Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

PSALM 104 : 10 – 13 

DAG 142

LEZEN: PSALM 104 : 1 – 18 

THEMA: Kennis der natuur

(HSV) [10] Hij wijst de bronnen hun loop naar de dalen, zodat ze tussen de bergen door stromen. [11] Ze geven alle dieren van het veld te drinken, de wilde ezels lessen er hun dorst. [12] Daarbij wonen de vogels in de lucht, hun stem klinkt tussen de takken. [13] Hij bevochtigt de bergen vanuit Zijn hemelzalen, de aarde wordt verzadigd door de vrucht van Uw werken.              

(BGT) [10] U laat rivieren stromen, ze stromen tussen de bergen door. [11] Alle dieren komen er drinken, ook wilde ezels vinden er water. [12] Hoog in de bomen hebben vogels hun nest, tussen de bladeren klinkt hun lied. [13] U laat het regenen op de bergen, zo wordt de aarde vruchtbaar en groen.             

Aantekening

Psalm 104 : 10 – 13  De Heere voorziet in water voor de schepselen op het droge. Dit gedeelte beweegt van de grens tussen water en land naar de manier waarop God overvloedig water toedeelt waarvan de landdieren afhankelijk zijn. De term dieren van het veld (vers 11) heeft betrekking op de wilde dieren (zie aantekening bij Genesis 1:24-25; 2:20). De wilde ezels zijn onagers, een soort ezels die kennelijk nooit getemd zijn. Dit suggereert dat de dalen (Psalm 104:10) en de bergen (vers 10, 13) onbewoond waren. Hoewel God de wereld voor de mensen tot een ideale plaats maakte om er te wonen, is de schepping vol met meer schepselen dan alleen die voor de mensen nuttig zijn. Dit helpt de vromen om Gods grenzeloze zorg te bewonderen.

Aantekening bij Genesis 1 : 24 – 25  vee, kruipende dieren en wilde dieren van de aarde. Deze termen groeperen de landdieren in drie brede categorieën. Dat slaat waarschijnlijk terug op de manier waarop nomadische herders ze zullen ervaren: dieren die als huisdieren kunnen worden getemd (bv. schapen, geiten, vee, en misschien kamelen en paarden); de kleine kruipende dieren (bv. ratten en muizen, hagedissen en spinnen) en grotere wild en de roofdieren (bv. gazellen, leeuwen). Deze opsomming is niet als uitputtend bedoeld, en het is moeilijk om erachter te komen waar men bepaalde dieren moet plaatsen (bv. de huiskat). 

Aantekening bij Genesis 2 : 20  Zo gaf Adam namen; Bij de naamgeving aan de dieren demonstreert de mens zijn autoriteit over al de andere schepselen. De mens.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *