40 licht Jezus verder toe dat deze mensen, die de Vader Hem heeft ‘gegeven’, ook degenen zijn die in de Zoon geloven en ‘eeuwig leven hebben. Johannes 6:40ieder die … in Hem gelooft. Dit houdt in dat geen enkele ware gelovige ooit zijn of haar behoud zal verliezen, omdat ieder die in de Zoon gelooft eeuwig leven heeft en zal standhouden als gelovige tot het oordeel (de laatste dag), en dan zal Jezus hem doen opstaan inde volheid van eeuwigleven. Johannes 10:26-29 Degenen die van Mijn schapen zijn (d.w.z. door Hem zijn uitgekozen) zijn zij die in Jezus geloven. Als mensen niet geloven, komt dit doordat zij niet van Jezus’ schapen zijn: God moet hun eerst het vermogen geven om te geloven en hen met een nieuw hart toevoegen aan Jezus’ kudde (zie Johannes 1:13; 6:44). eeuwig leven (10:28) kan iemand niet worden ontnomen (zie aantekening bij 6:40), want Jezus’ schapen zijn het eigendom van Hem en de Vader. uit Mijn hand rukken in 10:28 en 29 suggereert geweld. Dat lukt niet bij de goede Herder. Wel bij een ‘huurling’ (vers 12-13), die de kudde in de steek laat en vlucht. Vgl. Jesaja 43:13. 1 Thessalonicenzen 1:4 De uiteindelijke grond voor Paulus’ zekerheid omtrent de uitverkiezing van de Thessalonicenzen is dat zij geliefde broeders zijn. Gods liefde is de dragende grondslag van de verkiezing (Efeze 1:4-5; vgl. Romeinen 8:35-39; 11:28). verkiezing (Grieks ‘eklogë, ‘keuze, selectie, verkiezing’) verwijst naar Gods voorafgaande soevereine daad van het bestemmen van mensen voor het eeuwige leven.* Paulus maakt uit de gebeurtenissen tijdens de zendingsreis op dat de Thessalonicenzen uitverkoren zijn. Daarom kan hij hen geruststellen dat zij voor eeuwig geborgen zijn. Hebreeën 6:4-8 Dit gedeelte is onderwerp van veel – aanzienlijk van elkaar verschillende – interpretaties geweest. Het punt is of de uitspraken in vers 4-5 (bv. ‘verlicht’, ‘de hemelse gave geproefd’, ‘deelgenoot … van de Heilige Geest’, ‘het goede Woord van God geproefd’) op hen van toepassing zijn die ooit werkelijk christen zijn geweest. (1) Sommigen beweren dat dit op ware christenen slaat. Dus christenen kunnen ‘afvallig’ worden en hun zaligheid verliezen. (maar vgl. 3:14 en aant., waardoor hiermee een fundamenteel probleem ontstaat). Toch zeggen de meeste voorstanders van deze visie dat een afvallige terug kan keren tot het christelijke geloof. Maar dan geld Hebreeën 6:4-6 alleen voor de hardnekkige afvalligen bij wie het ‘onmogelijk’ is hen weer opnieuw tot bekering te brengen’ (vers4, 6). (2) Zij hebben volledig deelgehad aan de gemeenschap (waarin zij het verlichte Woord Gods ontvingen, bekeringen gezien hebben en de Heilige Geest op krachtige wijze werkte). Maar toch beweren de meesten dat wanneer zulke mensen ‘afvallig’ worden, het duidelijk is dat zij niet werkelijk christen zijn. Zij hebben immers het Evangelie niet in waarheid en getrouwheid aangenomen, anders hadden zij deel aan het ware geloof, de liefde en de volharding gehad (vers 9-12). Het is opmerkelijk dat ze vergeleken worden met de aarde die veel regen ontvangt maar geen vrucht voortbrengt, alleen ‘dorens en distels’ (vers 8). Zij hebben dus ogenschijnlijk deelgehad in de christengemeenschap en wellicht zelfs de zegeningen van de gemeenschap genoten, maar net als zaad dat op de rotsbodem valt, hebben zij ‘geen wortel in zichzelf’ (Markus 4:17) en worden ze ‘afvallig’ als er vervolgingen komen. (3) Nog een ander gezichtspunt is dat de waarschuwingen bestemd zijn voor de ware gelovigen, en al zullen zij nooit helemaal afvallen, gebruikt God dit toch als oproep voor hen om het geloof vast te houden. Zo wil God hen die Hij uitverkoren heeft, bewaren. (4) Een vierde standpunt is dat ‘afvallig worden’ in Hebreeën 6:6 te maken heeft met het verlies van de hemelse voorrechten. Ondanks dat de auteur beseft dat er misschien enkelen in de gemeenschap zijn voor wie vers 4-8 geldt, denkt hij al met al niet dat dit voor de hele gemeente geldt aan wie hij schrijft. Hij zegt immers: ‘wat u betreft zijn wij echter overtuigd van betere dingen, die met de zaligheid samenhangen’ (vers 9).  

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

1 JOHANNES 4 : 2 – 3

DAG 133

LEZEN: 1 JOHANNES 4 : 1 – 10  

THEMA: Echt of vals

(HSV) [2] Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God. [3] en elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God;[1] maar dat is de geest van de antichrist, [2]waarvan u gehoord hebt dat hij komt, [3]en die nu al in de wereld is.             

(BGT) [2] Hoe weet je of iemand echt door de Geest van God geleid wordt? Iedereen die gelooft dat Jezus Christus als mens op deze aarde gekomen is, die hoort bij God.  [3] Maar mensen die dat ontkennen, horen niet bij God. Zij worden geleid door een kwade geest, die hoort bij de vijand van Christus. Jullie hebben gehoord dat de vijand van Christus in de wereld zal komen. Maar jullie moeten weten dat hij er nu al is.              

Aantekening

1 Johannes 4 : 2  Hieraan leert u. Johannes reikt een leerstelling, nl. christologisch criterium aan om geesten te onderscheiden (zie vers 1). Als een geest (of iemand die door zo’n geest wordt gedreven) niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, misleidt hij Gods volk. Er waren blijkbaar veel dwaalleraars die leerden dat Jezus alleen maar menselijk ‘leek’. Waarschijnlijk op basis van het verkeerde idee dat de materie als zodanig slecht is, en daarmee een stoffelijk lichaam ook.

1 Johannes 4 : 3  elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Volgens andere oude handschriften: ‘iedere geest die Jezus niet belijdt’, d.w.z. die niet belijdt dat Jezus God de Zoon is, Die kwam ‘in het vlees’ (vers 2). Mensen kunnen wel geloven dat Jezus heeft geleefd. Dit wordt door verschillende godsdiensten en filosofieën erkend. Maar als zij niet erkennen dat Jezus volledig God en volledig mens is, ‘belijden zij Jezus niet’. En zoals Johannes ondubbelzinnig verklaart: dan staan zij onder de invloed van geest van de antichrist.


[1]  1 Johannes 2:[22] Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.

[2]  1 Johannes 2:[18] Kinderen, het is het laatste uur; en zoals u gehoord hebt dat de antichrist eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het het laatste uur is.

[3]  2 Thessalonicenzen 2:[7] Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOZUA 24 : 32

DAG 132

LEZEN: JOZUA 24 : 29 – 33 

THEMA: Eindelijk begraven

(HSV) [32] En de beenderen van Jozef, die de Israëlieten uit Egypte meegenomen hadden, begroeven zij in Sichem, op het stuk land dat Jakob voor honderd geldstukken gekocht had van de zonen van Hemor, de vader van Sichem. Het was namelijk erfelijk bezit van de zonen van Jozef geworden.            

(BGT) [32] De Israëlieten begroeven ook de botten van Jozef. Die hadden ze meegenomen uit Egypte. De botten werden begraven op een stuk land bij de stad Sichem. Jakob had dat land voor 100 zilverstukken gekocht van de zonen van Chamor, de man die de stad Sichem gebouwd had. Vanaf toen was dat stuk land in het bezit van de nakomelingen van Jozef.            

Aantekening

Jozua 24 : 32  Met het begraven van de beenderen van Jozef … in Sichem komt het boek van Jozua (en ook de geschiedenis van de aartsvaders) tot een einde. De laatste wens van Jozef wordt ingewilligd (Genesis 50:25; Exodus 13:19) en alle drie de aspecten van Gods beloften aan de aartsvaders zijn, tenminste gedeeltelijk, vervuld: Israël is een groot volk geworden, heeft een gezegende relatie met de Heere en een eigen land.

Graven               Jozua 24 : 29 – 33         (Uit de Vrouwen Bijbel)

Drie bijzondere graven. Ook dat van Jozef, die niet in Egypte begraven wilde worden, maar in het land waar God hen zou brengen (Genesis 50:24-25). Dit doet Jozefs profetie helemaal uitkomen: de Heere heeft zijn belofte gehouden!